Trivandrum, zaterdag 28 september t/m donderdag 3 oktober
Ben je lekker aan het reizen moet je nog vroeg op ook! En dan ook echt vroeg, 4 uur in de morgen. Niet dat we heel vroeg vliegen, om 8.45, maar we moeten 3 uur van tevoren inchecken en nog naar Colombo airport reizen. Netjes op tijd worden we door een tuk-tuk gedropt op het vliegveld, onderweg geen problemen ondervonden bij de vele militaire checkpoints. Na te hebben ingecheckt, geld gewisseld, tax betaald, door de douane gegaan, nog meer douane, controle, dubbele controle, en de nodige formulieren invullen, zijn we zo'n twee uur verder en snappen we waarom je in Sri Lanka vroeg moet inchecken. Maar uiteindelijk zitten we toch in het vliegtuig en verlaten we het mooie Sri Lanka. Onze vlucht duurt maar 45 minuten en dus zien we al snel India aan de horizon opdoemen.
Omdat we aanvliegen op Trivandrum, hoofdstad
van Kerala en gelegen in het zuidelijke puntje van India, vliegen we langs
de kust van Tamil Nadu en Kerala op. Vanuit de lucht zien deze twee provincies
er totaal anders uit dan wat we tot nu toe gewend waren van Sri Lanka. De
landmassa die onder ons verschijnt is dieprood gekleurd, met heel veel windmolens.
Langzaam gaat deze droge aardkorst over in gebergte met heel veel palmbossen
eromheen, begroeide rivierbeddingen, akkers en vele witte huisjes. Echt geweldig
om te zien. Al snel wordt de landing ingezet en zetten we voet op Indiase
bodem!
Na de benodigde formaliteiten staan we buiten
de luchthaven waar het voor Indiase begrippen rustig is. Weinig taxichauffeurs
of rickshawrijders die om ons heen zwermen en zo regelen we een mooi prijsje.
Hoe leuk de Indiase autotaxi's ook zijn (ambassadors) wij verkiezen de tuk-tuk
sorry hier rickshaw genoemd, boven deze karretjes. We vertrekken richting
het centrum van Trivandrum. India is een gekleurd land met z'n vrolijk beschilderde
vrachtwagens, vele vlaggetjes langs de weg, en schreeuwende filmposters. Onze
eerste indrukken van India zijn erg positief, en we zijn blij dat we in het
relatief rustige zuiden beginnen. Van een cultuurshock is bij ons dan ook
geen sprake, Dit waarschijnlijk vooral omdat het zuiden van India lijkt op
Sri Lanka. Er zijn verschillen, alles in India lijkt meer: mer stof, meer
rickshaws, meer smog, meer afval, meer armoede. Trivandrum lijkt volgens het
boek niet zoveel te bieden maar toch hebben we ervoor gekozen hier te beginnen
met onze reis door India. Dit omdat we vonden dat we onszelf maar eens in
het diepe moesten gooien en een grote stad moesten aandoen.
De stadis alles wat je je bij een Indiase
stad voorstelt: drukte, smog, felle kleuren, vele winkeltjes en kraampjes,
vrolijk geklede mensen, rickshaws, chaos en meer. Onze eerste keus guesthouse
bevalt ons niet en dus lopen we door de voor ons nieuwe omgeving door naar
een ander onderkomen. Bij guesthouse Greenland aangekomen worden we warm onthaald
door de eigenaar...NOT! Als alle Indiers zo bot zijn wordt het nog lachen!
Na papier na papier te hebben ingevuld hebben we een kamer; en lawaai van
6 tot 6. De eigenaar had namelijk besloten zijn hut eens flink te laten verbouwen,
en aan het lawaai te horen lukt dat aardig. Jammer voor hem maar wij vertrekken
morgen weer, wat een stuk chagerijn.
Gelukkig is het vandaag zondag waardoor we
later dan 6 uur wakker worden van de werkzaamheden boven ons hoofd. Na te
hebben uitgecheckt begeven we ons opweg naar Taurus Lodge, een leuk guesthouse
in het centrum van de stad (en toch rustig) met een vriendelijke en opgewekte
eigenaar. Omdat er geen ontbijt wordt geserveerd moeten we zelf op zoek gaan
naar iets eetbaars. Omdat we in het centrum van de stad verblijven zijn er
eetgelegenheden, iets wat de keuze niet makkelijker maakt. Gelukkig biedt
de gids uitkomst en gaan we ontbijten bij Kerala House waar we warm onthaald
worden door het personeel. Omdat we nu in een ander land zitten willen we
toch weer een beetje voorzichtig doen met het eten. Helaas helpt een menukaart,
of wat er voor door moet gaan, ons hier niet bij.Toast met jam en fruit kennen
ze hier duidelijk niet. Toch krijgen we het voor elkaar wat brood en een gebakken
ei te bestellen. Ontbijtje achter de kiezen, hop de stad verkennen!
