Uttar Pradesh

Agra, vrijdag 7 februari t/m vrijdag 14 februari

Sinds lange tijd reizen we een keer per trein. Vroeg in de morgen staan we bibberend van de kou te wachten op de vertraagde trein naar Agra. Waar in Nederland mensen gehaast zijn en ongeduldig worden, berust iedereen hier in zijn lot en zo ook wij. Positief ingesteld als we zijn denken we dat deze verloren tijd wel weer wordt ingehaald, maar helaas, deze rit gaat geen negen maar elf uur duren! Maar wachtend op het station van Haridwar hadden we hier nog geen weet van en vermaken we ons door te kijken naar de vele brutale apen die van nietsvermoedende Indiers eten en andere spulletjes afpakken. Hoe vermakelijk is het om een aapje chai te zien drinken!

Eindelijk onderweg is het een mooi gezicht om de flarden dauw te zien optrekken, de eerste zonnestralen te zien doorbreken en de mensen hun dagelijkse bezigheden te zien oppakken. Helaas verandert het mooie landschap als we in de buurt van Delhi komen en we voor de tweede keer geconfronteerd worden met een smoglucht die zwaar op de longen slaat. Waar we de eerste keer 's nacht door Delhi reden en we weinig van de stad hebben gezien, is nu duidelijk de armoede en vuiligheid waarneembaar. Overal langs het spoor zijn hutjes opgetrokken van plastic en hout en leven de mensen dicht op elkaar gepakt samen met de vele zwijnen, koeien en honden. Mocht je nu bij een sloppenwijk enkel denken aan viezigheid, ziekte en dood dan komt dit beeld niet overeen met de Indiase werkelijkheid. In de autobiografie van Gandhi wordt verteld over zijn bezoek aan deze wijken tijdens de pestepidimie en hij verbaast zich over de netheid en hygiene die juist de laagste klasse in hun dagelijkse leven in acht nemen. Hij vindt het dan ook schokkend om te zien dat een hogere sociale klasse in India gepaard gaat met een groter gebrek aan hygiene in de leefomgeving. Dit lijkt geenzins veranderd vandaag de dag. Mogelijk is dit verklaarbaar doordat hoe kleiner de woonruimte en hoe groter het aantal gezinsleden, des te groter de noodzaak de weinige leefruimte met zorg te onderhouden. Natuurlijk is het nog steeds een treurig feit te constateren dat het deze mensen ontbreekt aan basisbehoeften zoals water, toilet en electriciteit. Schokkend is om te zien dat de afvalbergen zich om deze wijken opstapelen en mensen overal open en bloot hun behoeftes doen. Wij kunnen ons dan ook goed voorstellen dat mensen die op Delhi aanvliegen hierdoor erg geschokt zijn (zoals Frank van de verhalen van zijn moeder kan herinneren).

Agra is in het eerste opzicht niet veel anders dan andere grote Indiase steden. Het 'gehassle' valt bij het station nog mee en we worden rechtstreeks naar hotel 'Sheela' gebracht, waar we de dag erna Annemijn en haar moeder zullen ontmoeten. Een dag later ondervinden we pas waar iedereen ons voor gewaarschuwd heeft. In de enigzins vervallen wijk om de Taj Mahal heen hebben zich allerlei vage handeltjes gevestigd met als enig doel zoveel mogelijk geld uit de zak van de toerist te kloppen. Iedereen spreekt je aan of loopt van verre al te gebaren of te schreeuwen: 'rickshaw sir? very cheap!', 'change money?', 'good food!', 'photofilm?', 'hashjies?'. Erg vervelend en vermoeiend allemaal, en ook slecht voor het humeur.

En ons humeur wordt er niet beter op als we na uren wachten onze mail eens checken omdat we ons zorgen beginnen te maken daar Annemijn en haar moeder nog niet gearriveerd zijn. De teleurstelling is groot als we in een mailtje van Ann lezen dat ze geen mogelijkheid heeft gevonden Agra te bereiken en dus richting Rajastan is afgereisd. Omdat we al een kamer voor haar hadden gereserveerd begeven we ons terug naar ons hotel om deze te proberen te cancelen. Omdat de hoteleigenaar niet echt wil meewerken besluiten we de dag erna maar van hotel te wisselen en we vinden zelfs een beter onderkomen in hotel 'Kamal'.

