Bangkok, vrijdag 2 mei t/m woensdag 7 mei
Onze vliegreis van Kathmandu naar Bangkok verloopt verre van vlekkeloos. Na plaats te hebben genomen in het vliegtuig van Royal Nepal Airlines (zou de koninklijke familie ook zo behandeld worden?) loopt de temperatuur aan boord flink op omdat het toestel nog zo'n uur aan de grond blijft staan, en in de brandende zon zonder werkende air-conditioning is dit geen lolletje. Maar na zo'n anderhalf uur stijgen we dan toch op en kan de reis beginnen. De uitzichten vanuit het vliegtuig op de Himalaya's zijn echt geweldig te noemen en even vergeten we de ongemakken van het vliegen met Royal Nepal Airlines, maar een paar uur later, na vele rondjes gedraaid te hebben boven Bangkok, worden we er weer aan herinnerd als de landing twee keer wordt afgebroken. Kleine paniek breekt uit in het toestel en enige informatie door het boordpersoneel wordt niet gegeven. Gelukkig, bij een derde poging wordt het toestel veilig op de waterige landingsbaan neergekwakt, welkom in Bangkok! Gelukkig is onze bagage wel meegekomen en kunnen we op zoek gaan naar een taxi.En dan komt de schok, de 'cultuurschok', en
de hitte. De cultuurschok komt vooral door het feit dat we ons eerder in het
westen wanen dan in Azie. Wat een moderne wereld, overal hoge moderne gebouwen,
luxe auto's en bussen. Hier waren we niet op voorbereid en met heimwee dwalen
onze gedachten af naar het vliegveld van Trivandrum met haar o zo Indiase
charme. We zoeven in een air-conditioned taxi over de zesbaans snelweg door
de moderne stad Bangkok, wat een wereld van verschil. De warmte komt ook enigszins
als een verassing, we waren voorbereid op warmte maar een benauwde veertig
graden celcius is wel iets te veel van het goede.
En ja hoor, Bangkok heeft ook een toeristen-ghetto, gesitueerd rondom 'Khaosan Road'. Deze straat is in een woord belachelijk te noemen, dit is het slagroomparadijs voor opgeklopte en opgedoste mensen, uiterlijk vertoon, veel drank en erg toeristisch. Misschien leuk voor vakantiegangers maar wij voelen ons er niet toe aangetrokken en nemen een hotelletje ver uit de buurt van deze westerse carnaval. Natuurlijk brengt een moderne stad als Bangkok veel voordelen met zich mee zoals goedkoop internet, AC-bussen, goede wegen, veel eetgelegenheden en moderne en schone accomodatie. Wij moeten erg wennen en moeten even omschakelen naar dit snelle 'fashion-leven'. Maar goed, we zijn niet voor de drank en hippe feesten naar Bangkok gekomen maar voor de cultuur en historie.
Na de eerste dag te hebben genoten van de rust, het lekkere eten (met stokjes) en de hitte besluiten we een bezoek te brengen aan de grootste bezienswaardigheid die Bankok bezit, Wat Phra Chetuphon en Wat Phra Kaeo. Daar meer dan negentig procent van de Thai boeddhist is, is het niet vreemd dat het boeddhitische kloosters (in Thailand Wat geheten) een zeer centrale plaats inneemt in het leven van de Thai en architectonisch gezien in steden en dorpen. Hoewel secularisatie onvermijdelijk tot op zekere hoogte de rol van het boeddhisme heeft ondermijnd en daarmee ook de plaats van de Wat, zijn ze tot op de dag van vandaag het middelpunt van iedere gemeenschap. De Wat dient als een plek van aanbidding, educatie, samenkomen en heling. Zonder een Wat is een stad of dorp geen 'complete' gemeenschap. De Wat representeert het mentale hart van iedere gemeenschap en de meeste jonge mannen laten zich ergens in hun leven inwijden als monnik, meestal voor de tijd van de moesson wanneer monniken zich op zichzelf terugtrekken. Voorheen was deze periode de enige kans voor een jonge man om te leren lezen en te leren. Dit verklaart ook de zeer hoge geletterdheid in Thailand voordat algemene scholing werd ingevoerd.