We lopen richting park daar de meeste winkels
op zondag gesloten zijn. We zijn wel zo nieuwsgierig naar de Indiase spulletjes
dat we de winkels en marktjes die open zijn niet over kunnen slaan. Natuurlijk
zien we meteen allemaal leuke spulletjes die we helaas moeten laten staan
omdat we er toch geen plek voor hebben in onze rugzaken, en we moeten eerst
maar eens informeren naar de prijzen voor het versturen van pakjes naar Nederland.
We besluiten wel flink prijs- en kwaliteitvergelijken daar de stofjes die
we overal zien hangen geweldig mooi zijn. In het park met zijn botanische
tuin en dierenpark aangekomen rusten we eerst een tijdje uit op een bankje
in de schaduw; even weg uit de hete zon en bijkomen van de flinke wandeling.
Natuurlijk, zoals we al gewend waren vanuit Sri Lanka, tot groot vermaak van
de Indiers: men vraagt ons de oren van de kop en er wordt vrolijk naar ons
gezwaaid. Kinderen zeggen eindeloos 'hi' en 'bye'. En wij snappen nergens
wat van: uit de gezichtuitdrukkingen van de Indiers valt weinig op te maken,
hoewel ze allemaal, bij welke gelegenheid dan ook, 'neeknikken', wat altijd
iets positiefs betekent. Maar wat dat blijft een gok! Dat is enorm wennen
voor ons: waar wij 'neeknikken' om iets negatiefs uit te drukken, knikt men
hier hevig nee om juist het tegenovergestelde uit te drukken. Grappig, verwarrend
maar het went.
Hoewel we eigenlijk niet van dierentuinen
houden zijn we toch wel nieuwsgierig naar de diersoorten die een Indiase dierentuin
huisvest. De indruk die we hebben is de indruk die we van de meeste dierentuinen
hebben: hoe noodzakelijk het soms ook mag zijn om dieren in gevangenschap
te houden, dieren horen in de vrije natuur thuis en niet achter tralies. Een
groot aantal dieren kwijnt weg achter gaas, opgesloten in een veel te kleine
kooi. De grootste attractie blijken we zelf te zijn, zoveel aandacht krijgen
we en bekijks trekken we. We voelen ons er niet zo op ons gemak en verlaten
de dierentuin snel weer, in de hoop dat de entreeprijs voor het welzijn van
de dieren wordt gebruikt en niet alleen in de zak van de opassers verdwijnt.
We nemen een rickshaw terug naar het drukke
stadscentrum en doen ene poging onze basisbehoeften te voorzien: ofwel, de
zoektocht naar wc-papier begint. We waren al gewaarchuwd dat het vinden van
wc-papier geen makkie was in India. Waar men in Sri Lanka westerlingen nog
voorzag van dit gemak maar men zelf een soort van douche gebruikt om de billen
schoon te krijgen, lijkt men het in India met een bak water en de handen te
doen. Ons niet gezien, daar moeten we nog even over nadenken hoor! Voor de
zekerheid kopen we een flinke voorraad van het witte papiergoedje.
Een iets smakelijker onderwerp dan maar: avondeten.
Hoog in de lucht, in een restaurant op het dak van een gebouw wagen we de
sprong in het diepe. Daar de menukaart ons westerlingen geheel niets zegt
bestellen we op de gok iets en hopen we dat het smaakt en dat onze magen het
aankunnen. Het valt allemaal reuze mee, het is wat onwennig (vooral vanwege
het gebrek aan bestek) eten, maar het eten is lekker, op het dak is het uitzicht
geweldig en omdat het regent en onweert (ja ja, hier is het weer ook niet
altijd mooi maar het is een welkome afwisseling) is het nog spectaculair ook.
Voldaan maar vermoeid gaan we deze avond naar bed, slapen in het grote India.
Een dagje winkelen in een middelgrote Indiase
stad blijkt beduidend leuekr en interessanter zijn dan stadten in Arnhem.
Niet alleen is alles nieuwer en anders, de sfeer van het winkelen in een Indiase
stad maakt het zo aantrekkelijk. Van de grote weg af dwalen we rond in kleine
straatjes en bazaars. De kleuren zijn oogverblindend en de koopwaar schreeuwt
om aandacht, gelukkig dat de kooplieden zelf zich wat bescheidener opstellen
en je niet overal naar binnen proberen te trekken. Zo af en toe vliegt de
koopwaar je wel letterlijk om de oren, als een jongetje met man en macht probeert
een -plastik- vliegtuigje te verkopen. Zulke pogingen worden in eerste instantie
vriendelijk afgewimpeld maar de vastberadenheid van het kleine verkopertje
maakt een blijvende vriendelijk behandeling zowat onmogelijk. Als we heel
bijdehand zeggen dat als de verkoper zijn koopwaar zo mooi vindt hij het lekker
zelf moet houden, lijkt het eindelijk te helpen. Hier hebben ze niet van terug.