Mister Sandep, de geweldige eigenaar van ons nieuwe onderkomen, blijkt een bijzonder toffe vent. Met hem bepraten we onze reiservaringen, onder het genot van een lekkere kop chai, en we worden, alweer, een stuk wijzer wat betreft India en de Indiase cultuur, religie en leefwijze. Mensen als Sandep maken ook voor de westerling enig inzicht in het mystieke India en haar bevolking mogelijk en maken het land meer toegangkelijk. Mensen als Sandep blijven echter wel uitzonderlijk want hoe vriendelijk de meerderheid van de Indiase bevolking ook is, 'begrip' is vaak ver te zoeken.

Verwonderen wij ons over de Indiers en hun leefgewoontes, zo mogelijk is de verwondering van de Indiers naar ons toe nog groter. De emoties die de Indiase mannen en vrouwen die we tegenkomen uitstralen zijn meestal onduidelijk en kunnen varieren van nieuwsgierigheid en vriendschappelijkheid tot afkeer en onbegrip. Lacherigheid blijkt vaak geinterpreteerd te moeten worden als een onvermogen om beplaade houdingen ten opzichte van ons (als westerling?) op de juiste manier te uiten. Maar sommige Indiers, meestal van het mannelijke geslacht, jong-volwassen, en zich in een groep bewegend, zijn werkelijk grof. Wijzen, lachen, staren, we kunnen een hoop hebben, maar met afkeer behandeld worden terwijl er we geen aanleiding toegeven is onverdragelijk. Net als rickshaw-wallah's en winkel'proppers' behoren deze Indiers tot dat deel van de Indiase bevolking dat oprecht irritatie-opwekkend en onaardig te noemen is. Het zijn deze Indiers die het zo kunnen verpesten voor de rest van de bevolking die oprecht aardig is maar die je vaak bij voorbaat al wantrouwt, onterecht maar onvermijdelijk. Gelukkig leren we hier steeds beter mee om te gaan en zijn er zoveel bijzonderen individuen die opnieuw en opnieuw de vriendelijkheid en oprechtheid van de Indiase bevolking bevestigen.

Agra staat natuurlijk vooral bekend om het Rode Fort en de Taj Mahal. Omdat we al vele forten hebben bezichtigd en volgens de lokale bevolking het Rode Fort niets toevoegt, besluiten we deze niet te bezoeken en alleen een kijkje aan de buitenkant te nemen. En de Taj Mahal bewaren we voor een van de laatste dagen, 'save the best for last'. We begeven ons naar de oostzijde van de rivier de Yamuna in de hoop daar rust en natuur te vinden. Blij verrast zijn we als we voor de L'timad-ud-Daulah staan, een weinig bezocht islamititsch monument uit de tijd van de grote Mongoolse heerser Akbar. Hoewel we de Taj Mahal zelf nog niet van dichtbij gezien hebben omdat deze omgeven is door een metershoge muur, maar wel vanaf het dak van ons hotel, lijkt deze L'timad-ud-Daulah met recht 'Baby Taj' te mogen worden genoemd. De overeenkomst tussen beide monumenten is groot hoewel de zo kenmerkende parelvormige koepel van de Taj Mahal bij de Baby Taj ontbreekt. Niet alleen de intimiteit en kleinschaligheid en de geweldig omliggende groene tuinen maken de Baby Taj bijzonder en sereen, maar ook het feit dat dit het eerste Mongoolse gebouw is dat ingelegd is met wit marmer zoals ook de Taj Mahal later gebouwd werd. We zijn geweldig onder de indruk van deze graftombe die de islamitische Nur Jahan voor haar vader Ghiyas Beg bouwde in de zes jaar na zijn dood in 1622. Een mooie voorbereiding op de o zo populaire Taj Mahal zelf, en al zou deze graftombe straks in het niet vallen bij de Taj, de indruk die ze nu op ons heeft gemaakt is onvergetelijk.

