Korat

Korat, dinsdag 24 juni t/m vrijdag 27 juni

Onze volgende bestemming in Thailand is Nakhon Ratchasima of Korat geheten. Korat is waarschijnlijk de grootste stad in het noordoosten en wordt voor ons de uitvalbasis om de geweldige khmer monumenten van Phimai, Phnom Rung en Muang Tam te bezoeken. Samen met onze Britse reisgenoten laten we ons naar het busstation van Ubon brengen, daar we zoals we eerder hadden ondervonden het op de benenwagen echt iets te ver is. Op het busstation worden we van alle kanten belaagd door mensen van verschillende vervoersbedrijven. Wij kiezen voor de bus die het eerst vertrekt, hoewel we nog een uur mogen wachten voordat deze bus de weg opdraait. Om tien uur vertrekken we dan en als we de chauffeur goed hebben begrepen, hij stak vijf vingers op, gaat dit ritje vijf uur duren. Maar ook deze keer komen we weer bedrogen uit want vijf uur rijden wordt opeens om vijf uur arriveren. Maar uit ervaring weten we ondertussen dat het veel erger kan dus rusten we in ons lot.
Gelukkig weten we aardig in het centrum van Korat uit te stappen, iets dat ons weer een tuk-tukritje scheelt. Dan mag Korat wel een moderne stad zijn, een echt goed en beetje betaalbaar hotel is moeilijk te vinden. Uiteindelijk nemen we in een gevangenislijkend hotel een cel annex kamer. Op het eerste gezicht lijkt Korat een leuke stad. Het centrum van de stad wordt nog steeds omgeven door een oude gracht en de opnieuw opgetrokken toegangspoorten geven de stad een historisch karakter. Maar de meeste mensen, zowel Thai als buitenlanders, zullen Korat vooral associeren met het feit dat daar in het verleden het Royal Plaza Hotel wegens slechte constructie en corruptie is ingestort met als gevolg honderzevendertig doden.

Dat Korat heden ten dage een moderne stad is merken we als we een van de warenhuizen bezoeken. Hier is echt alles te koop, maar iedereen lijkt vooral te komen voor de bovenste verdieping die geheel gewijd is aan computers en mobiele telefonie. Wij verlaten haastig deze Thaise bijenkorf en besluiten wat door de stad te dwalen. Op straat zijn we blij verrast als we een kleine (met knipperlicht op z'n staart) en een grote olifant tegenkomen, mogelijk vanwege het feit dat in de buurt van Korat het grootste olifantentrainingscentrum van Thailand is gevestigd. Na een dagje te hebben gewinkeld en rondgedwaald kost het ons de hoognodige moeite een vegetarisch maaltje te bemachtigen, iets waar we ondertussen flink van beginnen te balen.

Op onze tweede dag Korat staan we vroeg op, eten taart en croissants als ontbijt en zijn lekker vroeg op weg naar Phimai. Phimai ligt ten noordoosten van Korat, zo'n uurtje rijden per bus, en is een klein charmant stadje. Maar de grootste bezienswaardigheid voor de bezoeker is de in het hart van het stadje gelegen khmer monument waar de stad haar naam aan te danken heeft. Zelfs ver voor de bouw van Phimai in de twaalfde eeuw nam het stadje een belangrijke plaats in de geschiedenis in, vooral vanwege haar ligging aan een zijrivier van de Mekong en bij opgravingen zijn er potscherven gevonden die terug kunnen worden gedateerd tot vijfhonderd jaar voor Christus. De Cambodjaanse koning Jayavarman VII (1181-1201) bouwde Phimai op het westerlijke uiteinde van zijn khmer koninkrijk, oorspronkelijk een hindoesite, en verbond het via een weg met zijn hoofdstad Angkor (waar de beroemde Angkor Wat pas later gebouwd werd). Het is waarschijnlijk omdat Angkor in zuidoosterlijke richting ligt dat het boeddhistisch Phimai monument op het zuidoosten georienteerd is terwijl de meeste Khmer monumenten naar het oosten toe liggen.
Ondanks dat de muren rond het tempelcomplex vandaag de dag niet meer helemaal intact zijn is goed te zien dat Phimai in een ommuurde rechthoek van duizend bij vijfhonderdzestig meter lag, gesitueerd op een kunstmatig eiland. Opvallend is, waaruit duidelijk het grote belang dat aan dit monument toegekend werd blijkt, de geweldig grote afmeting van Phimai met z'n vier immense toegangspoorten (gopura's) en drie grote prangs (maiskolfvormig centraal gesitueerd torens). Met name de totaal op een nieuwe manier gebouwde centrale prang doet vermoeden dat Phimai een prototype voor de later gebouwde Angkor Wat was, zo suggeren ook de sculpturen op de poorten.

