Kanniyakumari, zaterdag 26 oktober en zondag 27 oktober
Vanuit Fort Kochi afreizen naar het treinstation
is een hele klus; eerst met een rickshaw naar 'boat jetty', vervolgens met
de boot naar Ernakulam om daar weer een rickshaw naar het treinstation te
nemen. Wanneer we eindelijk op het station aankomen blijkt voor de zoveelste
keer dat de treintijden en de opstapplaatsen die in ons spoorboekje vermeld
staan, totaal niet kloppen. Hoewel het boekje anders vermeldt staan we toch
op het verkeerde station en hebben we maarliefst nog vijtien minuten om aan
de andere kant van de stad te komen om op 'main station' de trein te halen
naar Kanniyakumari. Gelukkig weten we (vraag niet hoe!) de trein te halen
en zijn we, opnieuw, onderweg!
De 7,5 uur durende treinreis is weinig bijzonder,
vooral omdat deze ons langs alle plekken brengt waar we reeds geweest zijn.
We reizen nu echter in de tegenovergestelde richting door Kerala, terug naar
het zuiden, naar de staat Tamil Nadu. Onze eerste bestemming, Kanniyakumari,
is het meeste zuidelijke plaatsje India, en als we rond zes uur 's avonds,
moe van de uren durende treinreis, op de plaats van bestemming aankomen weten
we niet wat we zien: dachten we in een rustig dorpje te zijn aangeland, blijken
we in het Mekka van Zuid-India te zitten. Het plaatsje is verbonden met de
maagdelijke godin Kumari (1 van de incarnaties van Parvati, de vrouw van Siva),
die met Siva wilde trouwen middels boetedoening. De legende vertelt dat haar
poging niet succesvol was en zij daarom de belofte deed een ongetrouwde maagd
te blijven. Kenmerkend aan deze 'beschermer van de kusten van India' is de
uitzonderlijk diamant op haar neusring waarvan de schittering moet reiken
tot aan de zee.
Hoewel het stadje gelegen is daar waar de Bengaalse Baai, de Indische Oceaan
en de Arabische zee samenkomen en de zonsopgangen en -ondergangen geweldig
mooi moeten zijn, lijkt Kanniyakumari vooral een populaire uitgaansbestemming
voor de rijkere Indiers. Hele families trekken er in het weekend, onvoorstelbaar
bezakt en bepakt, op uit om zich te goed te doen aan eten, luieren en het
kopen van de meest rare prullaria. Vooral plastic armbanden vinden er gretig
aftrek, vraag niet waarom! Dat het een populair plaatsje is merken we direct
bij aankomst. Geen enkele westerse toerist te zien maar overal waar je kijkt
bussen vol Indiers. Overal hotels maar natuurlijk allemaal vol en poepieduur,
zo wordt ons meegedeeld. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, in de hele
stad geen kamer te vinden! De enige kamers die nog vrij zijn, zijn weinig
aantrekkelijk en flink geprijsd.
We vinden het allemaal maar een beetje raar:
willen ze ons niet, zien we er te vies (?), westers (?), arm (?) uit, of zitten
ze werkelijk vol? Het is in ieder geval goed vervelend! We besluiten eerst
maar eens te gaan 'bijtanken', en trakteren onszelf op een lekkere rijstmaaltijd
met allemaal verschillende curry's (gaat hier schuil onder de naam 'veg. meals')
en een 'chai' (oftewel veel suiker en melk met een beetje thee, zo hoort het
immers in het zoetekauwerige India). Als we de zoekpoging na het eten hervatten
hebben we succes: we vinden een goede kamer voor een redelijke prijs, gelukkig!
'Ridhu Guesthouse' doet er ook nog een televisie met een filmkanaal bij en
voor dit kastje brengen we de avond relaxed door!
Nu we opeens zoveel rijke Indiers bij elkaar
zien wordt de tegenstelling arm-rijk pas echt zichtbaar en merken we hoe groot
de tegenstrijdigheden in dit land werkelijk (kunnen) zijn. Waar we voorheen
nog wel eens wat kleingeld aan bedelende of gehandicapte mensen gaven (naar
voorbeeld van de Indiers zelf), is het in deze plaats een onmogelijke bezigheid.
We weten dat we eigenlijk beter kunnen geven aan organisaties die armoede
of ziekte in zijn algemeenheid bestrijden, en dat het een probleem is dat
niet zomaar op te lossen is door het geven van kleingeld, maar soms is het
zien van al die armoede of misvormdheid zo schrijnend dat je als 'rijke westerling'
(zo worden we in India immers beschouwd, en zo voelen we ons eigenlijk ook
wel) niet achter kan blijven met het leveren van een (beperkte, dat wel) bijdrage.
We merken in Kanniyakumari vooral dat de aanwezigheid van zoveel rijken minstens
evenveel armen aantrekt, mensen die hier het onmogelijke komen zoeken: een
beter bestaan. Zo liggen de stoepen van de centrale hindoetempel letterlijk
vol met mannen en vrouwen en blijven er maar kindertjes aan je arm trekken,
wrijvend over hun buikjes. We willen best geven, maar het wordt onmogelijk
gemaakt: zodra je er een je kleingeld geeft staat de rest binnen no-time voor
je neus om ook mee te delen.
Toch loop je er ook niet zo gemakkelijk langsop;
hoewel de armoede in het zuiden van India nog mee lijkt te vallen wordt de
aanhoudendheid van de bedelaartjes steeds groter. Waar mensen in Kerala ondanks
het gebrek aan materiele welvaart zoals we die in het westen zo absurd overvloedig
kennen, nog gelukkig leken te zijn met hun leven, zie je hier mensen waarvan
het in onze (westerse?) ogen nog verwonderlijk is dat ze nog zo'n doorzettingsvermogen
en zo'n wil tot leven hebben, ondanks de haast onoverkoombare situatie waarin
ze verkeren. We leveren daar waar we kunnen een bescheiden geldbijdrage maar
proberen het verder allemaal maar even van ons af te zetten. Zonder werkelijk
de ogen te sluiten voor de andere kant, richten we ons voor het moment op
de architectonische schoonheid van India en bekijken we de stad Kanniyakumari.
We slenteren wat rond terwijl de zon op onze (inmiddels weer witte, dat krijg
je van dat slechte weer) bolletjes schijnt. We bekijken de tempel, het 'Gandhi
Memorial' (waar een deel van zijn as heeft gestaan tot de verspreiding ervan
in zee) en de uitkijktoren. We kaarten wat en genieten van de hoeveelheid
aan vrije tijd die we hebben. We kijken en luisteren en proberen het verschil
de ontdekken tussen de Indiers uit Kerala en die uit Tamil Nadu. Niet alleen
de taal en bouwstijlen verschillen, ook cultuur en gewoonten zijn duidelijk
anders. Hoe anders daar zijn we nog niet achter, maar we hebben dan ook nog
voldoende tijd in Tamil Nadu om dat te ontdekken!
Tirunelveli, maandag 28 oktober en dinsdag 29 oktober
Vandaag zijn we precies een maand in India!
Wat vliegt de tijd toch als je het leuk hebt. We zijn in totaal ook alweer
twee maanden aan het reizen, wat hebben we al veel gedaan en wat zijn we al
ver gekomen. Na een maand Kerala gaan we nu op zoek naar het andere India
in een andere deelstaat, Tamil Nadu. We kijken er echt naar uit! Vandaag reizen
we af naar Tirunelveli, twee uur reizen met de trein van Kanniyakumari vandaan.
We zijn gedwongen pas aan het einde van de middag af te reizen daar de eerste
trein dan pas gaat. Omdat het weekend voorbij is reizen er met ons honderden
Indiers, gezellig met z'n allen in een klein rottreintje. Wanneer we in willen
stappen blijkt dat op alle treinwagons uitgeprinte computervelletjes hangen.
