Lopburi

Lopburi, zaterdag 10 mei

Ondanks dat het reizen in Thailand gemakkelijk te noemen is in vergelijking met India lijkt alles vandaag toch niet zo mee te willen werken. Natuurlijk hebben we dit voor een groot deel aan onszelf te danken, immers als we hadden vastgehouden aan ons originele plan was alles waarschijnlijk vlekkeloos verlopen. Maar 's morgens sloeg de twijfel toe en wisten we niet meer zeker of we naar Lopburi, een stadje zo'n anderhalf uur verder, wilden. Misschien dan toch maar naar Phitsanulok? Iets dat een paar dagen later een slechte keus blijkt te zijn. En willen we met de bus of trein? De eigenaar van PU Guesthouse weet ons ook niet echt verder te helpen en heeft naar onze mening meer interesse in ons geld dan in het goed helpen van zijn gasten. Tenminste dat maken we eruit op als hij maar blijft zeuren dat we hem de taxi naar de busterminal of het treinstation moeten laten regelen. Want zo zegt hij, dit is goedkoop en hij vindt duidelijk dat we zelf geen karretje kunnen aanhouden. Wij beginnen ons hieraan te irriteren en vinden zijn prijs belachelijk hoog. We verlaten het guesthouse, houden op de hoek van de straat een karretje aan, betalen vele malen minder en zijn op weg naar de busterminal waar we de bus naar Phitsanulok willen nemen. Met een rotvaart zoeven we door de stad, ja we hebben haast omdat we al teveel tijd met twijfelen hebben verdaan. Maar het geluk lijkt aan onze kant, vijf minuten voordat de bus moet arriveren zijn wij op de busterminal. Kaartjes kopen kan hier pas als de bus arriveert dus wachten we rustig af en zijn blij dat we een keuze hebben kunnen maken.

Maar hoe fout deze keuze was merken we als de bus arriveert. Kaartjes kopen kan maar zitten in de bus blijkt onmogelijk, zo vertelt de lokettist ons. Dat wordt vijf uur staan, nou ons niet gezien. Ons wordt verteld dat dit altijd in het weekend zo is en wij vragen ons dan ook af waarom niemand ons dit eerder heeft verteld. Weg bus, weg plan, terug naar het oorspronkelijke plan. Dan maar per trein naar Lopburi, eigenlijk onze eerste keus. Blijkbaar heeft het geluk zich vandaag tegen ons gekeerd. Daar het treinstation ver van de busterminal verwijderd ligt hebben we een rickshaw of taxi nodig, die dus nergens te bekennen zijn. In de hitte sjokken we richting station, hopend op die ene rickshaw die ons mee kan nemen. Na een half uur lopen, totaal bezweet zitten we dan eindelijk in het door ons o zo gewilde karretje, op weg naar het station. Op het station moeten we nog anderhalf uur wachten en zijn blij als de trein arriveert en we plaats kunnen nemen in de derde klas, ons plan staat weer op de rails!

Ook Lupburi kent weer een oud en nieuw stadsgedeelte; omdat in het nieuwe een grote militaire basis ligt laten we dit voor wat het is en zetten we koers richting de oude stad met haar paleis, kloosters en prangs (stupa in Khmer stijl in de vorm van een maiskolf). Het Narai Ratchaniwet paleis vertegenwoordigt het culturele hart van Lopburi, omgeven met massieve muren en de Lopburi rivier aan de oostkant. Toen koning Narai Lopburi bestempelde als zijn tweede hoofdstad werd de stad op orde gebracht en voorzien van koninklijke allure in de vorm van het Narai Ratchaniwet paleis. Dit paleis werd het zomerverblijf van koning Narai en omdat hij hier meer dan zes maanden per jaar doorbracht moet hij het in dit stadje erg naar zijn zin hebben gehad. Wij bezoeken dit paleis en begrijpen meteen waarom; dit paleis is niet buiten proporties maar charmant, simpel en overzichtelijk. Het is opgedeeld in drie hoven, een binnenhof, middenhof en buitenhof gescheiden door muren. Hoewel de meeste functionele gebouwen zoals de olifantenstallen en pakhuizen, en zelf de woning van de keizer zelf niet meer dan goed onderhouden ruines zijn krijgen we een goed beeld van het leven in het intieme zomerpaleis. Het is er uitzonderlijk rustig en dus ook hier voelen wij ons in ons element, ronddwalend tussen de gebouwen. Vooral de tempelruimte spreekt ons aan, zoals ook de ruines van de Wats in de rest van het kleine stadje ons aanspreken, omdat de inwoners van de thaise dorpjes en steden ook deze vervallen heilgdommen nog fervent bezoeken en de boeddhabeelden erin vereren. Ook al mist de Boeddha een hoofd of arm, net als de complete Boeddha's in nieuwe Wats worden deze voorzien van een sjaaltje, wierrook en vergezelende miniatuurpoppetjes. Het is een mooi gezicht, deze vrolijke toewijding te midden van de relatief saaie eentonige resten van vroegere pracht en praal.

En toch mist er nog iets in het Lopburi dat we bezoeken. Werden we bij aankomst op het treinstation niet verwelkomd door twee metershoge uit beton opgetrokken apen en werd er ons niet verteld dat Lopburi net Ayutthaya is maar dan met irritant veel apen? Maar nee hoor, de realiteit is anders, in het Lopburi dat wij leren kennen is er werkelijk geen aap te bekennen. Dat is niet zo heel erg, we hebben al vaak aan de lijve ondervonden dat apen lief LIJKEN maar dat zo donders brutaal en erg irritant ZIJN. Toch zijn we wel een beetje teleurgesteld en dus staat er ons niets anders te doen dan ze te gaan zoeken. Als de apen ons niet komen pesten gaan wij dat toch minstens wel bij hen proberen…met resultaat: in de buurt van het treinstation is het duidelijk wel goed vertoeven en de apen beklimmen hier en masse de monumenten en bespringen onvoorbereide Thai en westerlingen.

Missie geslaagd zullen we maar zeggen en we schieten snel wat plaatjes voordat de aapjes de aandacht van die ene westerling met nootjes afwenden en ons gaan terroriseren. En daarmee is ons dagje Lopburi een goede keuze geweest en hebben we ondanks de moeite die het reizen ons heeft gekost er een geslaagde dag van gemaakt. Ook dit plaatsje krijgt van ons een dikke tien!