Trekking Nepal

'Around Annapurna'

Om een trek rond het gehele Annapurna massief te maken moet je minimaal zestien dagen uittrekken, maar omdat wij het 'rustig' aan willen doen gaan we uit van zo'n twintig dagen, die er uiteindelijk achttien werden. Ondanks alle informatie die we links en rechts vergaren in Pokhara blijft het moeilijk een juiste beslissing te maken over welke trek we willen gaan doen. 'Around Annapurna' klinkt het meeste spectaculair vooral door de hoogte van 'Thorung La', maar niemand kan ons duidelijkheid verschaffen over de moeilijkheidsgraad van deze trek. De reisgidsen hebben het over 'medium to hard' en 'streneous', terwijl de verschillende informatiepunten en zogenaamde reisbureautjes zeggen dat het een makkie is. Ondanks alle tegenstrijdige informatie denken we wel fit genoeg te zijn en besluiten we ons te wagen aan de uitdaging die 'Around Annapurna' heet.

 

Dag 1 Vrijdag 28 maart

Doordat men de aanleg van asfalt in Nepal jaar in jaar uit gestaag doorvoert verschuift ook het startpunt van de trek. Voordat wij aan onze kleine expeditie kunnen beginnen zijn we dus gedwongen onszelf vijf uur lang op te proppen in een minibusje. Maargoed, zo rond de klok van twaalf staan we met pijn in de benen (dat belooft nog wat!) in Besi Sahar, blij als we zijn dat het niet meer regent, voor het eerste checkpoint. Na de nodige stempeltjes en krabbeltjes op onze 'permits' te hebben verkregen kunnen we eindelijk beginnen en zetten we voet richting de indrukwekkende Himalaya's.

Het eerste stuk van de trek lopen we over een weg in aanbouw, waardoor in de toekomst de trek weer korter wordt en het aantal kilometer asfalt in Nepal groter. Toch maakt het eerste stukje van de tocht indruk op ons; de rust is bijna onbeschrijflijk, het water van de 'Marsyangdi'-rivier zo helder en de uitlopen van de Himalaya's zo groen. De zon brandt in onze nek en het lopen is echt zweten geblazen; we zijn dan ook blij met onze iodine-tabletten die ons in staat stellen kraan- en rivierwater te drinken, zoveel als we nodig hebben. Na drie uur lopen komen we op onze bestemming voor vandaag aan, Bhulbhule. Bhulbhule ligt op een hoogte van 830 meter en gezien het feit dat Besi Sahar op 823 meter ligt kan je gerust stellen dat we eigenlijk nog niets gestegen zijn. In Bhulbhule maken we voor het eerst kennis met 'porters', de Nepali-mannen die aan een band om hun voorhoofd de zwaarste dingen naar boven dragen; in ons geval grote manden met zo'n dertigtal luidtokkelende kippen. Het dorpje zelf vinden we echt geweldig, geen auto's, bussen of fietsen alleen wandelaars, dragers en ezelkaravaans. Omdat de vermoeidheid de eerste dag flink in onze benen zit gaan we vroeg ons bedje in en kijken alweer uit naar de dag van morgen.

 

Dag 2 Zaterdag 29 maart

Wat we toch allemaal niet overhebben voor het goed afleggen van onze trek. Ondanks dat we echte uitslapers zijn willen we vroeg opstaan zodat we, voordat het echt heet wordt, al een groot deel van de geplande afstand hebben afgelegd. Maar sommige mensen overdrijven echt; om vijf uur zitten we rechtop in ons bed omdat onze luidruchtige Israelische (bekende combinatie in Azie!) buren opstaan, zachtjes doen dat kennen ze blijkbaar niet. Omdat we nu toch wakker zijn besluiten we ook maar te gaan ontbijten. Helaas zijn de weergoden ons deze morgen niet echt goed gezind en vetrekken we in de stromende regen. Maar gelukkig hebben we voor vertrek twee regenponcho's gekocht en deze doen (nog! Nepalese kopie he!) prima hun werk.

Over de meterslange metalen hangbrug van Bhulbhule lopen is een ware 'thrill' voor ons, wiebelend en knarsend (zou deze constructie het wel houden?), met snelstromende water onder ons, lopen we naar de overkant van de 'Marsyangdi'-rivier. De route loopt vervolgens door kleine houten nederzettingen, langs vele rijstterrassen die tegen de heuvels zijn opgebouwd, en we krijgen voor het eerst uitzicht op echte bergen; nog geen sneeuwtoppen maar toch. De bergen verdwijnen echter snel weer uit zicht en we komen helaas weer in de regen terecht. Onze eindbestemming voor vandaag was eigenlijk Sange maar omdat we dit dorpje, of eigenlijk de theehhuisjes (overnachtingsplaatsen) daar, maar niets vonden besloten we door te lopen naar Jagat, gelegen op 1250 meter, waar we een goed theehuisje vinden en na ons maaltje snel in ons bed duiken. Moe moe en nog eens moe!

 

Dag 3 Zondag 30 maart

Ook vandaag zijn we vroeg uit de veren, niet geheel volgens de aard van het beestje maar het enthousiasme is de eerste week nog zo groot dat we gewoon niet kunnen blijven liggen. Het belooft vandaag een zware klim te worden, van Jagat gelegen op 1250 meter naar Dharapani, bijna 700 meter hoger. En dat merken we, hoewel de de eerste helft van de dag naar het plaatsje Tal opvallend snel afleggen. We halen flink wat medetrekkers in, iets waar we onbewust erg goed in aan het worden zijn, op onze tocht over kleine steile glibberige bospaadjes, wadend door vele stroompjes, iets dat ons veel moeite en liters zweet kost - wat een hitte zo vroeg op de dag. De bepakte en bezakte ezels die ons tegemoet komen lijkt het een stuk gemakkelijker af te gaan; wonderbaarlijk, hoe zij zich met al die kilo's op hun rug zo makkelijk over de gladde smalle paadjes bewegen. Er is ook meer verwondering en respect van onze zijde ten opzichte van het zware werk dat deze kleine maar stevige dieren verzetten dan dat we het zielig vinden dat ze dag in dag uit moeten sjouwen; ze lijken goed behandeld te worden en een ander manier van goederentransport is er in dit onherbergzame gebied niet, behalve dan de vele Nepali die zelf vele kilo's op de rug dragen om goederen van het ene dorpje naar het andere te vervoeren.