Je raadt het al: reserveringslijsten, en helaas blijkt alles gereserveerd
te zijn en staat er op ons kaartje 'accomodation subject to availability'.
En nu? We wagen de gok en nemen plaats op een bank die pas later gedurende
de treinreis bezet lijkt te zijn, hopende dat de conducteur ons niet uit de
trein gooit.
Gelukkig valt alles mee en komt niemand ons
plekje opeisen. Twee uur later komen we aan in Tirunelveli. Omdat we ook hier
slechts volle hotels treffen (balen, we moeten echt eens uitvinden waar dat
toch elke keer aan ligt) houden we dezelfde tactiek als de vorige keer aan:
eerst eten en dan verder zoeken. Het begint bovendien te regenen dus de pauze
komt gelegen. Het duurt even voordat de ober begrijpt wat we willen eten,
mede omdat het even duurt voordat wij de menukaart begrijpen (andere staat,
andere eten en andere taal). Als we ons eten krijgen, geserveerd op een bananenblad,
staat er minstens 12 man personeel om ons heen die zich bemoeien met ons en
met ons eten. Het eten smaakt gelukkig goed en blijkbaar werken we het op
de juiste wijze naar binnen (met de handen).
Na het eten gaan we opnieuw op hoteljacht en we kiezen uitiendelijk voor een
prijzige maar zeer sjieke kamer, daar we moe zijn van het reizen en het sjouwen
met de tassen. Gelukkig is het leven in Zuid-India zo goedkoop dat een prijzige
en sjieke kamer zo af en toe binnen het budget past. We buiken er lekker uit,
alweer voor de televisie (het wordt bijna een gewoonte). En we maken voor
het eerste van ons leven gebruik van de 'roomservice', spannend hoor. Het
is allemaal een groot avontuur in zo'n sjiek hotel, en dat nog wel in het
grote India!
Vandaag verkennen we Tirunelveli met zijn
twee zustertempels en oude stad er omheen. De ene tempel is gewijd aan de
god Siva, schepper en vernietiger van de kosmos, de andere, enkele meters
verderop, aan zijn vrouw Parvatti. Hoe mooi de twee tempels wel niet zijn
zullen we (nooit?) weten, men heeft besloten de tempels in te pakken met palmbladeren
en alleen de ingang is nog zichtbaar. Daar niet-hindoes de tempels van binnen
niet mogen bezoeken, worden we hier ook niet veel wijzer van. Misschien dat
het inpakken van de tempels iets met het komende Diwali-festival te maken
heeft, misschien worden de tempels wel gewoon (!) opnieuw geschilderd? Dit
festival van het licht wordt gevierd om de goden uit te nodigen op aarde.
Sommige hindoes vieren de overwinning van Krishna op de demoon Narakasura,
sommigen de wederkomst van Rama na zijn verbanning in het woud wanneer de
mensen de weg voor hem verlichten met aardse olielampjes. Vuurwerk maakt dan
ook een groot deel uit van dit komende festival en hoewel het ons niet duidelijk
is wanneer het precies gaat plaatsvinden, het is duidelijk in aantocht. Er
wordt druk gewinkeld door de Indiers, overal zijn de winkeletalages versierd
en veel spullen (met name sari's) zijn flink in de uitverkoop. Vuurwerk ligt
werkelijk overal uitgespreid om aan de man gebracht te worden, hartstikke
onveilig maar het hoort er nu eenmaal bij. We wachten rustig af en zien wanneer
en wat er komen gaat, hoewel we ons zorgen beginnen te maken over de grote
groepen feestvierende Indiers en de beschikbaarheid van treinplaatsen en kamers.
Maar zo ver zijn we nog niet, terug van de toekomst naar het heden. We verwerken de teleurstelling van de ingepakte tempels, daarvoor waren we eigenlijk naar deze stad gekomen, en besluiten in plaats daarvan eens flink te gaan shoppen in de vele leuke winkeltjes van Tirunelveli. We hebben ons tot nu toe immers aardig weten in te houden en we hebben ook geld over, dus dat vraagt om een beloning: flink inslaan!!! Voor het winkelen in India moet je de tijd nemen. Zo moet er (altijd) flink onderhandeld worden over de prijs, en is het erg moeilijk de mensen duidelijk te maken wat je precies wilt hebben (met het risico dat alle koopwaar uit de kast wordt getrokken). Maar dit alles maakt het winkelen er alleen maar leuker op. Omdat wij 'toch' wel onder de indruk zijn van de kleding die de Indiers dragen, besluiten we eens te gaan kijken of we deze voor een leuk prijsje op de kop kunnen tikken.
De meeste textielwinkeltjes zijn afgeladen
met sari's, dhoti's, overhemden en andere stofjes. Voor Mijke (of ter verfraaiing
van het huis) kopen we twee zijden sari's en voor Frank een paar dhoti's (rokken
voor mannen - wil Frank binnen gaan dragen, daar dit volgens hem ultieme flexkleding
is!). Vervolgens kopen we nog wat stoffen tasjes en kussensloopjes en lopen
we tevreden terug richting hotel.
Zoals op de meeste plaatsen, komen we ook nu weer overal en eeuwig koeien tegen. De koe een heilig dier in India? Je merkt er hier eigenlijk maar weinig van. Het is zo dat ze overal lekker liggen te liggen, op de weg, langs de weg, op stations en eigenlijk overal wel. Maar toch lijken de meeste koeien wel een eigenaar te hebben en worden ze 's avonds opgehaald, net zoals het geval is met loslopende geiten. Kennelijk (gebrek aan weidegrond of prikkeldraad!) is het normaal dat de dieren vrij door stad of dorp lopen. We beginnen ons toch hard af te vragen wat er nog zo heilig is aan een koe die afval eet, voornamelijk papier en plastic, en die langs de weg ligt te slapen met al het langsscheurende verkeer en de bijkomende uitlaatgassen. Koeien lijken eerder nog deel uit te maken van het verkeer dan dat ze alom gerespecteerd worden, als er wordt getoeterd stappen ze netjes opzij en kijken nergens van op of om.
Madurai, woensdag 30 oktober t/m dinsdag 12 november
Hoe sjiek ons hotel ook mag zijn, warm water
komt ook hier niet zomaar uit de kraan. Behalve tussen 4 en 8 uur 's morgens
en dan nog in beperkte hoeveelheid. We mogen de afgelopen maanden dan weinig
warm water gehad hebben, om er speciaal voor op te gaan staan is ook overdreven.
Tenzij we toch vroeg op moeten staan ... wat dan ook het enige voordeel is
van vroeg op moeten staan. Half zeven gaat de wekker zodat we op tijd de trein
naar Madurai kunnen nemen om daar tijd genoeg te hebben een kamer te vinden
(wat naar verwachting weer eens veel tijd in beslag zal nemen). En als we
de wekker werkelijk hadden gehoord dan waren we vast met plezier onder de
warme douche gaan staan. ALS we de wekker hadden gehoord ... of als Mijke
'em misschien niet weer heel enthousiast weer had uitgezet. Het mag duidelijk
zijn, nu we de trein toch al hebben gemist draaien we ons nog maar eens lekker
om en kijken we 's middags nog eens opnieuw naar de treintijden.
Dat het treinsysteem in India wat onduidelijk
is wisten we al, maar dat we zo'n twee uur nodig hebben om aan een kaartje
te komen (na elk loket te hebben gehad) is toch een beetje te zot. Maar goed,
ruim op tijd staan we bezakt en bepakt te wachten op de trein (tweede poging!)
terwijl we een praatje maken met een Indier die ons uitnodigt bij hem thuis
in Chennai. Misschien leuk als we daar zijn maar eerst maar eens op weg naar
Madurai. Omdat we voor de sleeperclass geen kaartje meer konden kopen hebben
we twee tweede klas kaartjes die we in de trein weten 'up te graden' tot sleeperclass,
waardoor we toch comfortabel reizen.