Op een populatie van zestig miljoen zijn er meer dan dertigduizend Wats en een kwart miljoen monniken. Dat is een Wat op ieder tweeduizend mensen en een monnik op iedere tweehonderdveertig. Het lijkt erop dat Wats een relatief kort leven beschoren zijn. Wats, als ze hun overwicht verliezen, worden verlaten door monniken en verworden tot ruines. Zij zijn afhankelijk van constante steun van leken; de Wats bezitten geen land of kapitaal en moeten het hebben van voedselgiften om de monniken te voeden en geld om de gebouwen te repareren en uit te breiden. Na Bangkok zullen we ons storten op de tot ruines verworden Wats uit een (ver) verleden, de twee Wats die we vandaag bezoeken zijn nog een en al glorie en stralen van pracht en praal.
Wat Phra Chetuphon, de tempel van de liggende Boeddha, maakt erg veel indruk op ons, vooral omdat we voor het eerst een Wat van binnen zien. Het is meteen de grootste Wat van Bangkok en tweehonderd jaar oud. Het kloostercomplex is erg wijd opgezet en overal waar we kijken zien we enorme bronzen boeddhabeelden, meer dan duizend in totaal zo lezen we later, gered uit de ruines van Ayutthaya en Sukhothai (de steden die we na Bangkok zullen bezoeken). Een prachtig gezicht, overal waar we kijken immense Boeddha's in lotushouding. Wat de Wat in onze ogen ontzettend aandoenlijk maakt zijn de vijfennegentig kleine stupa's (hier chedis geheten), ingelegd met spiegeltjesmozaiek, die over het gehele complex heen verspreid liggen. Het geeft de Wat een Gaudi-achtige indruk, de toch al zo bont gekleurde verzameling van gebouwtjes (en vaak ook gebouwen) die de Wat in Thailand is. De zesenveertig meter lange en vijftien meter hoge vergulde liggende Boeddha, hetgeen dat de Wat beroemd maakt, maakt het hele plaatje compleet. Wat een geweldig complex, zo gekleurd en levendig, bijna kitch te noemen. Zo anders dan het boeddhisme dat we tot nu toe hebben gezien in Sri Lanka en Nepal. Waren we even bang dat we na al dat reizen en sightseeen de interesse in tempels en kloosters een beetje verloren waren, hadden wij het even goed mis. Zonder te overdrijven, deze Thaise Wats zijn geweldig (indrukwekkend!).
Als we de in het Grote Paleis gelegen Wat
Phra Kaeo bezoeken zijn we nog meer onder de indruk. Deze is pas schitterend,
letterlijk genomen dan want het exterieur van de gebouwen is bekleed met een
mozaiek van gekleurd glas. Typisch is dat het paleis om deze Wat is heen gebouwd
wat goed de centrale plek die de Wat in de Thaise samenleving inneemt naar
voren laat komen. Terwijl de Wat gebouwd werd leefde de koning in een klein
houten gebouwtje in een hoek van het op plannen zijnde paleis. Tot onze spijt
kunnen we slechts een deel van de Wat bezichtigen en de rest van het paleis
helemaal niet. Het blijkt vandaag 'coronation day' (5 mei) te zijn en er is
hoog bezoek in aantocht. Overal liggen rode lopers en een grote massa Thai
heeft zich in de Wat verzameld, de hoge verwachtingen hangen voelbaar in de
lucht. We zullen nooit weten welk hoogstaand bezoek op komst was, misschien
wel het koninklijke paar zelf; we nemen het bootje terug naar ons hotel en
even wanen we ons terug in de tijd, varend over de Chao Phraya rivier in dit
'Venetie van het oosten'. Jammer dat we ongewild de snelle expressboot hebben
genomen en zo te snel aan wal staan in het drukke Khaosan Road gebied. Moge
we alsjeblieft weer terug naar de rust en stilte die heerst in de Wats van
hectisch en druk Bangkok.
Ook hier klopt de volgorde weer niet helemaal maar opeens schiet ons te binnen dat we afgelopen zondag ook nog de Bangkokse weekendmarkt hebben bezocht. Heerlijk met duizenden en duizenden andere plakkende en zwetende mensen door smalle overdekte gangetjes schuivelen. De marktkraampjes zijn haast allemaal tot vaste vaak erg sjieke winkeltjes verworden en met name eten - in de Thaise samenleving een op en top sociale bezigheid vol gezelligheid en vrolijkheid - lijkt er een erg belangrijke plaats in te nemen. Het moge duidelijk zijn, we hebben een erg gezellige zondagmiddag en leren de Thaise bevolking al een stuk beter kennen. De winkelende jongeren doen hier in niets onder voor winkelend Arnhem!