en dag later laten we ons door een rickshaw naar Sikandra, Akbar's graftombe, brengen, ten noordwesten van de stad. De Mongoolse heerser regeerde van 1556 tot zijn dood in 1605 en begon zelf met de bouw van zijn immense graftombe. Zijn zoon maakte het begonnen werk af, dat wil zeggen hij haalde een hoop van de gebouwen weer neer en veranderde de bouwplannen intensief. Het resultaat is een indrukwekkende grote maar architectonisch vreemde en verwarrende graftombe. Een combinatie van rode zandsteen en wit ingelegd marmer en fresco's van goud en blauw. We voelen ons maar klein en nietig in dit geweldig grote complex met zijn vier toegangspoorten en metershoge graftombe. Het is prachtig om te zien dat het geld dat we als entree moeten betalen haast meteen weer wordt gebruikt, daar men intensief bezig is de ingestorte delen van de toegangspoorten te restaureren, een interessant proces om te zien.
Op de terugweg voelen we ons een stuk minder prettig in de rickshaw daar we de o zo vriendelijke chauffeur betrappen op intiem gedrag met een jongetje terwijl wij cultuur aan het snuiven zijn. Ook dergelijke praktijken zijn kennelijk aan de orde van de dag in India, onprettig voor ons maar waar. Maar we laten ons niet uit het veld slaan en maken het afgesproken tourtje af: van Sikandra via een hindoetempel die al tachtig jaar in aanbouw is en ook nog lang niet af is, terug naar het hotel. We besluiten de volgende keer toch maar een andere chauf te nemen daar deze ook nog eens blijft zeuren over hoe betrouwbaar hij wel niet is, dat hij geen afzetter is, maar ons tegelijkertijd maar meer en meer geld probeert af te troggelen. Fijne chaufs in Agra, NOT!

Omdat het specifiek het kleine stadje Fatehpur Sikri is dat getuigt van de grootsheid van de heerschappij van Akbar, zijn we erg nieuwsgierig naar dit stadje. Wat Akbar zo'n bijzondere heerser maakte is dat hij in plaats van het gewelddadige onderdrukken van de hindoes door zijn voorgangers een hindoeprinses trouwde, een verbond sloot met hoogstaande hindoes en hun loyaliteit en vertrouwen won. Toen de zestentwintig jarige Akbar nog steeds kinderloos was en de heilige Sheikh Salim Chishti, inwoner van Sikri, hem drie zoons voorspelde, bouwde hij ter ere van de heilige een nieuwe hoofdstad in Sikri, Fatehpur (stad van de overwinning) Sikri genoemd. De stad is vandaag de dag meer dan vierhonderd jaar oud maar perfect bewaard gebleven, dankzij conservatiewerk door de 'Archaelogical Survey of India'.

Het is ook hier goed zichtbaar waar de entree-opbrengsten voor worden gebruikt, maar voor ons is het vooral de rust die we er vinden en de haast onuitputtenlijke mogelijkheid in het complex rond te struinen die het de vijf euro toegang waard maakt. Even weg van de 'touts' en van de grote groepen Indiase en westerse toeristen die Fatehpur Sikri duidelijk nog niet ontdekt hebben, althans zo lijkt het. Heerlijk, al die mooie goed geconserveerde architectuur, gelegen in niets dan stilte. We bezoeken fraai gedecoreerde paleizen, bijzonder mooie tuinen, grootse baden, schattige moskeeen en veel veel meer prachtigs. Pas weer als we de Jami Masjid bezoeken, een van de grootste moskeeen van India, zijn we weer terug in de drukke bewoonde wereld die India heet! Snel zetten we koers richting Agra, maar niet voordat we nog een stukje van de gezellige drukke bazaar hebben bewandeld.