Zo'n 3,5 uur later arriveren we in Madurai,
de plaats waar volgens de legende druppels nectar van Siva's lokken vielen,
met als gevolg dat de stad Madurai, stad van nectar, werd genoemd. De aankomst
in de stad valt alleszins mee. Waar de reisgids westerlingen waarschuwt voor
de zeer drukke, lawaaierige en vieze stad die Madurai zou moeten zijn, met
als gevolg een vervelend en overweldigend gevoel, voelen wij er ons wel op
ons gemak. Goed, de stad is druk en lawaaierig maar dat is tot nu toe iedere
stad in India geweest. In dit opzicht verschilt Madurai niet veel van andere
steden in India. We vinden ook nog met gemak een simpel hotel midden in het
centrum, de drukte nemen we op de koop toe in de hoop dat deze meevalt. We
eten nog wat en duiken daarna lekker ons bedje in.
Vandaag bekijken we de belangrijkste tempel
van de stad, de Minakshi tempel. Eigenlijk is het niet een tempel maar een
geweldig groot tempelcomplex dat bestaat uit meerdere tempels, deels slechts
toegankelijk voor hindoes, deels opengesteld voor geinteresseerden en een
groot deel waarin bazaars gehuisvest zijn. Dit laatste is heel raar om te
zien, iets zo heiligs dat op commerciele wijze gebruikt wordt. Overal kleren,
boeken, prullaria en potten en pannen in de uitverkoop en vooral als westerling
vliegen de verkooppraatjes je om de oren. We kwamen eigenlijk voor de tempel
zelf daar dit de eerste hindoetempel is die we als niet-hindoe van binnen
en niet alleen van buiten mogen zien, maar winkelen op de Indiase manier (in
dit geval in een tempel) is ook altijd leuk. En als hindoes er zelf geen problemen
mee hebben, wie zijn wij dan op er ons druk over te maken??
Dat het bijna Diwali is maakt de kooplustigheid
van de Indiers er alleen nog maar groter op en het is dan ook een drukte van
jewelste in de straten rond de tempel. Er is vermaak in alle soorten, zelfs
een levensechte olifant die voor een muntje in zijn slurf een gelukstikje
met zijn slurf op je voorhoofd geeft (even uitproberen want fanten zijn zo
stoer!!). Als we uitgewinkeld zijn is de tempel inmiddels opengesteld, deze
sluit namelijk net in de middaguren haar deuren. Omdat we nog zelden zo'n
mooie tempel hebben gezien staan we beide met een mond vol tanden. De reisgids
doet er ongetwijfeld recht aan Madurai 'tempelstad' te noemen, maar het is
vooral het feit dat we zo ongeveer voor het eerst een dergelijk soort tempel
zien dat we ons zo overweldigd voelen door deze tempelstad.
Binnen de muren van de tempel heerst een aangename
rust. Vol eerbied en respect betreden we (op blote voeten natuurlijk) de heilige
grond. De tempel is een typisch voorbeeld van Vijayanagar-tempel-architectuur.
'Minakshi', de visogige godin en consort van Siva heeft een tempel aan de
zuidzijde en Siva heeft er een aan de westkant. De negen toegangstorens van
de tempel (gopurams) zijn bijzonder kleurvol en het is werkelijk verbazingwekkend
om te zien dat alle figuren op deze torens (of eerder opeenstapeling van figuren),
goden, godinnen en dieren, tot in de kleinste details gebeeldhouwd en geverfd
zijn. Het is dan ook niet vreemd dat het zo'n 1000 jaar heeft geduurd om de
tempel in zijn geheel te bouwen. Bovendien worden elke 12 jaar alle beelden
van de tempels voorzien van een nieuwe laag verf, een werkje wat zo'n 3 a
4 jaar in beslag neemt. Maar al deze moeite is niet voor niets want de tempel
is werkelijk heel indrukwekkende om te zien.
Hoewel we de rust binnen de immense tempel
van harte verwelkomen, voelen we ons niet helemaal op ons gemak in de tempel.
Het is vreemd om als niet-hindoe een heiligdom te betreden dat zoveel betekenis
draagt voor zoveel mensen; om een ruimte te bewandelen waar zoveel verhaal
en geschiedenis rondwaant waar wij nog niet eens een heel klein beetje van
kennen, laat staan begrijpen. Ons bezoekje aan de tempel is er dan ook vooral
een van bescheidenheid, van zo min mogelijk storen en zo respectvol zijn als
mogelijk is. Je merkt er namelijk bijna niets van dat niet-hindoes de tempel
mogen betreden, daar er nergens bordjes of iets dergelijks staan (zoals bij
de meste 'toeristische attracties'). Het enige waaraan je het merkt is aan
de toeristen zelf, en aan zo af een toe een minibordje met de tekst dat een
bepaald deel 'niet toegankelijk is voor niet-hindoes'. De meeste tijd vragen
we ons dan ook af of we een bepaalde ruimte wel mogen betreden en keren we
uit respect maar weer om omdat we twijfelen. We verwonderen ons vooral over
de 'brutaliteit' van andere toeristen die overal als gekken ronddenderen.
Waar dat toch elke keer aan ligt, waarom gedragen sommige toeristen (meestal
in grote groepen) zich zo 'ongepast'?
We zijn wel heel blij dat we het werkelijke
'praktische hindoeisme' eindelijk van dichtbij mogen meemaken. Waar het al
bijzonder was de 'socialiteit' van hindoes onder elkaar te ervaren is het
helemaal bijzonder die binnen een hindoetempel mee te maken. Het is voornamelijk
een heel kleurig, vrolijk en sfeervol gebeuren, met veel bloemenkransen (die
in stalletjes op straat geprepareerd worden en heerlijk ruiken!), gekleurde
kleren, kaarsen en olielampen, en kleurige verfpoeders. De tempelbeelden in
de tempel zelf zijn ongekleurd maar worden letterlijk aangekleed en versierd,
geweldig om te zien. We lopen in de tempel rond totdat het donker is en verlaten
dan de magie van het hindoeisme om onder de Indiers op straat te genieten
van een lekkere kop verse chai!
Omdat we zo onderhand wel een aardige stapel
Indiase koopwaar bij elkaar gesprokkeld hebben (nee Mijk, die 1,5 meter hoge
bronze Ganesha die laten we staan!), wordt het tijd informatie in te zamelen
over het versturen van het hele boeltje. Dachten we dat het versturen zelf
lastig zou zijn? Welnee, dat valt reuze mee, probleem alleen dat het vinden
van het postkantoor en de dame/heer met de benodigde informatie zo'n lastige
klus is. We worden van hot naar her gestuurd en overal zeer onvriendelijk
afgebekt. Uiteindelijk vinden we de goede bali en een behulpzame mevrouw.
Versturen van pakjes is inderdaad duur, maar hoe zwaarder het pakje is hoe
relatief goedkoper het allemaal wordt. En we hebben zoveel uitgespaard de
laatste maand dat we het geld er ook voor hebben. We gaan trouwens ook niet
sjouwen met al die extra aangeschafte kilootjes, mooi niet!
Als we vervolgens, gelukkig met de verkregen
informatie, onze mail willen checken slaat het noodlot toe, of beter gezegd:
het begin van een Delhi-belly. Frank voelt zich plotseling niet meer zo lekker
en we haasten ons terug naar ons slaapplekje om Frank in te stoppen. Mijke
zet de poging te emailen voort en als ze daarin geslaagd is heeft het noodlot
alweer toegeslagen: het heeft de afgelopen uren naar hartelust geregend zonder
dat Mijke dit door had (zat lekker droog met alleen lawaai van pruttelende
computers om zich heen). Gevolg, door het gebrek aan riolering: straten van
Madurai blank, en de enige mogelijke manier om weer bij Frank te komen is
door het water, badend, water tot op de knieen. Het is uiteindelijk best een
grappige gebeurtenis, als die badende, natte mensen!