Zoals bij ieder tempelcomplex vergeten we ook in Phimai compleet de tijd en wanen we ons urenlang in een ver en religieus verleden. We aanschouwen het werkelijk geweldige complex dat uitblinkt in zowel de indrukwekkende omvang als in prachtig gedetailleerde steensculpturen en -graveringen. Dat de restauraties aan Phimai door de Thaise 'Fine Art Department' waarschijnlijk niet altijd goed gedaan zijn blijkt uit een aardig grote afdeling 'thuisloze' gegraveerde deurpostdelen, raar gesitueerd midden op het gras maar stuk voor stuk prachtexemplaren. Controversieel blijkt ook het schoonmaakwerk dat de 'Fine Art Department' begonnen is aan het monument waardoor lange tijd een van de drie prangs spierwit was terwijl de rest van Phimai de oude vervallen kleur behield en mensen zich bovendien gingen afvragen hoe goed het voor het tempelcomplex was om het schoon te maken, bovenop het feit dat het esthetisch gezien geen prachtoplossing was tegen de erosie van het zandstenen monument.

Als we voldaan na onze dwaaltocht het monument Phimai verlaten en het stadje Phimai betreden is het contrast tussen beide Phimai's nog groter dan op het eerste gezicht. Dat oud en nieuw zulke totaal verschillende reacties kunnen teweegbrengen is een grappige ervaring. Maar zo modern is het stadje toch niet blijkt iets later als we pogen richting Korat af te reizen. Van een klein dorpje naar de grote stad komen lijkt lang niet zo gemakkelijk als andersom. Uiteindelijk belanden we in een luxe bus met echter te veel en te veel in witte en blauwe uniformen gekleden schoolkids. Geen pretje, wel grappig, en je moet er toch iets voor over hebben om de Thaise pracht te kunnen aanschouwen. Voor het gemak doen we nog maar een dagje pizza, we hebben nu ontdekt hoe we bij gebrek aan een oosterse vegetarische maaltijd toch een lekker maaltje kunnen scoren, ook al is de maaltijd poepiewesters in de oosterse variant van de Pizza Hut.

Bij gebrek aan beter (grapje - bij nader inzien beginnen we Thailand steeds meer te waarderen) gooien we er nog een tweede dag tempel sightseeing achteraan. Vandaag staan de - zo wordt er ons verteld - geweldige tempels Phnom Rung en Muang Tam op het programma, zo'n twee uur en nog wat van Korat vandaan. Per bus arriveren we in Ban Tako waar we een songthaew charteren die ons voor zo'n zeven en een halve euro naar beide monumenten brengt. En zowaar, het kan nog mooier dan Phimai gisteren ... Phnom Rung is onbeschrijflijk prachtig en groot, duidelijk ook het prototype voor Angkor Wat (zo zullen we later zien). Maar vooral van het kleinschalige en zeer intieme Muang Tam zijn we zeer onder de indruk.

Omdat we ons privevervoer plus chauffeur de hele dag tot onze beschikking hebben, hebben we bij beide tempels alle tijd van de wereld en die nemen we ook. Het hindoeistisch tien tot vroeg dertiende eeuwse Phnom Rung is gesitueerd op een inactieve vulkaan en dat geeft de tempel een machtig aanzicht. Hoe hoger je naar de tempel klimt, des te meer ontvouwt het tempelcomplex zich en wat we zien is een plaatje waar Thailand met recht trots op mag zijn. De toegansgweg is honderdzestig meter lang en versierd met roze zandstenen pilaren en specifiek de 'brug' die naar het monument zelf leidt is ongeevenaard - prachtig in detail gebeeldhouwde vijfhoofdige slangen (typisch voor khmer monumenten) die de scheiding tussen de mensen en goden representeren. Het symmetrische heiligdom heeft een kruisvormig plan en geweldig gedetailleerde beeldhouwwerken op de maiskolfvormige centrale torens. Phnom Rung wordt niet voor niets het mooiste khmer monument in Thailand genoemd en daar de meeste khmer monumenten minder toegankelijk zijn omdat ze in het hedendaagse Cambodja liggen is Phnom Rung meer dan de moeite van het bezoeken waard.

We schieten fotorolletjes vol en genieten, mooier dan dit kunnen we het ons niet voorstellen (op het eerder bezochte Cambodjaanse Prasat Khao Phra Viharn na dan). Maar als we Muang Tam erna aandoen zijn we nog meer onder de indruk, het kan nog mooier! Deze relatief kleine en intieme khmer tempel is zo'n honderd tot tweehonderd jaar ouder dan Phnom Rung en binnen de muren liggen niet alleen prachtige bouwwerken maar ook vier L-vormige met naga's (mythische slangen) versierde ponden die het geheel omgeven. De sfeer die er hangt is niet in woorden te vatten en we genieten van de stilte en rust die Muang Tam uitstraalt, blij verrast door het feit dat we helemaal alleen zijn. Korat en haar drie prachttempels, onbeschrijflijk en zeker het bezoeken waard. Mochten we bij aankomst in Thailand vergeten zijn enthousiast te zijn over het land, dit stukje Thailand is om verliefd op de worden. We willen eigenlijk niet meer weg, zij het dat er een heel nieuw land op ons wacht om ontdekt te worden ... maar eerst gaan we een stukje gemakshoppen in het totaal op toeristen aangepaste Khao San Road te Bangkok.