Kompong Thom, maandag 14 & dinsdag 15 juli
Op de dag van ons vertrek zitten we met z'n vieren vroeg, zelf erg vroeg aan het ontbijt. Het hotelpersoneel lijkt nogal gestresst want, zo blijkt al snel, ze zijn vergeten onze buskaartjes te boeken en dus wordt er besloten ons per moto naar het 'busstation' te brengen en daar alsnog de kaartjes te regelen. Geërgerd gaan we akkoord want langer in dit hotel blijven is ook niet echt een optie. Bij aankomst aldaar blijkt de aan ons beloofde grote bus een minibus te zijn geworden maar ons geklaag haalt niets uit aangezien het hotelpersoneel zich haastig uit de voeten heeft gemaakt. We rusten maar weer in ons lot en verblijden onszelf met de gedachte dat wij slechts vier uur te overbruggen hebben naar Kompong Thom terwijl de andere passagiers direct negen uur naar Phnom Penh in het verschiet hebben.
Ook tijdens deze rit durven we niet echt te spreken van een weg; een en al gatenkaas is het, door ons steevast 'dirt-track' genoemd; en dit terwijl de Khmer zelf trots spreken van 'national highway'. We kunnen nu wel stellen dat de wegen van Cambodja echt een zooitje zijn en dan hebben we het niet alleen over de kwaliteit van het wegdek. Mensen houden niet netjes en overzichtelijk links of rechts aan maar zigzaggen over de weg heen in een poging in ieder geval de diepste kuilen te ontwijken. Alles gaat niet harder dan zo'n veertig kilometer per uur en de wegen zijn, als het niet regent, ook nog eens belachelijk stoffig (lekker met airconditioning, al dat stof dat maar blijft circuleren in ons busje). Maar we mogen niet echt klagen, voor ons is het een relatief kort reisje door Cambodja terwijl de Khmer zelf iedere dag geconfronteerd worden met het gebrek aan goede wegen, hoewel meer welvarende Aziatische landen zich eindelijk beginnen te realiseren dat alle hulp bij het aanleggen van betere wegen in Cambodja meer dan welkom en hard nodig is.
Flink door elkaar geschud (het nadeel van een minibus ten opzichte van een grote bus) stappen we uit in Kompong Thom, niet meer dan een aantal huizen en een markt opgetrokken langs 'national highway' zes (ahum) en de rivier. Maar ook hier komen we niet specifiek voor het plaatsje zelf (hoewel we zo een betere indruk krijgen van Cambodja dan door het bezoeken van de toeristische trekpleisters alleen) maar voor de nabijgelegen Sambor Prei Kuk tempelgroep en de heilige berg (Phnom) Suntok. We zijn blij verrast als we, zoals gewoonlijk, de plaatselijk Wat bezichtigen want deze is zo absurd vrolijk en anders dan de andere Wats die we tot nu toe hebben gezien. We merken duidelijk dat Cambodja met veel enthousiasme en trots bezig is het niet lang geleden nog door de Khmer Rouge onderdrukte boeddhisme in ere te herstellen. We verbazen ons er weer eens over dat onze, geweldig waardeloze, Lonely Planet reisgids niets vermeld over deze geweldige Wat.
Helaas kennen ze in Kompong Thom geen remorque-moto's (brommertjes met koetsjes erachter waarin met z'n vieren gezamenlijk vervoerd kunnen worden) en dus zijn we aangewezen op gewone brommers/motoren als we de heilige berg (Phnom) Suntok willen bezoeken. Echt een lolletjes is dat overigens niet, met z'n tweeën plus chauffeur op een motortje absurd hard over de wegen van Cambodja bewegend. Onder het stof komen we aan bij Phnom Suntok en het duurt nog een tijdje voordat ook Steve en Cindy arriveren, waaruit we opmaken dat onze chauffeur wel erg hard reed. Phnom Suntok is de meest heilige berg in de regio en op de top van de berg bevindt zich een serie pagoda's (kegelvormige boeddhistische bouwwerken) en een groot aantal verschillende soorten boeddhabeelden. Voordat we de top bereiken moeten we negenhonderdtachtig treden beklimmen, een zware opgave, vooral omdat het vandaag weer eens poepieheet is. Vanaf de top hebben we een geweldig uitzicht op de vlaktes van Cambodja. We bekijken de vele pagoda's, de boeddhabeelden (al dan niet verstopt in grotten) en we vermaken ons door de apen die het complex bewonen te bewonderen. Mijke raakt zelfs nog in gesprek met een paar nonnen in het wit die, zo blijkt later, op vaste tijden de apen voeren. We vinden deze heilige berg met haar eeuwenoude rotsgraveringen en moderne boeddhabeelden een bijzondere bezienswaardigheid!
Op de weg terug naar Kompong Thom krijgen we alle vier een beetje genoeg van de rijstijl van onze brommer/motorchauffeur in combinatie met de wegen van Cambodja zodat we besluiten voor de dag erna op zoek te gaan naar een auto zodat we een stukje minder pijnlijk en minder gevaarlijk de Sambor Prei Kuk tempelgroep kunnen bezoeken. Deze tempelgroep wordt in de Lonely Planet beschreven als de meest imposante groep pre-Angkor monumenten in Cambodja. In de bossen rondom Kompong Thom zijn meer dan honderd kleine bakstenen tempels te vinden en aangezien het gebied zo omvattend is hebben wij helaas 'alleen' tijd het centrale complex bestaande uit vier tempelgroep te bezoeken. Bij het aanzien van deze tempelgroepen zijn we wel een beetje teleurgesteld, met name door de aanprijzingen in de Lonely Planet (waardoor we nog steeds niet blij zijn met deze reisgids). Het merendeel van de tempels verkeert in zeer slechte staat en het is duidelijk te zien dat deze bakstenen constructies minder goed opgewassen zijn tegen de moesson en de jungle dan haar nakomelingen op Angkor. Toch weten we ons prima te vermaken, vooral door het feit dat een hele sliert aandoenlijke Khmerkindjes ons van het begin tot het einde volgt, erg gezellig.
Spijtig aan de ene kant, goed aan andere kant,
maar het is vooral het gebrek aan voorzieningen voor toeristen in Kompong
Thom die ons doet besluiten niet meer tijd door te brengen in dit stoffige
en op en top Cambodjaanse dorpje. Onze aanwezigheid lijkt een te grote inbreuk
te maken op de leefwereld van de mensen in deze kleine gemeenschap. Na twee
geslaagde dagen in Kompong Thom laten we het plaatsje voor wat het is en besluiten
we onze reis op weg naar hoofdstad Phnom Penh voort te zetten.