Ook vandaag is het landschap weer uitzonderlijk mooi, groen, afwisselend en bovenal vredig. We ervaren de rust en stilte die geheel nieuw voor ons is, een vredigheid die zich manifesteert in helder blauw stromend water, groene bossen en een magisch berglandschap. Vlak voordat we Tal bereiken ligt er een uitputtende klim, waar maar geen einde aan lijkt te komen, in het verschiet, maar het uitzicht dat we over Tal hebben maakt het de moeite meer dan waard. Dat de brede, vlakke valei waarin het dorpje ligt ooit een meer moet zijn geweest is goed in te denken en de naam van het dorpje (Tal beteken 'meer') getuigt hiervan. We laten onze 'permits' stempelen, houden lunch (we beginnen al aardig te wennen aan de 'noodles' en 'dal bhat' die Nepali 's middags naar binnen werken) en besluiten door te lopen naar Dharapani.
We lopen langs de rivier, over kliffen en suspensiebruggen naar de andere kant van de vallei. Soms twijfelen we eraan of we wel op het juiste pad lopen, en aan de goede kant van het water, maar we blijken elke keer goed te zitten, zo getuigen de door landverschuivingen verdwenen paden aan de andere kant van waar wij lopen. Als we in eindbestemming Dharapani arriveren worden we blij verrast door 'chortens' (stupa's) aan begin en einde van het dorp, de ronde stenen boeddhistische monumenten die relikwieen bevatten en ons in het dorpje verwelkomen; ook de 'kanis', poorten over het pad bij aanvang van een dorpje, zijn een prachtige welkom, met hun mooie decoraties en schilderingen. Een beter welkom kunnen we ons niet wensen en tevreden over het verloop van de dag strijken we neer voor een theehuis annex hotel, alwaar we genieten van een lekker pot thee, een goed maaltje en een diepe slaap.

 

Dag 4 Maandag 31 maart

Deze dag staat de tocht van Dharapani (1920 meter) naar Chame (2630 meter) op het programma, een gemiddeld lange dag van zo'n vijf a zes uur lopen. We merken voor het eerst dat we al een aantal dagen flink aan het lopen zijn als we maar moeilijk op gang komen deze morgen en de benen ons echt niet het steile pad op willen dragen. Maar de sneeuwtoppen van de Annapurna's raken in zicht en plotseling willen de benen weer, hier kwamen we immers voor, het zicht op de met sneeuw bedekte bergen (die je ook van Pokhara moet kunnen zien, maar wat ons nooit gelukt is door het gebrek aan mooi weer). Het pad voert ons door dennenbos en we moeten ons een weg banen over steenhopen en smalle richels, daar grote stukken land zijn weggegvaagd door landverschuivingen. Een direct gevolg van de grote hoeveelheid houtkap door de lokale bevolking, maar niet zo gemakkelijk te verhelpen als we zouden willen. Alternatieven op het gebruik van hout als brandstof zijn er wel, maar gas en kerosine zijn prijzig en niet gemakkelijk verkrijgbaar op zulke extreme hoogtes. Je kunt het de lokale bevolking eigenlijk ook niet kwalijk nemen dat ze hun eigen leefomgeving zo kwetsbaar maken voor landverschuivingen, het is voor hun de enige manier om een leefbaar leven te leiden. We ervaren op onze trektocht vaak genoeg dat het leven van veel Nepali in zulk onherbergzaam gebied niet gemakkelijk is. Toch is het schokkend om te zien op welke grote schaal er hout gekapt wordt, helemaal als we vandaag onze weg banen door een gebied dat speciaal aangewezen lijkt te zijn voor houtkap; wat een massale verwoesting, wat een pijnlijk slachtveld, wat een realiteit!

We sluiten onze ogen snel voor deze realiteit en zijn blij met de schoonheid van het bos dat nog wel staat. We hebben het vandaag toch al een beetje zwaar als het dorpje waar we willen verblijven, Temang, onvindbaar is en we gedwongen zijn langer dan gepland door te lopen. Gelukkig ligt Chame niet veel verder en ook hier worden we verwelkomd door een grote hoeveelheid 'prayerflags', de vrolijk gekleurde Tibetaanse vlaggetjes met gebeden die 'gesproken' worden wanneer de wind met de vlaggetjes speelt; en de lange rijen 'prayerwheels', de cilindrische draairollen met gebeden die varieren van handgrootte tot hoogtes van meerdere meters, en van fraai handwerk tot simpele nescafeblikken. Chame is een iets grotere stad en voorzien van alle gemakken, voor zover mogelijk op deze hoogte.

We belanden in een hotel met satelliettelevisie en zijn getuigen van typische Nepalese televisie; tieners die westerse popmuziek playbacken of zelf live zingen, en de gehele tienerpopulatie van Chame die lustig de dansbewegingen van Britney Spears nadoet. Het moge duidelijk zijn dat we ons prima vermaken in Chame!

 

Dag 5 Dinsdag 1 april

Vandaag gaat de tocht van 2630 meter naar 3100 meter, Pisang. Lange tijd lopen we door dichte bossen en over rotsige richels. Na zo'n drie uur lopen krijgen we zicht op de dramatische Paungda Danda Rotsmuur, een echt onvoorstelbaar gezicht; een metershoge grijze stijle muur met op top witte sneeuw! Een beetje vergelijkbaar met een immens grote stuwdam, maar dan niet kunstmatig en zonder water, 1500 meter hoger dan de rivier die er met een sneltreinvaart onderlangs dendert. Met de muur nog lange tijd in het zicht vervolgen we onze tocht naar het grappige dorpje Pisang, in het gezelschap van een Nepali op leeftijd die ons inhaalt waarna wij hem weer inhalen, en so on. Het is vaak onvoorstelbaar dat deze mannen vele kilometers afleggen om ergens een jerrycan benzine te halen, om vervolgens het zware vrachtje richting huis te dragen. De beige-roze-grijze hoedjes die veel van hen dragen wijzen op de koningsgezindheid van de Nepali in kwestie en trots die er is ten aanzien van het Nepali-zijn, zo leren we van hem.