De dag voor ons vertrek uit Agra bezoeken we eindelijk de beroemde Taj Mahal, het 'meest geweldige monument op aarde'. De verhalen die de ronde doen over deze Taj-i-Mahal (Kroon der Paleizen) zijn groot in aantal zoals meesterwerken altijd vergezeld gaan van mythen en controversies. De vijfde Mogoolse heerser, Shah Jahan, liet het monument bouwen voor zijn favoriete vrouw die op negenendertig jarige leefdtijd op het kraambed stierf. Volgens de legende vroeg zij hem de wereld te laten zien hoeveel zij van elkaar hielden. Het resultaat is dit immense bouwwerk daar architectuur na regeren de grootste passie van de keizer was. De bouw duurde tweeentwintig jaar en twintigduizend man werkkracht. Het benodigde marmer en de vele soorten edelstenen komen van ver. Omdat de Taj Mahal een extravagantie was die de keizer zich niet kon veroorloven daar het mongoolse keizerrijk reeds in verval was, werd Shah Jahan de laatste acht jaar van zijn leven gevangengezet in zijn marmeren paleis in het Rode Fort, met uitzicht op de Taj Mahal.

De legendes vertellen dat de hoofdopzichter's rechterhand afgehakt werd in opdracht van de keizer zodat hij niet nogmaals een dergelijk meesterwerk kon bouwen; en dat de keizer een tweede Taj Mahal in zwart marmer op de andere oever van de Yamuna-rivier wilde bouwen voor zichzelf, en een zwart-wit geblokte marmeren brug om beide grafmonumenten te verbinden; ook suggereert men dat de architect onmogelijk van Indiase origine kan zijn maar van Turkije, Perzie of zelfs zo ver als Europa moet afstammen. Wat waar is weten we niet, maar de mystiek rond het bouwwerk maakt de aantrekkingskracht die het op de bezoeker uitoefent er alleen nog maar groter op. Grappig feit is wel dat toen de Taj Mahal en haar tuinen in verval raakten in de negentiende eeuw een Britse generaal het plan opvatte de toen twee eeuwen oude Taj Mahal te ontmantelen en in delen via een veiling in Engeland te verkopen. De hijskranen die in de tuinen waren opgetrokken werden snel weer verwijderd toen een proefveiling van een deel van het Rode Fort mislukte vanwege gebrek aan interesse. Een van zijn opvolgers herstelde een groot deel van de schade die door de eeuwen heen was aangebracht en bracht de tuinen weer in originele staat.

Omdat er in de winter (december t/m februari) meestal mist hangt boven de Yamuna-rivier waardoor de Taj Mahal lijkt te zweven, zorgen we dat we bij zonsopgang paraat staan voor een van de toegangspoorten van de Taj. Eerlijkwaar, niets voor ons zo vroeg, maar we worden snel wakker als we alle bedrijvigheid op straat ervaren. Niet dat Indiers tijdens dit winterseizoen vroeg opstaan, het is vooral bedrijvig omdat het Id-ul-Zuha is, de dag dat moslims Ibrahim's offering van zijn zoon volgens Gods gebod herdenken. Straten worden geveegd en opgedost, stalletjes opgetrokken en men is in alle vroegte al in rep en roer. Leuk, zo'n feestdag in het vooruitzicht maar het is vooral prettig voor de portomonnee. In plaats van ieder 750 roepies (zo'n 17 euro) neer te tellen mogen bezoekers vandaag gratis naar binnen, zo alle moslims de mogelijkheid te geven in de naast de Taj Mahal gelegen moskee hun ochtendgebed te doen. We kunnen ons geluk niet op en voor ons gevoel 1500 roepies rijker betreden we de nu nog fraaier en bijzonder aanvoelende Taj.