Omdat Frank zich al weer aardig ok voelt en
we toch moeten eten, besluiten we dit grappige schouwspel samen te gaan bekijken.
We ontkomen er niet aan opnieuw nat te worden en dat was achteraf gezien msischien
een beetje dom van ons, met al die open riolen in India en al die rondzwemmende
en rondvliegende bacterieen. We ondervinden de gevolgen ervan, of van het
niet doorkookte eten, de besmette vruchtenpers, de vieze theeglazen, de niet
geschrobte vingernagels van de Indiers, als we dezelfde nacht nog beide geveld
worden door ziekte. O nee...
En toen waren we echt ziek. Mochten we aan
de lijve ervaren waar alle reisgidsen over India voor waarschuwen, iets onprettigs
maar haast onvoorkombaar: 'however careful you are, you're likely to get at
least one episode of diarrhoea (meaning passing loose, frequent faeces, often
associated with vomiting) is the commonest travel-related illness, and Asia
is one of the diarrhoea hotspots of the world'. Aangezien we over de gehele
reis tot nu toe zeer uitgebreid verteld hebben, zullen we ook lekker gedetailleerd
zijn over dit aspect van het reizen in Azie, het schijnt er immers bij te
horen (als het maar bij die ene keer blijft dan zijn we helemaal gelukkig!).
Hoewel ook dit schrijven niet kan verbeelden hoe vervelend het ziek zijn in
Azie is, moet je maar aannemen dat het nog pijnlijker en vervelender is dan
de boeken zo levendig verhalen. Tenminste als we Frank mogen geloven. Ik,
Mijke, was bij lange na niet zo ziek als Frank en had 'slechts' last van een
zware griep, je weet wel, buikpijn, keelpijn, koorts, geen puf, maar ik kon
nog wel normaal genoeg functioneren om voor ons beide te zorgen, hoewel ik
ook minstens 7 dagen aan bed gekluisterd was. Kun je je misschien een beetje
voorstellen hoe slecht Frank zich voelde, alleen maar in staat om te bewegen
tussen bed en wc. En dan moet je je daar ook nog zo'n fijne Aziatische hurkwc
bij voorstellen en dan is het hele miserabele plaatje compleet. Plus een niet
al te schone hotelkamer met hard matras (terwijl je toch al niet meer weet
hoe je moet liggen na ruim een week bedhouden). En overal die kleine insectjes
die maar niet buiten te sluiten zijn in India.
Maar wat wil je ook op een goedkope hotelkamer,
als je ziek bent is eigenlijk geen enkele hotelkamer bevredigend en ga je
al helemaal niet op zoek naar een andere slaapstek. Als je ziek bent wil je
eigenlijk alleen maar graag in je eigen bedje liggen met je eigen vertrouwde
spulletjes om je heen, dan wil je even niet meer altijd onderweg zijn en altijd
weg van thuis. Waar we de afgelopen maanden nog nauwelijks 'home-sick' zijn
geweest missen we onze fijne vertrouwde omgeving op zulke rotmomenten wel.
We missen de poesjes nog het meeste: geen Jerry, Elfje, Baardje en Sterre
tegen je aan als je wakker wordt, geen lekkere knorrebeesten om tegenaan in
slaap te vallen. Daar zouden we toch heel wat voor over hebben, om even lekker
te kunnen knuffelen met onze stinkies. Maar we weten dat daar in het verre
Nederland met veel liefde voor onze hartendieven gezorgd wordt en dat is een
fijn idee!
Op zulke vervelende momenten merk je ook hoe
afhankelijk je op reis bent van de mensen om je heen: eten, slapen, het moet
altijd bij 'anderen' omdat je geen thuis hebt. Omdat niemand weet dat we ziek
zijn kunnen we niet anders dan zo af en toe uit bed komen om zelf voor de
basisbehoefte te zorgen: medicijnen moeten worden gehaald (gelukkig kan dit
aan de overkant van de straat en veelal zonder recept), liters water en meters
wc-papier moeten worden aangesleept (op elke hoek van de straat verkrijgbaar,
gelukkig) en we proberen te overleven op beetjes rijst, geroosterd brood,
biscuitjes en fruitsap. Als je dan verse sla en burgertjes over je tv-scherm
langs ziet komen, loopt het water je in de mond en verlang je naar een lekkere
vegaburger, verse sla en frietjes van de AH, lekker zelf klaargemaakt! Soms
is niet gaan reizen zo gemakkelijk en vertrouwd, hoewel we ook nu nog blij
zijn dat we uit Nederland weg zijn gegaan om de wereld te verkennen. Maar
het is niet altijd gemakkelijk, echt niet
Na een week houden we het voor gezien met
de zelfmedicatie die bij Frank geenszins lijkt aan te slaan. We besluiten
definitief op jacht te gaan naar een Indiase huisarts. Niet zo gemakkelijk,
daar komt Mijke al snel achter. Een gouden gids met telefoonnummers helpt
ons al een stuk op weg, maar niet veel. Zorg maar eens dat je een dokter vindt
die engels spreekt, erger nog een engelssprekende assistente. Dat lukt dus
ook niet en de dokter (sassistente) en ik snappen werkelijk niets van elkaar.
Het hotelpersoneel biedt uitkomst (ha, opeens spreken ook zij engels!) maar
de dokter wil of kan nog steeds niet langskomen. Dat is hier in India duidelijk
niet zo normaal als in Nederland. Uiteindelijk lijken beide partijen, hotelpersoneel
en arts, te begrijpen dat Frank zich zo slecht voelt dat hij onmogelijk naar
de dokter toe kan komen en stemt de dokter er eindelijk mee in naar het hotel
te komen.. Zo'n Indiase doktor is een grappig fenomeen. Net als we zitten
te grappen of we 'em als dokter zouden herkenen of dat we misschien om zijn
kaartje moeten vragen, komt de dokter met zijn hulpje binnen (en een hele
groep hotelpersoneel - privacy kennen ze in India werkelijk niet). Het onderzoeken
van Frank gebeurt tot onze verbazing heel rustig en uitgebreid. We krijgen
een recept voor een antibioticumkuur en nog wat andere dingen mee en na een
half uurtje vertrekt de dokter weer. We zijn blij dat we de dokter hebben
laten komen en besluiten dat de volgende keer veel eerder te doen, vooral
omdat de dokter werkelijk geen drol kost (200 roepies, zo'n 10 gulden). Nu
maar hopen dat de medicijnen aanslaan, dan gaan we zeker een paar extra antibioticumkuren
inslaan.
We hebben nu voor eventjes wel genoeg pech
achter de rug; doordat we ziek waren hebben we ook het Diwali-festival al
moeten missen, wat een pech, keken we daar toch zo naar uit. Het enige wat
we er van meegekregen hebben is dat men gedurende de afgelopen maandag de
gehele dag vuurwerk heeft afgestoken en dat het de avonden ervoor een drukte
van jewelste op straat was. Niet echt prettig als je probeert te slapen, gekwek
en gebrabbel door luidsprekers op straat tot soms 3 uur midden in de nacht.
Hopen dat het volgende festival plaatsvindt terwijl we beter zijn, zodat we
deze wat bewuster en vrolijk kunnen meemaken.
Gelukkig slaat de antibioticumkuur bij Frank goed aan. We lopen enkele dagen
later alweer door de stad, niet dat we meteen alles kunnen doen want we voelen
ons nog wel wat slapjes. Maar ook hiervoor gaan we zorgdragen, lekker eten
in sjieke restaurants om weer wat op sterkte te komen.
