Ubon Ratchatani, zondag 22 juni & maandag 23 juni
Op zondagmorgen besluiten we samen met de Britse Steve en Cindy per gedeelde taxi richting de Lao-Thaise grens af te reizen. Het is met z'n vieren op de achterbank een beetje krapjes (ja ja, ook wij vieren delen de taxi weer, blijkbaar) maar de rit is een stuk sneller dan per (ook altijd te krappe) songthaew. De oversteek over het stukje niemandsland dat grens heet verloopt net als de taxirit soepel en vlotjes, is het niet dat de we de Lao-douanier ieder het bedrag van een dollar moeten betalen omdat een oversteek op zondag kennelijk overwerk in Laos betekent (idem voor de zaterdag en doordeweekse vroege-, late- of lunchuren - een zeer effectieve 'klop de toerist geld uit de zak' actie). Gelukkig hoeven we aan de Thaise kant niemands overuren te betalen en lopen we Thailand in met verse stempels in ons paspoort. Per songthaew, over zeer goede Thaise wegen (opluchting!) bereiken we, met een overstap, het twee uur verderop gelegen Ubon Ratchatani. Omdat onderweg een echte goede Thaise regenbui zijn intreden heeft gedaan zijn we allevier flink natgeregend als we aankomen want ook in Thailand blijken songthaew's niet waterdicht.
Een hotel is makkelijk gevonden in Ubon want dit is immers toeristisch Thailand, hoewel het noordoosten naar het schijnt minder door toeristen wordt bezocht. We zijn toe aan een beetje meer slaapluxe dan doorgaans en zijn zeer in onze nopjes met onze warmwater en sateliettelevisie kamer in hotel Tokyo, die natuurlijk wel een flink aantal Baht's kost. 's Middags worden we direct weer geconfronteerd met vleesland Thailand als we samen met Steve en Cindy gezellig gaan tafelen. Groentensoep blijkt vissoep en tafelen komt neer op het nuttigen van een drankje alleen. We proberen uit te leggen wat er mis is met de voorgeschotelde 'groenten'soep, zonder succes. Dan vindt Cindy in haar reisgids het zinnetje 'ik ben vegetarier' op z'n Thais (geweldig, we zouden alleen daarvoor de volgende bijna een Lonely Planet aanschaffen) en komt de boodschap over. Een nieuwe soep bestellen beginnen we maar niet aan en we zijn al lang opgelucht dat we alleen voor de drankjes hoeven te betalen.
Onze tweede dag Ubon besteden we aan het bezoeken van de hoog op ons verlanglijstje van te bezoeken historische tempels staande Prasat Khao Phra Viharn, net over de grens in Cambodja. Op onze eerste dag hadden we al gecheckt of de tempel vanuit Thaise zijde toegankelijk is want er blijft maar onenigheid tussen Thailand en Cambodja bestaan over op wiens grondgebied de tempel nou precies ligt. Feit is dat, hoewel het gerechtshof in Den Haag besloten heeft dat de khmer tempel op Cambodjaans grondgebied ligt, deze amper toegankelijk is vanuit Cambodja omdat de omgeving erg verlaten en door de jungle erg moeilijk begaanbaar is, terwijl Thailand haast tot aan de achterdeur een snelweg heeft aangelegd. We hebben geluk, de tempel is inderdaad toegankelijk vanuit Thailand en het is mogelijk zonder visum de tempel te bezichtigen.
Relatief vroeg in de morgen lopen we met z'n vieren richting busstation, jammer alleen dat we terug moeten om voor de zekerheid toch maar de paspoorten van onze Britse vrienden op te halen. Het wandeltochtje zelf valt helaas ook iets langer uit omdat de busterminal in realiteit een stuk verder lopen ligt dan op de stadsplattegrond lijkt. Al met al hebben we een late bus en als die er ook nog twee keer zo lang over doet is de middag al vergevorderd voordat we ook maar in de buurt van de tempel komen. Het lijkt vandaag niet mee te zitten hoewel we het reuzegezellig hebben met z'n vieren. Als we privevervoer voor het laatste stuk proberen te regelen krijgen we te horen dat onze weg vervolgen naar het Cambodjaanse tempelcomplex weinig zin heeft omdat de tempel om drie uur haar poorten sluit. Onze reisgidsen vermelden compleet andere tijden en we besluiten hoe dan ook onze al zo lang durende reis voort te zetten. Deze tempel moeten we gezien hebben al is het maar van een afstand. Voor een flink bedrag, zo'n tien euro, hebben we een privebus van belachelijk proporties met chauffeur tot onze beschikking die ons net voor de grens afzet en belooft op ons te wachten.
Ondertussen zijn we ieder alweer vijf euro armer omdat we klaarblijkelijk een nationaal park hebben doorkruist op onze tocht, maar we zijn er wel .... We lopen de grens over, moeten inderdaad een paspoort laten zien en alweer vijf euro entree neertellen alvorens we onszelf op Cambodjaans grondgebied bevinden. Maar het geluk is met ons, de tempel is gewoon geopend en tussen de (met bordjes aangegeven) mijnvelden door lopen we richting tempel.
Deze 'heilige tempel', honderd jaar voor Angkor gebouwd, is gesitueerd op een geweldig steile klif met uitzicht op een lange tijde door de Khmer Rouge bezette Cambodjaanse jungle. Was een ligging op een heuveltop altijd al belangrijk voor een khmer heiligdom, voor Prasat Khao Phra Viharn was het al helemaal belangrijk omdat de tempel oorspronkelijk gewijd was aan de hindoegod Siva, de god wiens woonplaats de berg Kailasa was. Vooral het hoogteverschil tussen tempelklif en jungle van maarliefst vijfhonderd meter is indrukwekkend. Het tempelcomplex zelf is onvoorstelbaar uitgestrekt en bevat uit rotsgehouwen trappen, wandelgangen, hoven en poorten, en verscheidene mythische figuren die het complex versieren. Wanneer Prasat Khao Phra Viharn gebouwd is is niet duidelijk maar vele aspecten lijken er op te wijzen dat deze tempel in opdracht van koning Suryavarman I werd gebouwd. Sommigen spreken er zelfs van dat deze tempel zijn persoonlijke tempel was, iets dat misschien verklaart waarom het complex na zijn dood door de mens werd verlaten en de natuur haar overnam.
Wij kijken er onze ogen uit en schieten rolletjes
vol en krijgen vanaf het hoogste punt alvast een voorproefje op Cambodja doordat
we een geweldig uitzicht hebben over dit beboste land. Ondanks dat het enige
moeite heeft gekost Prasat Khao Phra Viharn te bereiken en het een vreemde
gewaarwording is om de grens tussen Thailand en Cambodja door een mijnenveld
over te steken is dit bezoekje de moeite meer dan waard geweest. Op de terugweg
stappen we na tien minuten over in de achterbak van een pickup-truck en kunnen
we op het busstation een luxe bus terug nemen naar Ubon. 's Avonds doen we
ons tegoed aan pizza's en salade, iets dat duidelijk beter smaakt dan gebakken
ei met worstjes (die wij als vegetariers duidelijk niet eten als onbijt, hoewel
men dat in ons hotel wel denkt).