De stillte en rust binnen de poorten is niet te vatten, zo'n contrast als er is met de feestdrukte buiten. De tuinen zijn haast leeg dus we fotograferen er lustig op los, nog geen andere toeristen die de plaatjes die we van het bouwwerk nemen 'verpesten'. De zon komt langzaam op, verwarmt ons en de koude marmeren vloer, en laat de Taj Mahal letterkijk stralen, zo mooi is het witte marmer in het zonlicht. Dat de tuinen al net zo belangrijk zijn als de graftombe zelf is overduidelijk, groot als ze zijn en mooi aangelegd en onderhouden. De Koran beschouwt de tuin als een symbool voor het paradijs, als een oase in het kale landschap van Arabie waarin de islam als religie ontstond. Dat de koepel van de Taj vergeleken wordt met een grote parel is ook geen toeval, daar er een uitspraak van de profeet Mohammed is die de troon van God beschrijft als een koepel van wit parel gesteund door vier pilaren; een exacte omschrijving van de Taj, zo lijkt het haast!

Door de aanwezigheid van duizenden moslims die speciaal vandaag komen bidden binnen het complex, beseffen we de grappige plaats die dit monument inneemt in de Indiase samenleving. Heel India met haar in hoofdzaak hindoeistische bevolking is beretrots op dit monument van de liefde, o zo universeel als de boodschap is die het gebouw uitstraalt maar zo islamitisch als het bouwwerk feitelijk is. Zo iets kan ook alleen maar in tolerant India, hoewel de angst blijft bestaan dat fundamentalistische hindoegroeperingen juist de islamitische Taj Mahal als doelwit beschouwen voor een mogelijke aanslag. De controle bij de ingang is dan ook streng, vanzelfsprekend.

Dat we haast alleen zijn met 'slechts' duizenden moslims maakt het bezoeken van de Taj Mahal nog meer bijzonder; vooral omdat de moslims geen enkel oog lijken te hebben voor het juweeltje zelf maar alleen bezig zijn met de rituele reinigingsvoorschriften en het islamitische ochtendgebed. De moskee puilt letterlijk uit van de voornamelijk moslimmannen en het plein voor de moskee ziet werkelijk 'zwart' van de biddende moslims. Grappig feit is dat we in eerste instantie denken dat de moskee de verkeerde kant op is gebouwd en de gelovigen in plaats van richting het oosten in de richting van het westen hun gebed doen. Dan hebben we het door, Mekka ligt vanuit Nederland gezien in het oosten maar vanuit India gezien in het westen. Richting Mekka bidden is hier dan ook richting het westen, verwarrend hoor!

We zijn blij dat we de Taj voor een van de laatste dagen van ons verblijf in Agra hebben bewaard, en we kunnen dan ook zeggen dat het een echte aanrader is deze als laatste te bezoeken. Want hoe mooi en indrukwekkend de andere monumenten ook zijn, ze verbleken bij de maagdelijk witte schoonheid van de Taj Mahal. Jammer is dat we niet meer werkelijk 'verrast' zijn door de schoonheid van het gebouw omdat de Taj over de hele wereld op afbeeldingen te vinden is. Al kan geen afbeelding op tegen het echte werk!

Nu we voor ons gevoel klaar zijn in Agra is het alleen nog wachten op de spulletjes uit Nederland die Annemijn vanuit Rajastan heeft verstuurd naar Agra. Gelukkig arriveren deze redelijk snel en kunnen wij onze reis voortzetten. Op naar Madhya Pradesh.

 

Varanasi, zaterdag 1 maart t/m dinsdag 18 maart

Omdat reizen per nachttrein als een van de charmes van het reizen door India wordt gezien, kunnen wij dit fascinerende land natuurlijk niet verlaten zonder dit tenminste eenmaal te hebben gedaan. Maar voordat je aan zo'n reis kan beginnen moeten de nodige voorbereidingen worden getroffen, zo blijkt. Khajuraho is niet makkelijk bereikbaar en er weer weg komen is ook een hele klus. Omdat het dichtsbijzijnde treinstation zo'n vijf uur reizen verder ligt moet een treinticket bij het busstation worden geboekt, of zijn er speciale bureautjes voor de luie mensen onder ons. Wij doen dit mooi zelf! Een juiste trein uitzoeken blijkt geen gemakkelijk opgave daar bijna alles al weken volgeboekt blijkt te zijn. Maar we hebben geluk, en we kunnen binnen enkele dagen, in de 'AC-Wagon', vertrekken. Als je dan een keer 's avonds reist moet je het ook goed doen, toch? Zo luxe als de trein, zo sloeberig is de weg, als je nog van een weg kan spreken. Meer dan een zandpaadje tussen de akkers door is het niet. Dat de bus door al het gehobbel niet uit elkaar valt mag een wonder heten en wij beschouwen het dan ook als een klein 'miracle' dat we heelhuids in Satna arriveren, waar we zullen overstappen op de trein.

