Phnom Penh

Phnom Penh, woensdag 16 t/m zondag 20 juli

Nu we gewend zijn aan luxe door ons taxiritje van gisteren besluiten we ook vandaag luxe te doen en gebruik te maken van een taxi om in Phnom Penh te komen. Een dollar extra per persoon armer in vergelijking met de prijs van een buskaartje maar zeker van een plekje om te zitten en de comfort die we zo af en toe echt nodig lijken te hebben (in tegenstelling tot de zeer comfortabele staanplaats die we waarschijnlijk zouden hebben in een bus, als die al voor ons stoppen wil) gaan we met dezelfde fijne chauffeur als gisteren op weg. Onderweg stoppen we nog even in Skuon, onder reizigers beter bekend als 'spiderville'. Het dorpje heeft deze naam te danken aan het feit dat de lokale bevolking de achtpotige harige en zeer grote spinnen eet als ontbijt, lunch en avondeten. Overal langs de weg staan stalletjes met vele gefrituurde spinnen erop, iets dat wij met gemengde gevoelens bekijken en we bedanken dan ook vriendelijk voor dit volgens de Khmer zeer smakelijk hapje. Steve doet nog een kleine poging maar verder dan eentje optillen voor de foto komt ook hij niet, disgusting!

We vervolgens onze weg naar Phnom Penh, een stad die bij de eerste indruk op ons over komt als een langgerekte stoffige stad met weinig afwisseling in bebouwing. Ook de straatnamen zijn weinig inspirerend, zo blijkt uit het feit dat we een goed hotel (Sunday Guesthouse) vinden in straat 141, die weer uitkomt op straat 143 en ga zo maar heel origineel door. Phnom Penh heeft op cultureel gebied niet veel meer te bieden dan het koninklijke paleis, wat omliggende Wats en nog een aantal door de stad heen verspreide Wats. Hoe vreemd het ook mag klinken maar de macabere geschiedenis van het Khmer Rouge regime aan het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw is de grootste toeristische trekpleister van de stad.

Maar dit alles maakt de stad niet minder interessant. We genieten zoals gewoonlijk enorm van het dwalen door de voor ons nog nieuwe en onontdekte stad Phnom Penh en op onze eerste volledige dag doen we de centrale markt, het nationale museum en het koninklijke paleis aan. De koepelvormige centrale markt in Art Deco stijl is een lust voor het oog hoewel het op het gebied van koopwaar weinig interessants te bieden heeft. De vlees- en visgeur is zo overweldigend en enigszins misselijkmakend dat we snel onze weg vervolgen. Omdat we een tekort aan plaatselijke Riel dreigen te krijgen vragen we bij verschillende juwelierswinkeltjes annex wisselkantoortjes langs de weg wat hun koersen zijn. Daar de bank echt te weinig geeft voor Thaise Baht moeten we het hebben van het wisselen van geld op straat. Met een grote lading verse Riel op zak vervolgen we ons weg richting het nationale museum. Het museumcomplex is een prachtexemplaar maar we voelen er beide na alle reeds bezochte musea weinig voor nog een museum te bezichtigen. We lopen door naar het aangrenzende koninklijke paleis en ook daar slaat de cultuurmoeheid toe. Het ligt ongetwijfeld aan ons maar het paleizencomplex weet ons weinig te boeien. We zullen ondertussen wel teveel moois hebben gezien om nog helemaal ondersteboven te zijn van dit koninklijke paleis. De zilveren pagoda waar ieder reisboek met veel lof over spreekt omdat de vloer van de Wat ingelegd is met vijfduizend zilveren tegels valt nog het meeste tegen; de tegels zijn fraai om te zien maar helaas is het merendeel van de tegels verdwenen onder een groot rood tapijt. Het koninklijke complex heeft toch wel veel moois te bieden maar het is duidelijk vandaag niet zo aan ons besteed. De dure maar overheerlijke pizza's die we later op de dag in een lokaal Italiaans restaurantje op ons bord krijgen zijn duidelijk wel aan ons besteed, machtig lekker!

Op onze tweede volledige dag brengen we een bezoek aan het genocide museum Tuol Sleng oftewel de voormalige Khmer Rouge 'Security Office' 21 (S-21). In 1975 werd de Tuol Svay Prey High School door het Pol Pot regime veranderd in een gevangeniskamp dat al snel uitgroeide tot het grootste martel- en detentiecentrum van Cambodja. S-21 of Tuol Sleng was het meest geheime orgaan van het Khmer Rouge regime en het was speciaal ontworpen voor het ondervragen en uitroeien van anti Khmer Rouge elementen. Alle klaslokalen werden omgebouwd tot gevangeniscellen en alle ramen afgezet met ijzeren balken en prikkeldraad om het ontsnappen van gevangenen te voorkomen. De cellen varieerden van 80 centimeter bij twee meter voor individuele gevangenen tot grote cellen van zes bij acht meters voor grote groepen gevangenen, zowel vrouwen, mannen als kinderen. Er waren zeventienhonderd mensen voor het Khmer Rouge regime werkzaam in S-21, waaronder veel kinderen tussen de tien en vijftien jaar die speciaal getraind waren voor het genadeloos straffen van gevangenen. De slachtoffers in de gevangenis waren afkomstig uit heel Cambodja en uit alle gelederen van de bevolking, zowel arm, rijk, ongeschoold als geschoold, inclusief een aantal mensen van andere nationaliteiten zoals Vietnamezen, Lao, Thai, Indiërs, Pakistani, Britten, Amerikanen, Canadezen, New Zeelanders en Australiërs.