Typisch aan Pisang is de verdeling van het dorpje in een lager gedeelte aan de rivier en een hoger gedeelte opgeworpen tegen de bergwand. We maken het onszelf makkelijk en besluiten in het lagere gedeelte te overnachten, zo onszelf een hoge klim besparend. We springen onder de zon verwarmde douche en genieten van de reeds behaalde resultaten en het nog steeds geweldige en overdonderende uitzicht op het berglandschap.

 

Dag 6 Woensdag 2 april

Ondanks de ontoegangelijkheid van de Annapurna regio voor enige vorm van verkeer is het toch verbazingwekkend dat men met simpele middelen al het benodigde en meer naar boven weet te krijgen. Om een voorbeeld te geven: in de Annapurna regio zijn tientallen metalen suspensiebruggen op de meest verlaten en moeilijk bereikbare plekken gebouwd. Om deze bruggen te bouwen hebben dragers en ezels alle benodigde bouwmaterialen, varierend van cement tot staalkabels, naar boven moeten dragen. Met de komst van het toerisme wordt ook de vraag naar westerse producten groter en zo zie je 'porters' lopen met chocolade repen, wc-papier en andere westerse producten. Naast de gebruikelijke 'porters' die bouwmaterialen, kippen en voedsel naar boven dragen zijn er ook nog dragers die door westerse toeristen worden ingehuurd hun spullen te dragen. Meestal betekent dit dat zij een grote rugzak dragen en de toerist een kleine, maar er zijn mensen die echt misbruik maken van de ingehuurde diensten en die hun drager bepakken met drie grote rugzakken, en als deze nog steeds sneller loopt dan zij, deze verzwaren met stenen. Met deze dragers hebben we echt medelijden en we zijn dan ook blij dat wij ervoor gekozen hebben met twee kleine rugzakjes de bergen in te trekken en deze zelf te dragen.

De route vervolgt zich vandaag van Pisang naar Manang dat gelegen is op zo'n 3500 meter en waar we een verplichte rustdag nemen om te acclimatiseren. We zijn aangekomen in de 'Nyesyang' regio, een regio die veel droger is dan het gebied waar we tot nu toe doortrokken. In de monsoen valt in dit gebied maar weinig regen waardoor het veel stoffiger en droger is. Ondanks de hitte en de sterke wind vordert onze toch voor vandaag snel en we besluiten zelfs een grot te bezoeken die met een bordje langs de route wordt aangegeven. Na een lange wandeling over de 'steppe' komen we bij de voet van een berg aan en we beginnen aan de klim naar de grot; maar hoe hoog we ook stijgen, geen grot. Teleurgesteld lopen we terug en we komen vermoeid aan in Manang. Daar trakteren we onszelf op een kamer met mooi uitzicht op de bergen, lekker eten en een lekker bed.

 

Dag 7 Donderdag 3 april

Een dag rust! Dat hebben we wel verdiend, we lopen zelf voor op ons 'schema'. Manang is een 'kale' stad; zanderige paden en rotspartijen aan de ene kant van de stad, de Annapurna's aan de andere kant. Vandaag slapen we lekker uit en maken een wandeling langs de rand van de stad. We verbazen ons over de vuilnis en dode dieren die hier neergestort lijken te zijn, niet echt een vrolijk gezicht. Manang zelf is een zandkleurige stad die wordt opgekleurd door de vele 'prayerflags' die overal boven de huisjes uitsteken en langs de 'prayerwheels' hangen, we zijn onder de indruk! Het plaatje kan voor ons niet mooier als de eerste sneeuwvlokjes uit de hemel neerdwarrelen.

 

Dag 8 Vrijdag 4 april

Na een dagje rust hebben we er weer zin in en wandelen we vol moet van het 3500 meter hoge Manang naar Yak Kharka, gelegen op 4090 meter. Hoewel het mogelijk moet zijn in een dag de afstand tot aan de Thorung La pas af te leggen, daar lokale handelaren met hun paarden zelfs tot het volgende plaatsje na de pas komen in een enkele dag, klimmen wij de 2000 meter tot aan de pas op in fases. Yak Kharka ligt niet ver van Manag vandaan maar met alle enge verhalen over accute hoogteziekte is het voor ons ver genoeg. Kunnen we nog een beetje acclimatiseren, en daar we nog steeds geen last hebben van blaren of andere gebreken (even afkloppen) willen we het lot niet tarten en relaxed aan doen.

Aan de natuurlijke omgeving merken we duidelijk dat we nu echt hoog zitten. We hebben de hoge bomen achter ons gelaten en zijn aangekomen op een hoogte waar er hoofdzakelijk grassen groeien. We zien veel wildbehaarde berggeiten die met hun voorpoten eetbare wortels uitgraven. De weg naar onze bestemming voor vandaag is stijl maar niet moeilijk begaanbaar. Het dorpje zelf stelt weinig voor maar dat is ook niet zo vreemd; we vragen ons hard af waarom Nepali hun hele leven op dergelijke onbegaanbare plekken doorbrengen en hoewel het aantal Nepali in vergelijking met lager gelegen dorpen hier klein is, wonen er toch nog onvoorstelbaar veel. We worden nog steeds vrolijk begroet met het bekende 'Namaste' dat zoveel betekent als 'ik buig voor de god in u' maar redelijk lichtzinnig wordt gebruikt. Het werkt zo positief op het humeur dat ook wij deze groet accepteren en adopteren. Het is prachtig om te ervaren dat het uitbundige gegroet tussen totale vreemdelingen zo'n vrolijkheid en plezier teweegbrengt.

Yak Kharka doet zijn naam eer aan als we vlak voor het dorpje voor het eerst van dichtbij een yak zien, een reuze harige koe die zich door weer en wind op extreme hoogtes begeeft. De kou is nu niet alleen 's nachts maar ook overdag goed merkbaar en we kruipen met onze medetrekkers (hoewel we solo op pad zijn ontmoeten we aardig wat medetrekkers) cosy weg rond het vuur in een van de door een familie gerunde eetgelegenheden. Vuur en kaarsen, daar moeten we het van hebben, want electriciteit is op 4 kilometer boven zeeniveau ver te zoeken.