De reis per trein verloopt zeer voorspoedig en het 's nachts reizen per trein valt ons 100 % mee - mits je dit doet in de rustige comfortabele 'AC Wagon' met een drankje, maaltje en beddengoed. Denken we relatief rustig en gemakkelijk onze laatste grote reis in India te hebben voltooid, slaat de ellende in eindbestemming Varanasi hard toe. We zullen je de vervelende details besparen maar weet dat het geen pretje is om om vijf uur in de morgen in een slapende stad te arriveren. Nou weten we ook weer waarom we zo tegen 's nachts reizen zijn - omdat alles gesloten is bij aankomst! Het komt er in het kort op neer dat het enige tukje dat nog enigszins bereid is naar de ghats van Varanasi, niets bakt van zijn 'kijk een hoe goed ik de weg in de stad ken' rijgedrag en ons keer op keer bij het verkeerde hotel dropt; dat alle hotels 's morgens vroeg gesloten zijn of geen kamers vrij hebben; en het ook nog eens een festivaldag is. Het lijkt allemaal uren te duren totdat we het voor gezien houden en uit ellende de tassen ergens droppen en wachten tot er ergens een kamer vrijkomt in de loop van de dag. En dat terwijl we ergens ene reservering hebben lopen want zo stom zijn we niet, om op een festivaldag geen kamer te hebben geboekt. Maar het guesthouse is werkelijk onvindbaar en alle naamgenoten hebben geen kamer vrij.

Omdat het nogsteeds erg vroeg is, zo rond zonsopgang, en we megabrak zijn, besluiten we ons lekker lui rond te laten peddelen op de heilige Ganges. Stom toevallig maar mooi meegenomen, want we krijgen zo de voorbereidingen en duizenden gelovigen die op Shivaratri, het belangrijkste festival voor de God Shiva, komen badderen in de Ganges goed te zien. Een prachtig gezicht, dat spreekt voor zichzelf! Naarmate de festivaldag vordert neemt de feestdrukte toe maar daar merken we even niets van als we halverwege de middag eindelijk een hotelkamer hebben gevonden en vermoeid op bed neerploffen, notabene in het hotel waar we in eerste instantie een kamer hadden gereserveerd!

Als Shivaratri zich `s avonds op z'n hoogtepunt bevindt zijn we weer van de partij en we genieten van de uitbundigheid van de mensen, de fraai gedecoreerde omgeving - includief prachtige olifanten, paarden en Shiva look-a-likes - en de feeststemming, hoewel het consumeren van grote hoeveelheden `bang lassi` (yoghurt met het hier illegale wiet) niet altijd even goed valt. Aan ons is het niet besteed en de Indiers worden er massaal ziek van en staan kotsend op straat. Als een Indier dan ook nog met geweld (lees: via een slang die hij iets te graag bij mensen om de nek legt) poogt ons roepies afhandig te maken houden we het voor deze avond voor gezien, terugkijkend op een zeer vermoeiende maar erg fascinerende dag in de op en top Indiase stad Varanasi.