Omdat we de laatste tijd nogal wat inkopen hadden gedaan en onze tassen nu echt uitpuilen (Frank loopt tegenwoordig zelfs met een doos onder zijn arm!) wordt het tijd dit om te zetten in een pakket en deze richting huis te sturen. Dit gaat als volgt: we vragen aan de hotelbalie om kartonnen dozen, die wat later door de loopjongen op de kamer worden gedropt, en deze betalen we voor zijn diensten. Dan volgt wat handvaardigheid met karton en plakband, wordt alles ingepakt en gaat het pakketje op weg naar een kleermaker, die het een mooi katoenen jasje geeft. Aangekleed en wel arriveert het pakketje op het postkantoor waar het verzegeld wordt met kaarsvet en vergezeld van de nodige formulieren. Dan kan het tegen (flinke!) betaling aan zijn lange weg naar ons thuis beginnen.
Trichy & Thanjavur, woensdag 13 november en donderdag 14 november
Eindelijk is het dan zo ver, we kunnen vertrekken
uit Madurai. Ook al waren we twee dagen geleden verkast naar een duurder hotel,
even wat meer luxe en we wilden niet langer blijven in de kamer waar we zo
ziek waren geweest, de stad blijft ons herinneren aan het feit dat we ziek
waren. Bovendien stinkt Madurai uit al zijn steegjes en straatjes. Maar nu
de pakketjes de deur uit zijn en onze tassen weer licht, vertrekken we naar
Tiruchirappalli, verkort ook wel Trichy genoemd. We reizen per trein en zitten
lekker opgepropt met tientallen Indiers in de 2e klas. Drie uur later arriveren
we op de plaats van bestemming. Ook hier verblijven we in een iets te prijzige
kamer, maar ach het is maar voor twee nachten.
Na de stad een beetje verkend te hebben besluiten
we meteen door te gaan voor de hoofdattractie, Trichy's meest beroemde herkenningspunt,
een 83 meter hoge rots gelegen in het centrum van de stad. Het meest fascinerende
feit aan deze rots is wel dat het een van de oudste in de wereld is, zo'n
3.800 miljoen jaar oud. Dit maakt de rots ouder dan de Himalayas. In deze
rots zijn 420 treden uitgehakt die leiden naar de top waarop een hindoetempel
te vinden is. Deze tempel, Uchipillaiyar Koil, is gewijd aan Siva. Wij laten
ons voor een paar roepies afzetten voor de ingang en beginnen aan de klim.
Op de top aangekomen is het uitzicht erg mooi, leuk om al die gekleurde huisjes
van boven te zien, net mozaiek. We bezoeken de tempel die zelfs in onze ogen
weinig bijzonder is, en blijven nog even op de top om van het uitzicht te
genieten.
Later op de avond komt weer het probleem;
waar te eten? Na veel te hebben gezocht en weinig te hebben gevonden, strijken
we neer in een 'garden restaurant'. Lekker? Nee, niet bijzonder, dus op voor
maaltijd twee in restaurant twee. Lekker? Ja, morgen weer!
Vandaag staan we voor ons doen vroeg op omdat
we Thanjavur willen bezoeken. Een bezoek aan Thanjavur is zoiets als een bezoek
brengen aan een 'live' museum. Elke straat en straathoek ademt historie en
erfgoed uit, en de stad wordt omschreven als het Rome van het Oosten. Tenminste,
zo stelt de folder die we van de 'tourist information' hebben, in werkelijkheid
valt dit alles wat tegen. Na een 1.5 uur durende busrit staan we voor de Sri
Brahadeeswarar tempel, maar eerst willen we het paleis 1 kilometer verderop
bezoeken dus over de tempel straks meer.
Het paleis dateert uit de 14e eeuw en is omgeven
door versterkte muren. Het paleis werd gebouwd door gedeeltelijk de Nayaks
dynastie en de Maratha dynastie, waarvan de koninklijke familie residentie
hield in het paleis. Het paleis is een fascinerend gebouw. Wij beklimmen een
van de resterende uitkijktorens, daar een groot deel van het paleis in ruines
ligt. De smalle trapjes in de donkere smalle gangetjes brengen ons naar het
puntje van de toren, van waaruit we een goed uitzicht hebben over het gehele
paleis, de stad en in de verte de tempel. De moeite waard!
Vervolgens brengen we een bezoekje aan het
ernaast gelegen kunstmuseum, gehuisvesd in een deel van het oorspronkelijke
paleis. Dit museum staat bekend om zijn geweldige collectie bronzen iconen,
steensculpturen en kunstwerken. Wat de collectie uniek maakt is de grootse
representatie van hindoegoden en -godinnen, -mythen en -legenden. Eenmaal
binnen blijkt de collectie inderdaad ongelofelijk groot en indrukwekkend te
zijn, maar het is heel vreemd om al die voorwerpen buiten de originele context
te zien, dat wil zeggen niet in een tempel. Ook het museum, net als het paleis,
is de moeite van het bezoeken zeer waard. Jammer alleen dat we letterlijk
het museum uitgejaagd worden door een horde pubbertjes die ons vele malen
interessanter vindt dan de museumcollectie en maar achter ons aan blijft lopen.
Dat gebeurt ons de laatste tijd wel overdreven vaak, dat wij de grootste attractie
blijken te zijn terwijl er zoveel te zien is! Om uit de mensenmassa weg te
komen nemen een rickshaw en laten we ons naar de tempel brengen, alweer.
De tempel is gebouwd in opdracht van de Chola
koning Rajaraja I (985-1012 na chr.). De hoofdtempel heeft de hoogste tempel
toren, 62 meter hoog. Op de top ligt een 80 ton zwaar blok graniet, naar boven
gebracht over een 6.5 kilometer lange constructie. Vanwege de originele architectuur
heeft de UNESCO deze tempel bestempeld als 'World Heritage Monument'. Normaal
is de toren boven het heiligdom minder hoog dan de toegangstoren maar bij
deze tempel is juist deze toren het hoogst, en dat is van verre af al te zien.
Opmerkelijk zijn ook de zeer gedetailleerde figuren op de tempel, die ongekleurd
zijn maar werkelijk prachtig. De galerijen van de tempel zijn versierd met
honderden prachtige fresco's.
De ingang van de tempel wordt beschermd door
een enorme Nandi, bestaande uit slechts 1 blok graniet van 6 meter lang. De
Nandi is een stier en Siva's voertuig, en de tempel heeft dan ook vele afbeeldingen
van onder andere Siva. Volgens de legende bleef de Thanjavur Nandi maar groeien
en groeien en zo de tempel bedreigen, totdat men een spijker in zijn rug dreef.
Omdat we zeer nieuwschierig zijn naar de 4 meter hoge lingam (fallussymbool,
kenmerkend voor Siva) die het binnenste heiligdom huisvest wagen we een kijkje
in de tempel vanaf de bovenste traptree. We vragen of we naar binnen mogen
en dit mag. Toch gaan we niet omdat 'iets' binnen in ons zegt dat het niet
gepast is. In plaats daarvan nemen we de tijd om de tempel van buiten te bekijken
en zijn zeer onder de indruk van deze prachtig tempel in deze rustig stad.
Daarna begeven we ons terug richting busstation, wat weer eens niet gemakkelijk blijkt te zijn. Rickshaws vragen belachelijke prijzen en zomaar de goede bus vinden is geen gemakkelijke opgave. Gelukkig blijken de Indiers in dit plaatsje geweldig behulpzaam te zijn en weten we uiteindelijk de juiste bus te vinden. Zo'n 2 uur later zijn we weer terug in Trichy. Daar eten we wat en informeren we naar de treintijden voor de reis van morgen. Daarna vallen we als een blok in slaap in ons heerlijke bedje te hotel Aanand.