 

Dag 9 Zaterdag 5 april

Vandaag is misschien wel de zwaarste dag van de hele trek geweest. Niet dat we deze dag over de pas moesten, nee eigenlijk was het maar een wandeling van zo'n drie uur. De vooruitzichten voor deze dag waren al niet zo best, maar dat het zo'n vervelende dag zou worden hadden we niet voorzien. Het begon allemaal de voorgaande avond toen de hemel zich opende en het gehele landschap voorzag van een centimeters dik pak sneeuw. Onder de vele dekens weggestopt op zoek naar nog een beetje warmte voelden wij er niets voor vroeg op te staan, om ons vervolgens een weg door de verse sneeuw te banen; nee, wij blijven nog even liggen. Helaas verdwijnt de sneeuw niet voor de zon en zo staan we om elf uur dik ingepakt, klaar om te vertrekken. De eerste twee uur stampen we lekker door de sneeuw, genieten we van het landschap en zijn vrolijk op weg naar Thorung Phedi, gelegen op 4420 meter. Maar na deze twee uur wordt de trek zwaar, heel zwaar.

Als we moeten dalen richting de rivier blijkt het pad (en het enige pad) door verschuiving voor delen te zijn weggevaagd en de overgebleven stukken spekglad geworden te zijn door sneeuw en ijs. Maar er is geen weg terug, niet voor ons! Centimeter voor centimeter dalen we richting de brug, steunzoekend op stukken rots die helaas niet altijd vast blijken te zitten. Maar vallen is hier geen optie, en wat gevaarlijke momenten en glijpartijen later staan we trillend op onze benen aan de overkant, oef! Gelukkig lopen we nu aan de zonnige kant van de vallei waardoor er geen gevaar meer is van de sneeuw. Maar dat de gevaren vandaag niet willen wijken blijkt als we even rusten. Na wat steentjes van hogerop langs ons heen te hebben zien rollen beginnen we ons een beetje zorgen te maken, en de zorgen worden groter naarmate de stenen dit ook worden. We besluiten snel door te lopen en zijn blij dat niet alles voor onze neus naar beneden komt vallen. De laatse meters naar Thorung Phedi lijken uren te duren, onze benen willen niet meer, de vermoeidheid slaat toe, kortom we hebben onze dag niet.

Thorung Phedi heeft niets meer te bieden dan een aantal barakken, eetschuren en gelukkig extra dekens, want koud is het hier zo dicht bij de top. Vanaf deze plek zullen we morgen beginnen aan de geweldige klim van 1000 meter naar de pas. Vandaag willen we alvast een stuk hoger lopen om de risico's op AMS (Accute Mountain Sickness) te verkleinen. Echter na een half uurtje klimmen zakt ons de moed in de schoenen. Niet echt zachtzinnig zijn enkele 'porters' bezig een lichaam van een man in een vluchtig gefabriceerde 'bodybag' naar beneden te slepen. Als ze zich ervan bewust worden dat ze toeschouwers hebben besluiten ze het levensloze lichaam toch maar te dragen. Wij zijn verward en geschokt, als snel komen de eerste vragen bij ons op: wie is het? Wat is er gebeurd? Hoe veilig is het eigenlijk daarboven? Het lijkt wel alsof de gehele omgeving gedompeld gaat in treurigheid. De lucht wordt grauwig, iedereen is aangeslagen en de eerste regendruppels vallen neer in het rauwe landschap van de Himalaya's. Het levensloze lichaam wordt achtergelaten bij een geimproviseerde helikopterlandplaats in afwachting van een pick-up die, zo leren wij snel, vandaag niet meer zal komen. Aangeslagen en verward lopen we terug naar Thorung Phedi waar we van een 'porter' van een Deense medetrekker te horen krijgen wat er gebeurd is.

Naar het schijnt (want verhalen krijgen snel een eigen leven) was de overledene een Duitse man van 65 jaar; op weg naar de pas, bijna de top bereikend, kreeg de arme ziel last van zijn hart. Hartmassage mocht niet baten en helaas heeft hij het leven gelaten op zo'n 5000 meter hoogte. Van enige blijheid is natuurlijk geen sprake maar iedereen en ook wij zijn enigszins opgelucht dat het overlijden van deze man geen gevolg van AMS is. Later horen we nog dat hij de trekking 'Around Annapurna' als een van de laatste grote dingen in zijn leven wilde doen, en we hopen dan ook dat hij in ieder geval tot aan het hoogste punt heeft genoten.
's Avonds aan de eettafel wordt het ene AMS-spookverhaal met het andere uitgewisseld, en mensen beginnen zich steeds meer zorgen te maken of zij de oversteek over Thorung La wel halen. Sommige besluiten zelfs terug te keren naar Manang. Wij verlaten het sombere gezelschap snel en gaan vroeg naar bed want wij willen morgen vroeg op om de pas in de vroege morgen met helder weer te kunnen passeren.

 

Dag 10 Zondag 6 april

Thorung La is een van werelds hoogste passen die men kan bewandelen zonder aan bergbeklimmen te doen. Dat dit niet zonder risico's is blijkt uit het feit dat elk jaar trekkers overlijden aan AMS, kou en lawines. De pas is van midden december tot midden april meestal 'gesloten' vanwege hevige sneeuwval. Een snel rekensommetje leert ons dat het nog geen 15 april is en dat we er dus rekening mee moeten houden dat we terug moeten keren als de pas geblokkeerd blijkt te zijn. Om een reden die bij niemand bekend is zijn er trekkers die denken dat ze om drie uur in de nacht moeten beginnen aan deze meest zware dag van de trekking. Omdat zo rond het middaguur een sterke wind opzet op de pas is het wel zaak voor deze tijd Thorung La gepasseerd te zijn, maar klimmen in het donker is naar onze mening echt absurd en totaal niet nodig. Ons plan is om bij ochtendgloren de eerste stap te zetten richting Thorung La. Als ons wekkertje om vijf uur rinkelt is de lucht nog donker en is het stervenskoud, reden voor ons om ons nog even om te draaien. Na een ontbijtje dat iets te lang op zich laat wachten beginnen we als een van de laatsten aan de klim. Dik ingepakt, mutsen en handschoenen aan, zetten we voet richting 'Highcamp'. Al snel breekt het zonnetje door en vanwege het intensieve geklim verdwijnen al snel de muts, handschoenen en jas in de rugzak. Na zo'n drie kwartier klauteren over de losliggende stenen komen we in de buurt van 'Highcamp'. Ook de eerste echte moeilijkheden komen we hier tegen: paden die door ijs en sneeuw glad en moeilijk begaanbaar zijn of totaal verdwenen zijn onder meters dikke sneeuw. Toch weten we 'Highcamp' al glibberend, glijdend en diep wegzakkend in de sneeuw te bereiken.