De volgende dagen die we in de stad doorbrengen doen we wat rustiger aan; een half jaar lang onderweg gaat flink in je lichaam zitten! Maar de impact die juist deze stad op ons heeft is ongelooflijk groot. Waar het gedurende onze gehele reis al moeilijk is geweest onze ervaringen in de juiste bewoording op papier te zetten zodat ze nog enigszins overkomen, lijkt het voor Varanasi onmogelijk in woorden te vatten wat deze stad bij ons teweegbrengt. De stad is een verhaal op zich. Alles speelt zich af op en rond de oevers van de Ganges en de stad is honderden ghats aan de rivier rijk. Typisch is dat slechts een zijde van de Ganges is volgebouwd met woonhuizen, winkeltjes en hotels terwijl de andere zijde een soort van stranduiterlijk heeft minus de drukte van een normaal strand, waarschijnlijk door en de grote hoeveelheid boskap en door de uitbreiding van de Ganges gedurende het moessonseizoen. Het uitzicht vanuit onze hotelkamer over de Ganges en de vlakte erachter is wel geweldig!

De drukte in de vele smalle straatjes is gezellig groot, hoewel het zo af en toe wel op de zenuwen werkt, al dat verkeer van Indiers, toeristen, koeien en ook nog brommers en motoren met zo weinig ruimte. De straten zijn ook verre van schoon te noemen en een flinke berg afval, honderden vliegen en een goede rot-en schimmellucht zijn alom aaanwezig in Varanasi. Erg goed voor de gezondheid kan het allemaal niet zijn en dat merken we ook wel aan onze lichaampjes. We hebben nog het meeste medelijden met de mensen die hier al hun helen leven doorbrengen want heowel het allemaal veel slechter kan, kan het zeker ook veel beter dan zo dicht op elkaar en elkaars afval leven.

Toch heeft de stad zoveel aantrekkelijke kanten dat we er ruim twee weken blijven `hangen' De gezelligheid die de smalle straatjes uitstralen is geweldig groot en er loopt een leuke mengeldmoes van lokale bevolking, oosterse en westerse toeristen. Blijkbaar komen toeristen hier hoofdzakelijk voor de drugs en de muziekinstrumenten want op iedere straathoek worden je drugs aangeboden en de hoofdmoot van de toeristen verzamelt zich in winkeltjes rond tabla's en andere trommeltjes. Onze buurman is er zelfs zo gek van dat we al dagenlang de hele dag door alleen maar getrommel uit z'n kamer horen komen. De tabla heeft voor ons definitief afgedaan, dankzij heel trommelend Varanasi!

Vanuit ons balkonnetje is goed te zien hoe in India niet alleen de straten bruisen van de energie maar hoe ook de daken leven. Iedere familie heeft wel een dakterras tot zijn beschikking en een groot deel van de dagelijkse gang van zaken speelt zich hier af - tenminste wat de vrouw en kinderen betreft. Vrouwen doen er hun was, fabriceren er allerlei soorten etenswaar en socializen er lekker op los met elkaar; kinderen vliegeren en cricketten er lustig op los op het dakterras. Ook honderen apen zijn een vast deel van de dakbevolking van Varanasi, maar minder geliefd. Grappig om te zien, het heerlijke ettergedrag van deze pestkoppen, en de uitgehangen was of de te drogen gelegde etenswaar is keer op keer weer het doelwit. Ons balkonnetje wordt ook keer op keer bezocht en we houden de deuren dan ook maar goed gesloten, daar de apen er wel lief uitzien maar dit in het echt niet zijn. Helemaal niet meer wanneer een heel brutaal exemplaar zomaar onze kamer binnenhopt en een pak koekjes weggrist en dit op een volgend dak terras gaat zitten op smikkelen, we staan helemaal perplex; hopelijk levert het in iedergeval nog wat mooie plaatjes op!

Varanasi is ook de stad waar vreugde en verdriet hand in hand over straat gaan. Zo zijn er bijna dagelijks trouwerijen aan de gang, soms een festival of andere feestelijkheden. Maar tijdens onze dwalingen door de steegjes komen we onvoorbereid op een van de 'burning ghats' uit. Deze openbare crematoria, gelegen aan de oever van de Ganges, zijn de heiligste van India en vele duizenden hindoes vinden hier hun laatste 'rustplaats' om vervolgens meegedragen te worden door het heilige water. We worden direct geconfronteerd met het feit dat een crematie in India een dure aangelegenheid is die niet voor iedere overledene weggelegd is: ons eerste afscheidsritueel is geen crematie maar een ter water lating van de overledene vanaf een bootje midden op de Ganges.