Chidambaram, vrijdag 15 november en zaterdag 16 november
Hoewel de vrijdag goed begint (een heerlijk
laat ontbijt bij restaurant Meridien) lijken we ook vandaag met het openbaar
vervoer weinig geluk te hebben. We hadden gisteren al uitgevonden dat de enige
twee treinen richting Chidambaram, onze volgende bestemming, om 8 uur 's morgens
en om 5 uur 's avonds rijden. 8 uur 's morgens is werkelijk te vroeg voor
ons, maar reizen tegen het einde van de middag is ook niet fijn omdat we dan
in het donker op onze volgende bestemming arriveren en het dan geen pretje
is nog een hotel en een eetgelegenheid te moeten zoeken. Toch kiezen we voor
de late trein, omdat we laat wakker zijn maar wel graag op weg gaan. Omdat
reserveren zo laat op de dag onmogelijk is kopen we een 'ordinary' 2e klas
kaartje, ervan uitgaande dat we deze in de trein kunnen upgraden tot een sleeperclass
ticket (dat wordt ons namelijk door iedereen aangeraden te doen).
Voordat we richting de trein lopen slaan we
nog even wat snoep en koek in om de treinreis door te komen, daar we rond
etenstijd reizen. We pogen ook nog de treinconducteur te vinden om zo snel
mogelijk ons kaartje upgraded te krijgen, maar als dat niet lukt zoeken we
met zorg zitplaatsen uit in een sleeperwagon die niet gereserveerd zijn. Daar
ploffen we neer en de treinreis lijkt voorspoedig te beginnen. We brengen
de tijd door met kaarten, babbelen, eten verorberen en het landschap bestuderen.
Als het tegen negen uur 's avonds loopt maken we ons klaar om de trein te
verlaten, daar ons meerdere keren verteld werd dat de reis naar Chidambaram
vier uur zou duren. Valt dat even vies tegen als een vriendelijke meneer ons
verteld dat we er twee uur bij op mogen tellen. Balen, en het is al zo laat
en donker en al ons snoep is op. De verveling was ook al lang toegeslagen.
Als de wagon dan ook nog volstroomt met Indiers
die het op onze plaats hebben voorzien en we door de conducteur de wagon uitgebonjourd
worden is het helemaal feest. Probeer een kwade (corrupte?) conducteur maar
eens uit te leggen dat je niet het goede treinkaartje hebt omdat je je kaartje
tegen bijbetaling wilt upgraden. Men kan dan wel mooi beloven dat dat zo werkt
maar als de conducteur in een antiwesterlingen bui is en weigert mee te werken,
zelfs weigert engels te spreken, dan ben je nergens met de 2e klas kaartje.
Zelfs een boze bui van Frank tegen de boze bui van de conducteur in heeft
zero effect.
Dus pakken we ons boeltje op en verhuizen
alsnog naar de houten bankjes van de 2e klas. Prettig zitten is het er niet
maar we zijn al lang blij dat er voor ons plaats wordt gemaakt terwijl de
wagon werkelijk afgeladen is. Overal zitten en liggen Indiers: op de bankjes
met z'n vijfen naast elkaar, in de gangpaden, op de bagagerekken, onder de
banken en in de deuropeningen. Het werkt wel goed tegen de verveling, er is
veel te zien en de socialiteit van de op elkaar gepakte Indiers is geweldig
groot. Iedereen is kalm en berustend in zijn lot en het is werkelijk schattig
om te zien hoe de Indiase mannen onder elkaar functioneren: men ligt bij elkaar
op schoot, leunt tegen elkaar aan en maakt plaats voor elkaar. Wat een verschil
met de omhooggevallen Indiers die ons de sleeperclass lieten uitgooien.
We zijn maar wat opgelucht als we om precies
elf uur de plaats van bestemming bereiken en de houten kont is ook meteen
vergeten. We zetten direct koers richting een wat duurder hotel dan we eigenlijk
gepland hadden, in de hoop dat deze om elf uur 's avonds nog open is. Gelukkig,
we krijgen een prima kamer met roomservice in hotel Saradharam en laten meteen
nog wat eten halen. Daarna ploffen we in het heerlijke bedje en vallen alweer
als een blok in slaap.
Waar we voor aankomst in Chidambaram al twijfelden
of we wel zin hadden in nog een tempelstad weten we het vandaag zeker: niet
nog een tempel bekijken, we zitten even vol met tempelimpressies. We merken
het al als we na een heerlijke dag slapen wakker worden: dit wordt een lekkere
luie dag, een dag waarop we even niets hoeven te doen. Na een lekker ontbijtje
in hotel Ritz (de enige plek in Chidambaram waar we een westers ontbijtje
kunnen eten, zo blijkt na een flinke zoektocht) besluiten we op z'n minst
toch een poging te wagen in de buurt van de tempel te komen. We zijn nu toch
op de been!
De Natarajatempel heeft zijn bekendheid te
danken aan het feit dat Siva op deze plaats zijn kosmische dans heeft opgevoerd.
Om die reden associeert men deze plaats ook wel met het middelpunt van de
kosmos, daar deze dans zo krachtig is dat schepping en vernietiging plaatsvinden.
Als we bij de tempel aankomen blijkt deze ook nog gesloten te zijn. We lopen
om de tempel heen en als we een uurtje later bij de hoofingang komen schrikt
de drukte en de grote hoeveelheid bedelende Indiers ons af de tempel te betreden.
We vonden de tempel eigenlijk toch al niet zo mooi, daar alle verf eraf bladdert
en de kleuren erg flets zijn.
Net zo flets als de rest van Chidambaram. Niet dat we het niet naar onze zin hebben in het ministadje, integendeel. Het is er erg rustig, op al die toeterende bussen na. En omdat er verder niets te doen is mogen we ook even ongestoord nietsdoen. Wel zijn er praktische zaken die om onze aandacht vragen: hoe krijgen we wc-papier in een dorpje dat er nog nooit van gehoord lijkt te hebben (gelukkig hebben we een sjiek hotel dat ons daarvan weet te voorzien) en waar moeten we vandaag eten. Gelukkig heeft ons hotel ook een multi-cuisine restaurant met heerlijke pizza's, dus dat is ook prima voor elkaar. Rest ons alleen nog een lekker slaapje, en dat is ook geen probleem, moe als we zijn.
Pondicherry, zondag 17 november t/m woensdag 20 november
Omdat we Chidambaram wel weer gezien hebben
(wat valt er eigenlijk te zien) nemen we een bus op het chaotische busstation
naar Pondicherry. Onderweg valt ons eens en te meer op dat er veel armoede
heerst in India, en dat wij toch echt dankbaar mogen zijn met ons leventje
in het westen. Langs de wegen die we met de bus berijden staan eigenlijk alleen
maar hutjes opgetrokken uit leem en palmbladeren. Ook hier lijken de mensen
erg sociaal met elkaar, overal zitten groepjes mannen en vrouwen met elkaar
te kletsen. Het lijkt dan ook alsof de mensen hier gelukkiger zijn dan sommigen
van ons in het westen! Het vreemde van deze dorpjes is dat ze communistisch
zijn, iets wat wel de saamhorigheid en orderlijkheid verklaart, want de dorpjes
zijn beduidend schoner dan de meeste steden die we tot nu toe gezien hebben.
Onze bestemming voor vandaag bestaat niet
uit lemen hutjes maar is een ruim opgezette stad met een rechthoekig stratenpatroon.
Pondicherry lijkt ook geenszins op andere Indiase steden, alleen al het feit
dat ze troitoirs kennen. Misschien ligt dit wel aan het feit dat het een franse
kolonie is geweest, iets dat ook terug te vinden is in de gebouwen en grappig
genoeg de politieuniformen. Maar wat Pondicherry een trekpleister maakt voor
mensen van over de gehele wereld is niet de fraaie ligging aan de oostkust
van India of de koloniale sfeer. Nee, mensen komen uit alle windstreken voor
de Sri Aurobindo Ashram. Sri Aurobindo Ghosh was een vroeg 20-eeuwse Bengaalse
revolutionair en filosoof die streed voor bevrijding van India uit de greep
van Engeland. Hij richtte de ashram op om zijn ideaal van een vredelievende
gemeenschap in praktijk te brengen. In het bereiken van dit doel vond hij
een Franse compagnon in Mirra Alfassa, die universeel bekend staat als 'the
Mother'. Na zijn dood in 1950 werd zij spirituele opvolger en charismatische
figuur van Pondicherry tot haareigen
dood in 1973 op 93 jarige leeftijd.
