Poipet, maandag 7 juli
De reis Cambodja in gaat gepaard met veel, heel veel leugens. Er wordt door verschillende busmaatschappijen de mooiste dingen beloofd en achteraf bekeken waren al die mooie verhalen een grote leugen. Ook nu komt het niet echt uit de lucht vallen; in Bangkok gaan er veel spookverhalen rond en volgens de een is het nog erger om in Cambodja te komen dan de ander. Maar we willen nou eenmaal graag naar Cambodja en dus boeken ook wij vieren een goedkope bus bij een van de vele bureautjes op Khao San Road. Want hoe erg we straks ook afgezet gaan worden, georganiseerd reizen is in dit geval goedkoper en nog steeds een stuk gemakkelijker.
Onze reisdag begint slecht, het regent pijpenstelen en we moeten vanuit ons guesthouse een aardige tippel maken voordat we op de afgesproken plek arriveren. Als de bus waarmee we het Thaise deel gaan afleggen iets later is maar wel arriveert lijkt het allemaal reuze mee te vallen. Goed, de bus is niet super de luxe zoals beloofd maar het rijdt en met slechts een halve bus aan passagiers kunnen we het ons heel gemakkelijk maken. Net voor de grens met Cambodja komt de aap uit de mouw, wel de eerste aap dan.
Bij een restaurantje wordt gestopt voor lunch en is er voor degene die nog geen visum voor Cambodja hebben de mogelijkheid om het hier te regelen, tenminste dat is wat er beloofd wordt. In de praktijk gaat het echter iets anders: iedereen die geen visum heeft moet een formulier van de Cambodiaanse immigratiedienst invullen en zijn of haar paspoort afgeven. Na zo'n uurtje wachten krijgt men deze weer terug, echter zonder visum. Nu begrijpen wij waarom de bus zo goedkoop is, mensen betalen op deze manier een stuk meer voor hun visum en het enige dat ze er daadwerkelijk voor krijgen is iemand die met hun formulieren en paspoort bij de grens het visum uiteindelijk aanvraagt. Alsof mensen dit zelf niet kunnen, want wachten moeten we toch allemaal en het is dan nog maar weinig verschil of je zelf in de rij gaat wachten of dat een ander (duurbetaalde kracht) dit voor je doet. Wij zijn dan ook maar wat blij dat we al een visum hebben en verbazen ons er over dat iedere reiziger, stuk voor stuk, in deze truc is gestonken.
Bij de grens tussen Thailand en Cambodja is het verschil tussen het relatief rijke Thailand en zeer arme Cambodja schrijnend om te zien. Van alle kanten worden we belaagd door bedelende kinderen en slachtoffers van de vele landmijnen die overal in Cambodja liggen. De grenspost is ook een drukte van jewelste, vrachtwagens worden voor de grens ontladen om alles vervolgens per houten duw- of trekkar over de grens te vervoeren om alles aan de andere kant vervolgens weer op een vrachtwagen te laden.
Nadat wij alle formaliteiten zijn doorlopen en anderen het voor hun hebben laten doen, zetten we koers richting Cambodja, waar als het goed is een tweede grote AC-bus op ons zal wachten. Ja hoor, daar komt het tweede aapje uit de mouw. Met z'n allen worden we in twee minibusjes gefrommeld. Gelukkig hebben wij nog enigszins goede plaatsen weten te bemachtigen maar voor de mensen die het laatst komen is er niks anders meer dan een uitklapstoeltje in het gangpad. Maar goed, dit is nog wel vol te houden want zoals de reisgids vermeld is de weg vanaf Poipet (de grens) naar Siem Reap goed en duurt het ritje maximaal drie uur. Helaas is de Lonely Planet van Cambodja een waardeloos boek en er blijkt al snel dat het hemelse asfalt eindigt in Thailand. Het minibusje waar wij ons in bevinden heeft zich nog niet in beweging gezet of de eerste modderspetters zitten al op de ramen. Over een goede weg kunnen wij niet te spreken, als je überhaupt mag spreken van een weg. Er is echt geen voorstelling van te maken hoe slecht de wegen zijn in Cambodja. De weg die wij berijden is een grote blubberzooi met kraters van gaten erin en je kan je dan ook voorstellen dat dit alles behalve comfortabel rijdt en het al helemaal niet snel gaat. Als de Lonely Planet dit een goede weg noemt zijn wij erg nieuwsgierig naar hetgeen dat zij een slechte weg noemen.
Maar goed, we zijn weer onderweg hoewel bij de eerste stop het derde aapje uit de mouw komt. Dit busje gaat ons niet afzetten in het centrum van Siem Reap zoals beloofd maar zal ons droppen bij een guesthouse zo'n drie kilometer buiten de stad. Wij proberen met z'n vieren het personeel van de bus nog over te halen door hun erop te wijzen dat hier sprake is van misleiding en 'kidnapping' maar ze willen niet luisteren en spreken opeens geen woord Engels meer. En zoals verwacht, ook wij kennen de spookverhalen, weet men over de rit zo lang te doen dat we in het donker arriveren en er dus weinig anders opzit dan een kamer te nemen in Sidewalk Guesthouse. Gelukkig zijn de kamers schoon en oké, maar morgen zullen we zeker weer vertrekken want van een echt vrijwillig verblijf is hier geen sprake. Het personeel probeert grappig te zijn en ons over te halen gebruik te maken van hun transport als we de Angkor tempels gaan bezoeken. Wij ergeren ons dood aan dit personeel en maken ze alvorens we gaan slapen nogmaals duidelijk dat we morgen vertrekken.