Vandaag de dag is S-21 opengesteld voor publiek zodat de gruwelijkheden van het Khmer Rouge regime (en vergelijkbare regimes, ook vandaag de dag nog) ) niet vergeten zullen worden. Beduusd en geshockeerd lopen we door de verschillende ruimten van het voormalige martelcentrum heen. Aan de muren hangen duizenden zwart-wit foto's van slachtoffers daar de Khmer Rouge tot in detail de gegevens van de door haar gevangengenomen Khmer vastlegde. Daar op ondervragingen en martelingen de dood op de zogenaamde Killing Fields net iets buiten Phnom Penh volgde hebben op enkelen na geen van de bijna dertienduizend gevangenen S-21 overleefd. De sfeer die in het voormalige gevangenkamp hangt is hartverscheurend. Lijden en dood heeft plaatsgemaakt voor stilte en rust, een sereniteit die omgeven wordt door de geluiden van spelende kinderen daar S-21 in een levendige woonwijk ligt. We zijn diep onder de indruk van de lijdensweg die Cambodja en haar bevolking heeft ondergaan tijdens de verschrikkingen van het Khmer Rouge regime en de aanblikken van de duizenden slachtoffers op de muren raken ons diep van binnen. En dan te bedenken dat dergelijke gruwelijkheden ook vandaag de dag over de hele wereld heen nog aan de orde van de dag zijn….

Omdat we voor vandaag ook de Russische markt nog op het programma hadden staan vervolgen we onze weg nadat S-21 ons teveel wordt. Dat wordt dus niets, na de getuigenis en het aanvoelen van zulke verschrikkingen kunnen we niet meer achteloos winkelen. We doen een poging de vele straatjes van de markt door te lopen maar staken deze poging gauw en besluiten morgen de Russische markt en haar koopwaar opnieuw een kans te geven, als ons hoofd er meer naar staat en we niet nog helemaal verdwaald zijn in het wanregime dat Khmer Rouge heet.

Behalve een beetje luieren, genieten van de luxe van het hebben van een televisie en het thuisfront op de hoogte stellen van ons doen en laten, doen we vandaag opnieuw een poging de Russische markt te bezoeken. Deze in het westen van Phnom Penh gelegen markt dankt haar naam aan het feit dat de Russen op deze markt winkelden in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, hoewel ze eigenlijk Psar Tuol Tom Pong heet. Volgens onze o zo geweldige reisgids is dit DE plaats in Phnom Penh voor souvenirs en van de fabrieksband gevallen westerse merkkleding. Vandaag gaat het winkelen ons beter af en we weten de hand te leggen op een aantal leuke Cambodjaanse spulletjes, hoewel het de vraag is of de aangeschafte koopwaar nog wel in onze kleine rugzakjes gaat passen. Het kopen van van de fabrieksband gevallen kleding laten we over aan andere toeristen daar we vervelende verhalen hebben gehoord over de Nederlandse douane en ingevoerde (nep)merkkleding.
En dan is onze laatste dag in Phnom Penh al weer aangebroken. En het belooft geen vrolijke dag te worden. Per minibusje georganiseerd door ons guesthouse bezoeken we met z'n vieren het tragische vervolg van S-21, oftewel de Killing Fields van Choeung Ek. Het is in deze oorspronkelijke boomgaard even buiten Phnom Penh, door het Khmer Rouge regime tot vernietigingskamp gemaakt, dat tussen 1975 en 1978 duizenden mannen, vrouwen en kinderen die vanuit S-21 getransporteerd werden een gruwelijke dood vonden. In 1980 zijn de overblijfselen van 8985 mensen, velen met de handen vastgebonden en geblinddoekt, opgegraven uit massagraven.

Drieënveertig van de 129 gemeenschappelijke graven zijn onaangeraakt gelaten. Hoewel er feitelijk niet zo veel meer getuigt van de moordpartijen op de Cambodjanen die hier en masse hebben plaatsgevonden lopen we aangeslagen en gelaten rond tussen de kuilen die zichtbaar massagraven zijn geweest. Het is vooral confronterend om overal in het gras en op de paden botfragmenten en stukjes kleding te zien rondslingeren. Maar het is vooral de herinneringstupa die hier in 1988 is opgetrokken die getuigt van de verschrikkingen van het Khmer Rouge regime: meer dan 8000 schedels, gesorteerd op leeftijd en sekse, zijn zichtbaar geplaatst achter de glazen panelen van een herinneringsmonument, zodat iedere bezoeker van de Killing Fiels van Choeung Ek geconfronteerd wordt met een stukje verleden dat nooit meer opnieuw mag plaatsvinden (maar treurig genoeg wel plaatsvindt, al is het deze keer niet in Cambodja). De grote bewondering die we al hadden voor de geteisterde bevolking van Cambodja die met zoveel kracht en positiviteit de toekomst tegemoet gaat neemt met de dag toe!