Helaas voor ons wordt het van hieraf niet gemakkelijker, integendeel. Daar waar ooit een slingerend pad langs de rand van berg en diepte liep ligt nu een metersdik pak sneeuw met een smal glibberig loopgleufje erin. Balend (voor het eerst) dat we geen wandelstokken hebben beginnen we aan dit stukje voor stalen zenuwen. Door de dikke sneeuw lopen is geen probleem is het niet dat een keer vallen betekent dat je meters lager eindigt met waarschijnlijk niet meer geheel functionerende ledematen. Stapje voor stapje banen we ons een weg door de dikke sneeuw, zwetend van inspanning, en voorzichtig bereiken we uiteindelijk een brug vanwaar we verder klimmen, hoger en hoger. Het klimmen is zwaar en moeilijk, niet in de laatste plaats omdat we duizend meter moeten stijgen; ook de verandering in atmosfeer maakt het stijgen een vermoeiende zo niet uitputtende bezigheid. Vaak rusten is het advies en in zo'n geweldig landschap als dit zou het ook zonde zijn dit niet te doen. De uitzichten vanaf deze hoogtes zijn werkelijk meesterlijk te noemen. Overal waar je kijkt zijn de hoge pieken van de Himalaya's. Naarmate de ochtend verder vordert blijkt de dag geweldig mooi te zijn, strak blauwe lucht, witte sneeuw en natuurlijk hoge bergen! Eigenlijk kunnen geen woorden de omgeving goed beschrijven en we laten het dan ook aan eenieders fantasie over, en voor de belangstellende zijn er natuurlijk straks de foto's van dit waanzinnige landschap dat Thorung La heet.

Vermoeidheid maakt plaats voor vreugde als we over de maagdelijk witte pas heen zijn en we de magische hoogte van 5416 meter bereiken. We genieten van het uitzicht en zijn blij dat we het gehaald hebben en dat de pas niet door zware sneeuwval geblokkeerd was. Maar de dag zit er nog niet op. Voordat we Muktinath, onze bestemming voor vandaag, bereiken moeten we eerst nog zo'n 1600 meter dalen, een echte 'knee-killer' zo omschrijft de Rough Guide. Doordat er lange tijd nog sneeuw op ons pad ligt 'skieen' we het eerste stuk naar beneden, dat wil zeggen: skie-bewegingen makend en flink glijdend over de dikke sneeuw dalen we in een snelle vaart. De laatste twee uur lopen we weer de warmte in en slaat de vermoeidheid toe. Na zeveneneenhalf uur zitten we in een hotel in Muktinath aan de Tibetaanse thee, moe maar voldaan. We vonden het een bijzondere en mooie dag en bedanken de weergoden voor de heldere hemel. En een beetje trots zijn we wel, ongekend hoog zijn we gegaan en we hebben de 'crossing' overbrugd in nog geen acht uur, iets dat niet slecht is!

 

Dag 11 Maandag 7 april

Voordat we deze morgen Muktinath verlaten en op weg gaan naar het zo'n 1000 meter lager gelegen Kagbeni (2810 meter) bezoeken we hetgeen dat Muktinath - op religieus gebied dan - een van de meeste belangrijke steden van Nepal maakt: de boeddhistische tempel en onderweg een aantal andere religieuze heiligdomen, zowel boeddhistisch als hindoeistisch. Het plaatsje is een belangrijk pelgrimagecentrum voor zowel boeddhisten als hindoes vandaar de vele Nepali en zelfs Indiers die we, naarmate wij afdalen richting Pokhara, omhoog zien lopen. Vooral de saddhus, vaak shaiviten, vormen een waar schouwspel met hun vrolijke doch sobere kleding en hun drievork, en deze mannen roepen groot respect bij ons op. Vooral gezien het feit dat voor veel van hen de pelgrimage in het zuiden van India is begonnen, zo lezen we later. Het schijnt de heilige combinatie van aarde (de ligging in de Himalaya's en specifiek tegen Thorung La aan), vuur (gasbellen uit de aarde die een eeuwige vlam produceren) en water (een bron van heilig water) te zijn die Muktinath zo belangrijk maken op religieus gebied.

Ook buiten Muktinath is het Nepal dat we op deze trekking leren kennen op religieus gebied geweldig fascinerend. Hoewel we aardig wat hindoeisme meekrijgen is het vooral het boeddhisme dat in deze Annapurna regio overheerst, met name in haar tibetaanse vorm. Het gaat te ver om hier in detail de verschillende vormen van boeddhisme in Nepal uit te leggen, maar de specifiek tibetaans boeddhistische nadruk op het weergeven van de boeddhistische principes in esoterische symbolen is zo duidelijk merkbaar. Geheel de regio is doordrenkt van afbeeldingen van het boeddhistische levenswiel op 'thankas' (boeddhistische zeer gedetailleerde rolbeschilderingen op doek) en fresco's op kloosteringangen van boeddhistische stupa's die verworden zijn tot complexe weergaves van boeddhistische kosmologie; en van ontelbare 'prayerwheels' en 'prayerflags' die het tibetaans boeddhisme onvoorstelbaar vrolijk en toegankelijk maken. Er is hier geen onderscheid merkbaar tussen dagelijks leven en religieus leven, leven is hier religie en religie dagelijks leven. De hoofdzakelijk Tibetanen of afstammelingen ervan die in deze regio leven, lijken een met hun boeddhisme dat in plaats van alleen in kloosters zich vooral afspeelt in huis en op straat. Overal zien en horen we 'Om Mani Padme Hum', de mantra van de boddhisattva van medelijden, Avalokiteshvara, die zoveel betekent als 'ode aan de juweel die in de lotus is', maar meestal uitgelegd wordt als 'lang leven'. Een lang leven van geurige wierook, mantra's chanten, het bewegen van 'prayerwheel' en het zijn van een trotse Tibetaan, want de 'Free Tibet' movement is hier nog aanzienlijk groot en een belangrijk deel van het dagelijks leven in de bergen van Nepal, zo vlak naast thuisland Tibet.

