Sigiriya

Sigiriya, 6 september 2002

Vandaag zijn we precies een week onderweg, zo kort nog maar het lijkt voor ons al een veel langere tijd. We hebben ook al zoveel gedaan en gezien, zoveel nieuwe indrukken opgedaan en veel gereisd, wat wel moet omdat een maand voor Sri Lanka een relatief korte tijd is. Door de gehaastheid en de grote indrukken die het land op ons maakt, lukt het ook nog steeds niet goed om 's nachts in slaap te komen en te blijven. Vannacht werkte vooral het lawaai van de uit balans geraakte plafondventilator heel erg op Mijke's zenuwen, maar de hitte die gepaard gaat met het uitzetten van de ventilator is ook geen pretje. Als Mijke per slot van rekening ook nog ontdekt dat de wc-bril is ingenomen door een pad, weet ze echt niet meer waar ze het moet zoeken. Gelukkig valt ze tegen de ochtend eindelijk in slaap, maar omdat Frank wakker is geworden van haar gedraai kan hij nu niet meer slapen. Gelukkig zijn dit zo ongeveer de enige ongemakken, met wat muggenbeten en wat ongedierte.

Ondanks de weinige uren slaap besluiten we vroeg op te staan, vroeg genoeg om de bussen toeristen die Sigiriya vanwege de Leeuwenrots bezoeken, te ontlopen. Ook wij hebben vandaag een bezoek aan deze rots op het programma staan, en een wandeling door het rustige dorpje dat Sigiriya verder is. Ook al is het vroeg in de morgen, het is flink zweten om de top van de 200 meter hoge rots te bereiken. De trappen zijn steil en smal, vooral de metalen trapjes die aan de rots bevestigd zijn om de top te bereiken. Voor Frank met zijn hoogtevrees sinds zijn val van een balkon, is de klim een ware proef op de som. Een aantal srilankanen is zo aardig ons te begeleiden over de smalle en enge trapjes en daaronder niets dan diepte. Bovenaan gekomen weten we ze af te wimpelen met wat roeppies, we willen samen genieten van het prachtige uitzicht, dat de zware klim zeker de moeite waard maakt. Boven op de rots heeft een oude koning zijn zomerpaleis gebouwd, waarvan de restanten nog goed zichtbaar zijn, hoewel we ook werkers zien die aan het metselen zijn. Wanneer we eenmaal boven zijn beginnen we op te zien tegen het feit dat we ook weer helemaal naar beneden moeten. Het valt reuze mee, en we komen veilig beneden.

Na het bekijken van de restanten op de grond besluiten we de rots, onder het genot van een spelletjeYathzee, van een afstand te bekijken. Een prachtig gezicht met al die kleine bewegende mensjes op de top. Wat was er zo speciaal aan vandaag? Het overwinnen van de hoogtevrees van Frank, het zien van blauwe en groene seisies, de ontdekking dat bietjes erg lekker zijn (Mijke) en gemberthee als lekkernij. En natuurlijk de rust die we vandaag voor het eerst echt ervaarden.