Wanneer we een aantal dagen laten meer bewust de 'burning ghats' bezoeken krijgen we pas werkelijk mee wat er zich afspeelt tijdens zo'n 'laatste afscheid'. Niemand van de laatste familie lijkt zich te ergeren aan het openbare karakter van de crematie en de vele toeschouwers, zowel toeristen als Indiers zelf. Het is een vrij zakelijke en sobere aangelegenheid die hoofdzakelijk afgehandeld wordt door een klein deel van de klasselozen, de 'doms', omdat contact met een lichaam waaruit de ziel vervlogen is in het hindoeisme als iets heel erg onreins wordt beschouwd. Het is treurig om te zien in welke toestand deze mensen hun werk vervullen, dag in dag uit. Hoewel het in Varanasi deel uit maakt van het dagelijkse leven blijft het voor ons een moeilijk te vatten aspect van het hindoeisme, met name wanneer een rondvaartbootje ons tot op enkele meters voor een brandstapel vaart en we de overledene in kwestie recht in de ogen kijken.

Maar het Holi-festival is in aantocht en verdriet maakt plaats voor vrolijkheid, een vrolijkheid die door de heel de stad heen merkbaar is. Volgens de legende viert men op Holi de vernietiging van Holika. De vader van Holika, koning van een groot rijk, was zo zelf ingenomen dat hij van zijn volk eiste dat alleen hij aanbeden werd. Zijn zoontje echter bad tot de hindoegoden, en riep zo de wraak van de koning over zich af. Holika, vuurbestendig, kreeg de opdracht haar broertje in de vlammen mee te dragen en zo te doden. Echter, het verhaal liep anders dan de koning verwachtte. Holika, die alleen in haar eentje vuurbestendig was, werd door de vlammenzee vernietigd en haar broertje overleefde omdat hij de namen van de hindoegoden chantte.

Op Holi zijn weinig dingen taboe en worden oude vetes gesetteld. Men ontsteekt vreugdevuren om het kwade te verjagen, het oude achter zich te laten en het nieuwe te verwelkomen. Het feest wordt opgevrolijkt door kinderen die alles en iedereen met verfbommetjes bekogelen, en volwassenen die elkaar massaal bepoederen. Gezien de vele indianenverhalen die de rondte doen over dit festival en de daarmee gepaard gaande agressiviteit waren we een beetje huiverig voor aanvang van het festival. De dag valt mee en is zelfs erg leuk. De eerste uren aanschouwen we vanuit ons hotel hoe de kinderen massaal elkaar en de stad kleuren. Later op de dag durven we ons op straat te begeven en we verbazen ons erover dat alles een stuk rustiger en georganiseerder verloopt dan we in eerste instantie verwachtten. Het festival is een waar schouwspel om te zien. Waar 's morgens iedereen besmeurd met verf ronddwaalt door de smalle straatjes, op zoek naar nieuwe slachtoffers, loopt iedereen 's middags in schone en nieuwe kleren; iets dat de overgang van oud naar nieuw symboliseert.

Aan het einde van de dag begroet iedereen elkaar en wordt met gekleurd poeder een stip op het voorhoofd gezet. Ook wij ontkwamen tijdens dit festival niet aan de verfbommetjes en de gekleurde stippen op ons hoofd, maar we kunnen wel terugkijken op een leuke en geslaagde dag.
Een opmerkelijke en mooie afsluiting van Varanasi is wel dat we, gezeten op een van de ghats, de vele dolfijnen die de Ganges bewonen ontwaren. Opmerkelijk dat zulke mooie dieren kunnen overleven in wat met noemt de vieze Ganges.


EN TOEN……… OP NAAR NEPAL!!!!!!!