Omdat de dag al vordert pakken we onze rugzakjes op en vervolgen we onze tocht door de Annapurna's, op weg naar Kagbeni. In vergelijking met de afgelopen dag een makkie, zij het niet dat er een nare harde wind is opgekomen die het lopen vermoeilijkt. Maar ook vandaag is de eindbestemming het stevige tegen de wind in lopen meer dan waard. In het rotsachtige berglandschap, de uitlopers van de Annapurna's, is Kagbeni een groene oase en een stadje dat uit een ver verleden lijkt te zijn gekomen. Geweldig zijn de kleihuisjes die dicht op elkaar staan, de nauwe gangen en paden en de imposante kloosters en stupa's. We belanden in een guesthouse waar we een groep ontmoeten die net terug is uit 'Upper Mustang', een stukje trekking waarvoor speciale 'permits' nodig zijn, en een op en top Nederlands stel. Dat is lang geleden, even lekker bijkletsen in moerstaal!

 

Dag 12 Dinsdag 8 april

Zodra we de groene oase die Kagbeni is verlaten belanden we opnieuw in het woestijnachtige berglandschap dat dit eerste deel van de trek na de Thorung La pas omvat. Opnieuw een onvoorstelbaar landschap, zeker na de sneeuw op Thorung La, al dat zand tussen de kale bruine bergen. Omdat we vroeg opgestaan zijn, zijn we de harde wind die aan het einde van de morgen opzet nog voor en in alle rust banen we ons een weg door de rivierbedding van de 'Kali Gandaki'. Het loopt alles behalve lekker maar de bomen en groen landcshap zijn in zicht en daar kijken we erg naar uit. Hoe mooi het sneeuwlandschap ook is, we hebben de groene natuur erg gemist de afgelopen dagen en we kijken erg uit naar het lopen door het bos. Maar op echt bos en weidelandschap moeten we nog even wachten tot na Jomsom. Deze stad is de eerste stad na de pas met een kleine luchthaven en hierdoor is dit deel van de 'Around Annapurna' trek, ook wel 'Jomsom' trek geheten, veel makkelijker begaanbaar en daarmee ook populairder.

Hoewel we ook een aantal mensen vanuit tegenovergestelde richting tegenkomen, mensen die dus vanuit Pokhara richting Jomsom lopen (maar niet de pas over gaan omdat dat vanaf de kant van Muktinath haast ondoenbaar is) ontmoeten we na Jomsom vooral mensen die met ons mee naar beneden lopen en die ingevlogen zijn op Jomsom, een vlucht van een kwartier vanaf Pokhara. We storen ons niet aan de grotere hoeveelheid medetrekkers aan deze kant maar waarderen des te meer de rust en stilte van de trek aan de Manang-zijde van de pas. Dat was trekken, dit is meer een gezellige en relaxte 'stroll in the park'. Maar als na Jomsom de harde wind alsnog de kop op steekt moeten we ons toch nog inspannen om Marpha te bereiken, onze slaapplaats voor de komende nacht, gelegen op 2665 meter. De rest van de dag genieten we lekker van de rust die de hoteltuin ons biedt en hoeven we even niets. Marpha zag er op het eerste gezicht geweldig gezellig uit vandaar dat we besluiten een dagje extra door te brengen in dit dorpje zodat we Marpha en haar omgeving beter kunnen leren kennen. Maar dat is stof voor morgen...

 

Dag 13 woensdag 9 april

Marpha is een netjes en heel knus dorpje op de rivierbedding van de 'Kali Gandaki'. Omgeven door veel groen en met huisjes waarop grote stapels hout zijn gelegd. Een prima dorpje voor een dagje rust. We wandelen een beetje door en om het dorpje heen, bekijken een aantal van de vele kleine winkeltjes met voornamelijk Tibetaanse hebbedingetjes en brengen een bezoek aan het boeddhistische klooster van de de Nyingma-pa ('Rode Hoed') sekte, de oudste van de vier belangrijkste tibetaans boeddhistische sekten. Het is de eerste keer dat we een tibetaans boeddhistisch klooster van binnen zien en we zijn erg onder de indruk van het kleine maar fraaie klooster. Een kleine monnik van een jaar of dertien, reeds negen jaar monnik, leidt ons rond. Vooral de tempelruimte is fascinerend, zo gedetailleerd en vrolijk beschilderd en vooral de grote stapels handgeschreven 'prayerbooks' zijn ons bijgebleven.

Een dagje rust is voldoende en we bereiden ons voor op een aantal dagen flink lopen; we hebben er nog steeds zin in!

 

Dag 14 Donderdag 10 april

We vervolgen vandaag onze route en dalen verder af richting Kalopani. We trekken door de 'Kali Gandaki'/'Thak Khola' vallei. Deze vallei was eeuwenlang een belangrijke handelsroute tot 1959. Handelaren ruilden zout dat afkomstig was uit zoutwatermeren in Tibet voor rijst en granen uit het geheuvelde van Nepal. Ook ruilden ze suiker, thee, tabak en kruiden maar de zout voor rijst- en graanhandel domineerde de economie. Deze handel is heden ten dage verdwenen, niet alleen door de politieke verandering in Tibet, maar ook omdat Indiaas zout tegenwoordig goedkoper is.

Op ons pad door de rivierbedding halen we veel ezels in, en een aantal blijkt goed naar ons te luisteren en vergezelt ons naar het volgende dorpje. Bij aankomst in Kalopani betrekt de lucht en zijn we net voordat de hemel zich opent binnen. Dit is maar goed ook want in Marpha hadden we onze regenponcho's geruild voor souveniers, in de veronderstelling dat het mooi weer zou blijven. Een beetje naief misschien maar we hebben er wel leuke spulletjes voor terug gekregen!