Op onze tweede dag cultureel Bangkok doen we de Golden Mount, de Giant Swing en de omringende Wats aan. De Golden Mount is een kunstmatige berg van zo'n tachtig meter hoog. De plannen waren in het verleden groot, koning Rama III wilde een chedi bouwen zo groot dat alle andere erbij zouden verbleken. Dat zijn plan iets te ambitieus was bleek toen de chedi instortte terwijl deze nog in aanbouw was. Koning Rama IV besloot van de overgebleven berg bouwmateriaal een kunstmatige berg te bouwen met op top een veel kleinere gouden chedi, die de tands des tijds wel heeft doorstaan. De huidige koning heeft er in 1966 een relikwie van de Boeddha in geplaatst nadat het complex geheel gerestaureerd was, en zo is het een van de heiligste zo niet belangrijkste chedis voor de Thai geworden. De klim naar boven is uitputtend, het zweet gutst van onze lichamen en moe komen we boven aan. Dat de boeddhistische tempels met hun tijd mee zijn gegaan blijkt als boven een monnik achter een Ola standje ijsjes staat te verkopen, een vreemd gezicht maar een aangename verkoeling! De hoofdreden dat wij een bezoekje brengen aan deze 'gouden berg' is niet zozeer voor de tempel zelf maar meer voor het uitzicht over Bangkok vanaf het dak van de tempel. De enige belemmering om echt te genieten van het uitzicht die wij ondervinden is de door de zon opgewarmde tegels die het lopen over het dak op blote voeten een pijnlijke ervaring maakt. Vanaf deze hoogte is goed te zien wat een opmars de 'moderne wereld' in Bangkok heeft gemaakt. De vanaf de grond bekeken Wats blijken vanaf deze hoogte ingesloten door hoge flatgebouwen, moderne wolkenkrabbers en brede wegen. Het geloof lijkt plaats te moeten maken voor het grote geld van westerse multinationals en het oprukkende verkeer. Bangkok lijkt een mengeling van moderniteit, verstopte armoede (golfplaten woningen in de urban jungle) en vrolijk gekleurde religie. Met pijn aan de voeten dalen we de trappen weer af, op zoek naar verkoeling!
Nadat we een Seven-Eleven suup hebben geplunderd en weer verkoeling in de vorm van liters water in ons rugzakje hebben vervolgen we onze weg richting de Giant Swing. Onderweg bekijken we nog vluchtig Wat Rachanada en Loha Prasat, beide bijzonder op hun eigen manier maar de details zullen we jullie besparen. De wijk om de Giant Swing heen moet voor elke boeddhist een waar shopping-Mekka zijn, in elke winkel zijn boeddhabeelden te koop van een paar centimeter tot meters hoog. De winkels lijken te voorzien in alle tempelbenodigdheden, van altaartafeltjes tot levenspakketten voor de monniken (die aan de Wat dienen te worden gegeven), van wierrookschaal tot kloosterboekenkast. Wij scharrelen door de winkeltjes en werkplaatsen en aanschouwen de winkelende boeddhist.
De Sao Ching Cha of de 'Giant Swing' is een reuzeschommel bestaande uit twee grote rode pilaren met een dwarsliggende fijnbewerkte balk op top. Deze reuzeschommel was vroeger het centrum van een hindoeistisch festival ter ere van Shiva. Jonge mannen werden op een gigantisch vlot de lucht ingeslingerd om bundeltjes munten hoog in de lucht aan bamboestokken gehangen te pakken met hun tanden. Omdat het slingeren gebeurde van oost naar west wordt er gezegd dat het de zonsopgang en -ondergang symboliseerde. In 1930 werd dit festival verboden vanwege de vele gewonden en doden die er vielen tijdens dit spectakel. Heden ten dage staat alleen de constructie er nog, midden op een druk verkeersplein, en van 'schommelen' is dus geen sprake meer. Wat voor ons deze bezienswaardigheid bijzonder maakt is niet alleen de constructie zelf maar vooral de achterliggende verhalen. Jammer is dat de wegen het monument hebben verdrongen naar een plekje op een met uitlaatgassen bedwelmde rotonde, maar het is de moeite van het bezoeken zeer waard! Ook bezoeken we nog de tegenovergelegen Wat Suthat, een fraai voorbeeld van de vroege Bangkok-stijl uit 1851 en gelegen in een vredige omgeving, een rustpunt in het hectische Bangkok!