Omdat wij toch erg nieuwsgierig zijn geworden
naar de ashram, mede door de vreemde westerse vogels die ronddwalen in Pondicherry,
begeven we ons naar de Rue de la Marine gelegen in het hartje van Pondicherry.
De ashram lijkt vooral te voorzien in informatie op het gebied van het gedachtegoed
van Sri Aurobindo, een systeem van 'intergrale yoga' dat wil zeggen de intergratie
van yoga en moderne wetenschap. Aurobindo voorzag dat het volgende tijdperk
in de evolutie van de mens gedomineerd zal worden door de menselijke geest.
Zijn spirituele oefeningen zijn erop gericht het aanpassingsproces aan deze
tijd van de 'supergeest' te vergemakkelijken. Het idee erachter is het leven
mooier te maken, niet door de wereld te verzaken maar door er bewust deel
van uit te maken. Tevens biedt de ashram mensen de mogelijkheid tot meditatie
en het volgen van verschillende cursussen. Maar belangrijker voor velen is
misschien nog wel dat de ashram de graven huisvest van Sri Aurobindo en 'the
Mother'.
De ashram is voor eenieder vrij toegankelijk
en biedt geen verplichtingen. Na onze schoenen te hebben achtergelaten betreden
wij wat onzeker de ashram. Het eerste wat ons opvalt is de oase aan planten
en bloemen. Van de ene verbazing vallen we in de andere, op een soort binnenplaats
zitten her en der mediterende mensen. Na een kijkje te hebben genomen bij
de twee graven en de 'bookshop' beginnen wij ons af te vragen wat wij hier
doen. Echt duidelijke informatie over het hoe en wat is er niet te vinden,
en iedereen lijkt erg met zichzelf bezig. Waar is de samenhorigheid gebleven!
Misschien dat we deze wel vinden in het 12 kilometer verderop gelegen Auroville.
Deze 'stad van morgen' die nog in de maak
is ligt net over de grens van Pondicherry in Tamil Nadu. Zij symboliseert
een experiment van internationaal gemeenschappelijk leven. In 1968 is men
begonnen met het bouwen van deze 'city of dawn', in samenwerking met mensen
van over de gehele wereld. De stad verkeert nu, na zo'n 30 jaar, nog steeds
in haar beginfase. In deze stad in aanbouw wonen 1250 mensen in verschillende
communes en zij spreken in totaal 55 verschillende talen. Het doel van Auroville
is het worden van 'meer mens' door het combineren van grote fysieke activiteit
met spirituele discipline. Iedere inwoner van Auroville draagt bij aan het
bouwen van de stad op zijn eigen wijze. De stad is niet los te zien van Sri
Aurobindo's ideeen maar is opgericht door 'the Mother'. Als bezoeker voor
korte tijd kom je niet verder dan het info-centrum en de centrale attractie
en het middelpunt van de stad, de Matrimandir, zo ondervinden wij. Het lijkt
erop dat je als meerdaagse bezoeker, wanneer je je steentje bijdraagt, meer
van de stad te zien krijgt.
Voordat we de Matrimandir zelf te zien krijgen
wordt van ons verwacht een kijkje in het info-centrum van de stad te nemen,
zodat we ook het achterliggende gedachtegoed en het stadsplan in totaliteit
meekrijgen. Daar krijgen we ook een toegangspas voor het futuristische meditatiecentrum
zelf. Het moet allemaal wel heel bijzonder zijn als we de mensen hier mogen
geloven! We sluiten aan in de lange rij die zich heeft gevormd voor de ingang,
hoewel we geen idee hebben wat er achter de hoge hagen van de ingang te zien
zal zijn. Slechts een uurtje per dag is de Matrimandir te bezichtigen, plus
een uurtje voor de meditatie-fanatiekelingen onder de bezoekers. We worden
streng tot volledig zwijgen gemaand en dan zet de kudde zich in beweging.
Langzaam zien we de gouden bol die de Matrimandir blijkt te zijn verschijnen,
een reusachtige met een soort van schotelantennes bekleden goudkleurige globe.
Als we binnen in de bol lopen zien we dat de ruimte geheel niet af is en er
zich slechts voetpaden naar een soort hangende kamer in bevinden. Om deze
kamer draait het allemaal, een wit gepleisterde ruimte met een kristallen
bol in het midden en een stapel meditatiekussens. We krijgen slechts enkele
seconden om de ruimte te bekijken en mogen de ruimte zelf niet eens betreden.
Dan is het feestje over en druppelt de menigte terug naar de schoenen en de
uitgang. Daar halen we de rugzak op want die mocht niet mee naar binnen, en
foto's mogen er al helemaal nergens worden gemaakt.
We vinden het allemaal maar een tegenstrijdige
bedoeling of misschien zijn we er als Nederlanders werkelijk te nuchter voor.
Al die geslotenheid en 'geheimhouding' in combinatie met een filosofie van
openheid, gelijkheid en samenhorigheid. We merken er niets van en voelen ons
geenszins thuis in Auroville. Alleen al het feit dat meditatie in zo'n kunstmatige
ruimte moet plaatsvinden! De toegangswegen zijn ook weinig aantrekkelijk,
een letterlijk misselijkmakend zandpaadje dat toegang biedt tot zo'n prestigieus
project is weinig bevordelijk voor de mentale en fysieke gesteldheid. Maar
we hebben wel een vermakelijke dag. We hebben voor amper 12,50 gulden de gehele
dag een rickshaw tot onze beschikking en we bezoeken zowel Auroville als een
relaxed strand om de tijd door te komen.
Wat bevinden we ons als westerlingen toch in een luxe positie, dat alles en
iedereen maar voor ons rent en buigt. Gelukkig realiseren we ons dit wel,
hoewel we ons er zeker niet altijd prettig bij voelen. Soms zouden we toch
echt wel eens in de mensenmassa willen opgaan. Maar dat kan niet, je bent
en blijft anders, zelfs (of vooral) de westerlingen die al jaren zijn blijven
hangen in Pondicherry en Auroville.
Mamallapuram, donderdag 21 november t/m zondag 24 november
Na goed te hebben ontbeten bij 'La Terrasse'
pakken we ons boeltje weer eens in (voor de hoeveelste keer, en hoe vaak zouden
we dit nog moeten doen?) en staan we later op de dag een beetje verdwaald
op het busstation. De juiste bus in India vinden is zonder hulp onmogelijk,
maar na wat gevraag hebben we toch maar weer de juiste bus gevonden (helaas,
dit was nu net de bus waar we over grapten dat we er niet in wilden). Maar
nood breekt wet en we plaatsen ons en de bagage op de smalle achterbank. Dat
Indiase weggebruikers gek zijn van de claxon en buschauffeurs in het bijzonder
wisten we, maar op het busstation van Pondicherry hoor je niets anders. Om
gek van te worden! Je begrijpt het dus al, dit alles voelt niet goed aan,
maar zoals wel vaker kan het altijd nog erger. Een onvriendelijke kaartjesverkoper
die ons liever niet in zijn bus heeft, een bus die steeds voller raakt waardoor
de o zo vriendelijke kaartjesverkoper maar vindt dat wij onze tassen van de
stoel moeten halen en niet verder denkt: want waar laat je deze in een propvolle
bus? Nadat hij ook nog aan onze tassen begint te trekken kunnen we niet anders
dan de tassen tussen en op de benen nemen. Bepakt en bezakt met 6 andere Indiers
op het bankje zitten we ons ritje uit. Stijf en met slapende benen stappen
we uit in Mamallapuram.