 

Dag 15 Vrijdag 11 april

Voor deze dag hadden we eigenlijk een langere afstand gepland maar een uur of wat voordat we de eigenlijke bestemming Tatopani bereiken begint het te regenen, alweer! En aangezien leuke souveniers ons niet tegen nattigheid beschermen zoeken we onze toevlucht in een knus hotelletje in Dana.

Hoewel het nog steeds leuk wandelen is, ook aan deze kant van de pas, is het landschap minder spectaculair. Daarmee is er ook minder om over te schrijven……. De weg slingert door de groene vallei waarin we ons noodgedwongen moeten ophouden voor de nacht. Maar het leuke guesthouse serveert heerlijk vers gebakken appeltaart en we genieten van de geweldige ligging van het guesthouse. Overal zien we roze bloemen in het landschap, groene bergen en ronddwarrelende kippen op het erf, wat wil een mens nog meer!

 

Dag 16 Zaterdag 12 april

Omdat we een stuk lopen van de afgelopen dag moeten inhalen gaan we vandaag vroeg op pad. We waren 'by the way' toch al wakker want onze kamer bleek precies te liggen boven het woongedeelte van de familie die het guesthouse runt. En in de buurt van een Nepali-familie overnachten blijkt in praktijk veel luidruchtigheid, laat naar bed en extreem vroeg weer op. Daar zorgt de vrouw des huizes in dit geval wel voor.

We zullen vandaag niet in Tatopani overnachten zoals gisteren de bedoeling was, maar trekken wel wat extra tijd uit voor het dorpje. We houden er een vroege lunch en bezoeken de 'hot springs' van het dorpje. Tatopani heeft zijn naam te danken aan deze warmwaterbronnen want Tatopani betekent in het Nepalees 'warm water'. Het gehele dorpje lijkt het te doen op de toeristenindustrie, en deze toeristen lijken weer te komen voor de 'hot springs'! Vol verwachting dalen we af naar de oever van de rivier waar de bron zich moet bevinden. Zwaar teleurgesteld zijn we als het blijkt te gaan om twee grote cementen bakken die via een tuinslang worden gevuld met warm water uit een bron hogerop de berg. Wat een waardeloze attractie!

Snel vervolgen we onze weg want Tatopani biedt verder weinig om er speciaal een nacht voor door te brengen. Maar al snel hebben we spijt…. Het is inmiddels bloed- en bloedje heet geworden en er blijkt een gigantische klim op het programma te staan. Gelukkig zijn het 'slechts' drie uurtjes klimmen naar Sikha, het plaatsje waar we vannacht willen overnachten, zo zegt de kaart ons. Maar hoe graag we ook zouden willen dat het anders was, we moeten bijna duizend meter stijgen om Sikha op 1980 meter te bereiken en het duurt en duurt maar. We hebben het zwaar vandaag en proberen de vele rustpauzes die we geneigd zijn te nemen zoveel mogelijk te beperken. We hebben ook weer eens veel te weinig water bij ons en het kraanwater langs de route ziet er zelfs na toevoeging van iodine-tableten ondrinkbaar uit. Gelukkig is de prijs van cola hier enigzins betaalbaar (ja ja, cola is overal langs deze route verkrijgbaar, how commercialized!) en kunnen we ons onderweg tegoed doen aan dit bruine drankje. En bieden de 'chautaaras' ons de nodige rust op weg naar het zo hoog gelegen Sikha. Deze stenen rustplaatsen onder grote banyan- of pipalbomen bieden een welkome schaduw aan reizigers maar zijn eigenlijk bedoeld voor dragers om hun zware bepakking op te zetten terwijl ze pauzeren tijdens de hete en steile klim. Veel van de chautaaras zijn overigens gebouwd in naam van een overleden familie lid.

Als we eindelijk de plaats van bestemming bereiken is de opluchting groot. Het duurde vandaag langer dan verwacht, zo'n twee uur langer dan de drie uur die er volgens de kaart voor staan. Maar dat is eerder een foutje van de kaart dan een te langzaam lopen van onze kant. Er bleken meer mensen last van te hebben, bovendien lopen wij in vergelijking met anderen echt snel. Een ding weten we wel: morgen nog vroeger op om voor de hitte toeslaat de nog eens 1000 meter hoge klim te maken die ons rest naar 'Poon Hill' en het geweldige uitzicht op de bergen die we de afgelopen zestien dagen doorkruist hebben. Maar nu eerst een wel verdiende nachtrust!

 

Dag 17 Zondag 13 april

Hoewel we 'worse case scenario's' identiek aan die van gisteren verwachtten, valt het vandaag gelukkig weer mee. Het begin lijkt haast gemakkelijk met uitzondering van de vele meters die we per smalle geimproviseerde traptreedjes aan het begin van de route moeten opklimmen. We stijgen door rhodondendron- en magnoliabossen en moeten voortdurend plaatsmaken voor de vele ezels die met hun zware bepakking de tocht met ons maken. Dit is een geweldig gezicht, de ezelkaravaans in exotische kleuren met hun logge bepakking, vergezeld van melodieuze bellen die van veraf al herkenbaar zijn.De fraaie hoofdtooi van de voorste ezel schijnt een uniek kenmerk van het oude Tibet te zijn. Samen met de Tibetanen/Nepali die de ezels sturen met hun geroep en geschreeuw voegt het iets merkwaardigs toe aan de trek door de bergen van Nepal.

Als we na een toch nog aardige zware en vermoeide dag arriveren in Ghorepani is de opluchting bij beide goed merkbaar. Het zware werk zit er op en we hoeven niet meer te klimmen. Dachten we na de pas niet meer te hoeven klimmen, kregen we na Tatopani opeens weer zin en besloten we opnieuw een klim van 2000 meter in twee dagen te maken naar Ghorepani, dom dom dom. Na flink klimmen wordt een volgende klim er echt niet makkelijker op. Maar we bezoeken Ghorepani niet zomaar want vanuit het ernaast gelegen 'Poon Hill' moet het uitzicht op de hoge Himalaya's waardoor we de afgelopen dagen zijn getrokken meer dan waanzinnig spectaculair zijn. We zullen het morgenochtend zelf ervaren want niets is mooier dan het uitzicht vanaf 'Poon Hill' bij zonsopgang, als we onze reisgids mogen geloven (misschien dat een tocht er doorheen nog mooier is, denken we na ruim twee weken wandelen om en over deze immense bergmassa!). 's Avonds zijn we getuigen van de uitbundige vrolijkheid van Nepali-jongeren die de wisseling van oud- naar nieuwjaar vieren daar vannacht volgens de Nepalese jaartelling het jaar 2060 ingaat.