Dat Bangkok niet alleen architectonisch en cultureel heel anders is dan de landen die we hiervoor bezocht hebben merken we al snel. We moeten even helemaal omschakelen als alle menukaarten vol staan met grote hoeveelheden vis- en vleesgerechten. Waren we door verschillende mensen al lekker gemaakt wat betreft het thaise voedsel, jammer is dat Thailand zo'n vis- en vleesland is dat het overgrote deel van de maaltijden voor ons out of the question is. Vegetarisch voedsel vinden blijkt een moelijke opgave, tenminste als we iets meer van culinair Thailand willen meekrijgen dan slechts 'kale' rijst met wat groenten. De taalbarriere speelt in kleinere eetgelegenheden een vermoeilijkende rol want lang niet iedere Thai spreekt een woordje Engels. Toch moeten we het van deze eetgelegenheden hebben - of van de vele straatkraampjes vol met eten - want van al die opgesmukte Khaosan Road restaurants moeten we niets hebben. Het is even doorbijten geweest maar we hebben toch bijna al een week lang varierend en vegetarisch gegeten, tenminste dat hopen we!
Het maakt het overigens aan de andere kant ook wel gemakkelijk om geen vlees te hoeven eten, want al die vleesetende toeristen die per se vinden dat ze de grote variatie aan eetbare insecten moeten proberen zijn in onze ogen ook een beetje maf. Panische reacties als er een kakkerlak op je hotelkamer zit en ze vervolgens met een vorkje naar binnen schuiven. A me Oela, ons niet gezien hoor, karretjes vol met sprinkhanen, krekels, motten, maden, larven en kakkerlakken kun je echt geen lekkernijen noemen! Gelukkig zijn lekkernijen als fruit en fruitdrankjes alom aanwezig en op iedere straathoek te koop. Zeker met deze hitte een heerlijke verkoeling en we krijgen zo ook weer eens alle denkbare vitamientjes binnen, dus pap don't worry!
Bangkok, zaterdag 28 juni t/m zondag 6 juli
Tijdens onze tweede keer in de hoofdstad van Thailand doen we wat iedereen in Bangkok lijkt te doen: vakantie houden. Het is gelukkig een stuk minder heet dan tijdens onze eerste keer Bangkok al is het wel een stuk drukker. Het is goed te zien dat onder andere Nederland aan haar zomervakantie is begonnen want het stikt van de Nederlanders; Thailand is duidelijk een populaire vakantiebestemming!
En wij doen voor het eerst een beetje mee;
reizen gaat je niet in de koude kleren zitten en we merken dat we de afgelopen
dagen, weken, maanden ongelooflijke veel ondernomen hebben; we zijn simpelweg
een beetje (reis)moe aan het worden. Maar dat is ook niet vreemd na meer dan
tien maanden onderweg te zijn. Na onze Britse vrienden door verschillende
reisplannen even uit het oog te zijn verloren hebben we in Bangkok met z'n
vieren steevast een gezellige avondmaaltijd en vele uren nakletsen en bijdrinken
(maar daar het Britten kunnen wij in dit laatste geenszins tegen ze opboksen).
We bezoeken ook Patpong ofwel Bangkoks 'red light district' maar alleen omdat
we nieuwsgierig zijn en omdat het tevens een avondmarkt is. Overdag bezoeken
we het Bangkok dat we de vorige keer hebben overgeslagen: Chinatown, een aantal
nog niet door ons bezochte Wats, de 'thievesmarket' en de geweldige amuletmarkt
met duizenden en duizenden verschillende soorten en maten boeddhistische amuletten.
Uiteindelijk worden we ook weer een beetje moe van het drukke Bangkok en pakken
we onze kleine rugzakjes weer op om te vertrekken richting onze laatste en
ongetwijfeld ook weer heel indrukwekkende land: Cambodja. We hebben er weer
zin in!