We zetten meteen koers richting 'Tina Blue
View Lodge', het guesthouse dat onze voorkeur heeft. We worden zeer vriendelijk
ontvangen met een kopje chai door een zeer geintereseerde Indiase man. We
nemen zijn beste kamer want dit raadt de reisgids ons aan. Kamer 9 is megagroot
en heeft een grote comfortabele veranda waar we ongestoord onze gang kunnen
gaan. Net 'Bamboo Village' in Varkala maar dan stenen huisjes, want ook hier
horen we het water van de zee vanuit ons huisje bulderen. We genieten de rest
van de avond van de welverdiende rust en van de heerlijk maaltijd bij 'Moonraker'.
Bij binnenkomst in het dorpje zagen we al
meteen wat het boek beschreef: een populaire hangplek voor westerse backpackers!
Overal westerlingen in alle leeftijdscatogorieen en restaurantjes en winkeltjes
speciaal gericht op de grote horde westerse toeristen. Aan de ene kant afschuwelijk,
een Indiaas dorpje dat zo verwesterd is om het de toeristen naar de zin te
maken; maar aan de andere kant is het zo af en toe ook gemakkelijk en vertrouwd,
zo'n westers paradijsje in het India met al haar vreemde, vaak ook vieze gebruiken
en gewoontes. We laten het allemaal maar lekker over ons heenkomen en genieten,
zo lang als het nog leuk is, van de gemakken waarin het dorpje voorziet. We
genieten vooral van de rust die we hebben gevonden in ons huisje met veranda,
hoewel de rust relatief is daar de luidruchtigheid van de Indiers om ons heen
gewoon doorgaat.
De eerste tijd doen we ook eigenlijk weining
bijzonders. We wassen onze kleren, laten onze slaapzaken eindelijk eens wassen,
maken praatjes met andere reizigers en Indiers, en neuzen een beetje rond
in de zeer dure toeristenwinkeltjes. Verder maken we plannen en verkennen
we de omgeving een beetje. Typisch voor het dorpje is het beeldhouwen. In
honderden werkplaatsen en winkeltjes wordt van zonsopgang tot zonsondergang
gewerkt aan de meest uiteenlopende beelden. Van mini tot meterhoog, van hindoeistische
kunst tot moderne afbeeldingen en van zeepsteen tot graniet. Men is er overal
maar druk mee. Het kan niet anders dan dat er veel van het gebeeldhouwde geexporteerd
wordt, want de omvang van de collectie is overal zo enorm groot dat het onmogelijk
alleen lokaal of aan voorbijreizende toeristen kan worden verkocht. Wij houden
het zelf maar bij een hangertje daar de rest te zwaar en te groot is om met
ons mee te dragen. We vinden het namelijk wel leuk om iets te dragen dat in
een specifiek dorpje is gemaakt.
Op zaterdag besluiten we de historische kant
van Mamallapuram te gaan bekijken, daar het dorpje nu een van Zuid India's
meeste bezochte historische plaatsen is. Het dorpje is gesitueerd op een stuk
granieten berglandschap tussen strand en lagoon. Het heeft een ver verleden
en ontzettend indrukwekkende rotstempels en -sculpturen, terug te dateren
tot de 7e eeuw na christus. De stad heeft zijn naam te danken aan de heerser
die van 630 tot 668 heerste en die de naam 'grote worstelaar' (Mamalla) kreeg.
Hij was grotendeels verantwoordelijk voor de bouw van de 14 grottempels, de
9 monolitische rathas (heiligdommen in de vorm van tempelwagens), de 3 steentempels
en de 4 in relief gebeeldhouwde steenpanelen. Specifiek aan de tempels hier
was het kanalensysteem waardoor deze plek speciaal geschikt was voor religieuze
verering (bv. de culte van de slang -naga- die geassocieerd wordt met waterverering).
Wat deze monumenten vooral de moeite van het bekijken waard maakt is het feit
dat ze op een prachtige plaats gesitueerd zijn: in een park waar op het gemak
gewandeld, gezeten en rondgeneusd kan worden. Relatief weing 'touts' die ons
storen met hun verkooppraatjes en ook relatief weinig Indiers (op de paar
schoolklassen na). Indiers hebben er, daar zijn we na 2 maanden India wel
achter, namelijk echt een handje van hun eigen historische plaatsen te vervuilen
en te bekladden en hun heiligdommen met hun 'brutale' gedrag te ontheiligen.
Niet altijd leuk om te zien dat Indiers hun eigen culturele erfgoed zo verrabbezakken,
terwijl wij als 'ontwetenden' zo hard onze best doen hun land en erfgoed in
ere te houden.
We vermaken ons prima in dit indrukwekkende plaatsje, hoewel uiteindelijk de grote hoeveelheid medereizigers ons wel lichtelijk de strot begint uit te komen. We hebben er -persoonlijk- niet zoveel behoefte aan diep in contact te treden met andere reizende westerlingen, daar iedereen ongeveer dezelfde route bereisd en dezelfde ervaringen en verhalen heeft. We zijn erg blij met het gezelschap dat we elkaar bieden en hebben weinig behoefte aan ander gezelschap. Zo af en toe een praatje met anderen is natuurlijk wel leuk, het luisteren naar verhalen van anderen vaak uiterst amusant! Toch gaan we morgen maar weer eens op weg, richting Chennai, precies de tegenovergestelde richting als veel van de reizigers die we hier hebben ontmoet. Allemaal net ingevlogen op Chennai? Het lijkt er wel op. Wij zetten koers richting het noordelijke puntje van Tamil Nadu om een volgend stukje van India te ontdekken, de staat Karnataka. Chennai ligt op die route maar we kijken erg op tegen het reizen naar en verblijven in een miljoenenstad als Chennai (5.36 om precies te zijn). Hoe het daar is, hoe het reizen er naartoe is, we zullen het gauw genoeg weten. Morgen!
Chennai, maandag 25 november
De busreis naar Chennai is afzien, niet op
de laatste plaats omdat na tien minuten een half vissersdorpje met verse vangst
instapt, waardoor de bus niet alleen naar diesel, oud zweet en schimmel ruikt
maar nu ook naar vis. Op het busstation van Chennai verbazen we ons over de
hoeveelheid verzamelde bussen (honderden) en over het feit dat dit busstation
niet in onze reisgids staat. Zitten we wel goed? Na navraag te hebben gedaan
blijkt dit het nieuwe busstation te zijn wat net een paar dagen open is. Leuk
dat dit ons ook verteld is, aangezien het busstation ver buiten het centrum
ligt en we nu weer verplicht zijn een bus terug te nemen. Een ritje van 45
minuten, mooi niet! Wij nemen wel een rickshaw. Het ritje door de stad bevestigt
onze vermoedens al over deze miljoenenstad, veel viezigheid, stank, armoede
en sloppenwijken. En hiermee gepaard gaande de 'frisse' geur van urine, uitwerpselen
van mens en dier en rottend stilstaand water, gatver! Hier wennen we dus echt
nooit aan.
We hadden van tevoren een hotel uitgezocht in de buurt van het centraal station zodat we morgen weer weg kunnen uit Chennai. Helaas zit dit hotel vol en moeten we op zoek gaan naar een ander bed, vervelend. Maar vervelender nog is wel dat twee Indiers het nodig vinden ons te helpen, ofwel schreeuwen waar we naartoe moeten en achter ons aan lopen met als doel ons ergens naar binnen te loodsen om er zelf beter van te worden. Dat werkt bij ons niet, maar ze in eerste instantie vriendelijk afwimpelen, daarna boos op ze worden werkt bij hun nog minder. Elke door deze 'touts' aangeraden hotels skippen we en we vinden uiteindelijk een goedkoop maar lawaaierig bedje niet ver van het station vandaan. Helaas slaapt een miljoenenstad als Chennai nooit, iets waar we snel achter komen als we ons bedje opzoeken, wat een kabaal! En we hebben nog maar zo weinig uren slaap te gaan!