 

Dag 18 maandag 14 april

En alweer rinkelt ons wekkertje in de vroege morgen. Het is vijf uur en snel kleden we ons aan; het is nog koud en enigszins donker buiten. Zo rond de klok van zes komt de zon op en omdat de zonsopgang vanaf 'Poon Hill' spectaculaire plaatjes moet opleveren staan we, weer te vroeg voor ons doen, bibberend van de kou en nog enigszins wankel van de slaap naast ons bed. Ontbijten doen we als we terugkomen en in de schemering beginnen we aan de klim naar de top van 'Poon Hill', gelegen op 3210 meter. Klimmen op de vroege morgen en nuchtere maag valt ons zwaar en moe en bezweet bereiken we na veertig minuten de top. Dat het bezoeken van 'Poon Hill' een van de grootste attracties van Ghorepani is, vooral voor de mensen die de bergen niet intrekken maar er toch mooie foto's van willen hebben, blijkt als we de top bereiken; overal waar we kijken staan wel een paar toeristen, zittend op de grond, staand op de uitkijktoren, allen rondlopend met de camera in de aanslag. wij sluiten ons aan bij de rest en wachten tot de zon zijn eerste stralen laat zien.

Als de zon langzaam achter de bergen tevoorschijn komt is het uitzicht adembenemend. Eerst zien we alleen de fel spiegelende sneeuwtoppen maar beetje bij beetje ontvouwt het landschap zich voor onze ogen en zien we voor het eerst de gigantische bergreeks in het geheel. Wat een grandioos gezicht, en dan te bedenken dat we enkele dagen geleden nog door deze bergen liepen! Wij schieten ook wat plaatjes en dalen als de zon geheel op is weer af naar Ghorepani om onze tassen op onze rug te hijsen en koers te zetten richting Pokhara; we hebben gehoord dat het mogelijk is in een dag terug te lopen en dat gaan wij zeker proberen!

De eerste uren vorderen gestaag en we stappen in een hoog tempo door bossen vol met rhodondendronbomen van metershoog. Zo af en toe worden we in kleine dorpjes geschokt door Nepali die bezig zijn een geit of schaap te villen in het kader van het begin van het nieuwe jaar vandaag. Geen prettig gezicht maar in deze context en cultuur anders - minder erg - dan het overmatige slachten van dieren voor slechts consumptie in het westen. Hoewel in sterk mindere mate dan in het verleden is rituele slachting en dierenoffering ook vandaag de dag nog een gebruikelijk onderdeel van de hindoeistische religie en cultuur. De hindoegodin Kali wil bloed zien maar dat betekent niet dat het offeren gevoelloos gaat. Nepali leiden het door hun meegenomen offerdier met de nodige emotie naar de offerplaats, fluisteren gebeden in het oor van het dier en besprenkelen het hoofd van het dier met water in een poging het dier te overtuigen zoveel mogelijk mee te werken. Men gelooft namelijk dat de dood van deze 'onfortuinlijke broeder' het een kans geeft als hogere levensvorm herboren te worden. Maar het lijkt ons daarmee nog steeds een zeer onprettig gezicht; we vinden de vele dode dieren die we onderweg gezien hebben al weinig vrolijk. Gelukkig overtreft het aantal levende dieren nog ver het aantal dode dieren dat we gezien hebben en weten we hoe goed en liefdevol dieren in de bergen van Nepal worden verzorgd; een hele opluchting!

We vervolgen onze weg door bos dat geleidelijk overgaat in oerwoud; geweldig mooi al die tropische planten, bloemen en bomen. En dan al die mysterieuze geluiden erbij. Wat een pech als we het oerwoudomgeving noodgedwongen - willen we tenminste vandaag nog in Pokhara aankomen - verruilen voor het eindeloos afdalen van zo'n 1600 meter over idioot onvoorstelbare smalle stenen traptreden. En het duurt en duurt maar en overal waar het maar pijn kan gaan doen gaat het ook werkelijk pijn doen. Dit vinden de voeten, enkels, kuiten, knieen en bovenbenen alles behalve leuk! Gelukkig bereiken we straks Pokhara in de wetenschap dat we zo lang kunnen rusten als we willen en we niet meer op pad hoeven als de benen niet meer willen. En bovendien, het is opnieuw even afzien maar wat mogen we straks trots op onszelf zijn als we deze geweldige missie hebben voltooid.

De laatste uren tot aan Naya Pul, dalend tot op zo'n 1200 meter, zijn een eitje als we een zwitsers stelletje tegenkomen en we druk kletsend de laatste kilometers afleggen. Dag berglandschap, dag bospaadjes en dag ezelkaravaans; 'welkom' asfalt en druk verkeer. Maar hoe onwelkom het op dit moment ook mag zijn, het brengt ons wel lekker gemakkelijk en luxe terug in de bewoonde wereld; per taxi bereiken we ons vertrouwde kamertje in 'Lonely View Lodge' in Pokhara.

Terugkijkend op achttien dagen trekken rondom het Annapurna massief, met de voetjes in het water en een colaatje in de hand, zijn we meer dan heel erg trots op ons zelf. Ondanks dat het soms afzien was en de trek echt niet zo gemakkelijk is, ook al vertelt men in Pokhara van wel, is de 'Around Annapurna' trek meer dan belonend. De landschappen zijn afwisselend, cultuur is er genoeg en de bergen adembenemend. Trots zijn we ook dat we geen blaren hebben op onze voeten, iets waar we wel bang voor waren. En trots dat we de gehele route met haar extreme hoogtes en fikse klimpartijen heelhuids en zonder vallen hebben weten af te leggen. Nu we de 'Annapurna's' hebben bedwongen zijn we klaar voor de 'Everest' regio... maar dat bewaren we voor een volgende keer Nepal!