De cultuurbepaalde man-vrouw rollen hebben
hier overigens nog ene grote invloed: waar Mijke als vrouw hoort te beslissen
over de koopwaar en vanalles onder haar neus geduwd krijgt, hoort Frank als
man in de financiele middelen te voorzien, moet hij overal de rekening betalen
en zwermen de zwervertjes om zijn voeten. Grappig om te ziien is dat het koopwaar
duidelijk gegroepeerd is in straatjes: waar men in het ene straatje etenswaar
als rijst, meel, groente en fruit verkoopt, heeft het volgende straatje enkel
fotolijstjes, potten en plastik te koop. In een derde straatjes zien we alleen
maar lappen felgekleurde stof waarvan de vrouwen hun kleding (laten) maken.
Kleding is overigens een verhaal apart: waar vrouwen heel traditioneel in
een topje met sari die het hele lichaam, behalve de buik, bedekt lopen, in
de felste kleuren en de mooiste stoffen, zien de mannen er een stuk nonchalanter
uit. Zij dragen meestal een rok, vaak opgeknoopt tot de knieen, en een blouse.
Dat wij daar met een vuile comfi kleding flink bij uit de toon vallen kun
je je vast goed voorstellen. Daar moeten we dus maar eens wat aan doen!
We doen vandaag nog een beetje cultureel en
bezoeken de Sri Padmana Bhasvami tempel, die echt geweldig indrukwekkend is.
In tegenstelling tot de meeste hindoetempeltjes die we tot nu toe hebben gezien,
is deze enorm hoog (7 verdiepingen), wit (in plaats van gekleurd) en in Dravidische
bouwstijl. Deze tempel is opgedragen is opgedragen aan Vishnu en alleen toegankelijk
voor hindoes die zich strikt aan de kledingvoorschriften houden (vrouwen sari
en blouse, mannen een witte dhoti). Vishnu is de behouder van het universum
en heeft als attributen vier armen, een hoge kroon en een aantals peciale
voorwerpen in zijn armen. Samen met de Shaiviten (aanhangers van Shiva) vormen
de Vaishnaviten (aanhangers van Vishnu) de grootste hondoesekte van India
(zo stelt de gids!). Aan de hindoes zelf is ook te zien van welke specifieke
hindoegod ze aanhanger zijn, alleen moeten we nog even uitvogelen wat wat
betekent. Hoodzakelijk mannen dragen op hun voorhoofd een aantal geverfde
streepjes, sommigen wit, anderen geel en weer anderen rood met geel.
Hoewel we vandaag niet veel bijzonders doen
behalve een beetje rondlopen en we eindelijk het pakketje met de foto's weten
te versturen, is het wel een opmerkelijk dag. We doen een nieuwe integratiepoging
en nemen als ontbijt wat de Indiers zelf ook eten: warm, rijst of dosai. Wij
kiezen voor het laatste omdat het een geweldig lekker maaltje is, maar ook
omdat we geen 'westers' ontbijt kunnen vinden.. We krijgen, op een metalen
dienblad, een grote rijstmeelflap geserveerd met verschillende hete sausjes
en eventueel een groentenvulling. Smullen maar, met de handen, zoals het echte
Indiers betaamt, hoewel het wel wennen is om een dergelijk maaltje als ontbijt
naar binnen te werken. Voor de vitamientjes drinken we verse opgeklopte vruchtensap
in de meest waanzinnige smaken: appel, ananas, druif, mango enz. En dit alles
kost geen poepie, goed om netjes binnen budget te blijven (22 euro per dag
met z'n tweeen) en toch nog allemaal leuke spulletjes te kunnen kopen.
Voor het eerst op onze reis krijgen we vandaag te maken met een ware plensbui, eentje van moessonkaliber (denken we!). Als de lucht betrekt lijken de Indiers al te weten wat er gata komen. Ze pakken snel hun boeltjes op, gooien een plastik zakje om hun bolletje of steken de o zo handige paraplu op, zon of regen. We hadden het zo snel nog niet door, maar weten onszelf net op tijd onder een afdakje te gooien om niet binnen enkele seconden zeiknat geregend te worden. Dat het afdakje eigenlijk een hindoetempeltje huisvest, alleen toegankelijk voor hindoes, lijkt niemand wat uit te maken en het is duidelijk geoorloofd dat we ons bij zulk noodweer op heilige grond begeven. We zijn de goden dankbaar. Als de straten binnen minuten zowat blank staan en de regen blijft aanhouden maken we dankbaar gebruik van een aardige rickshawchauffeur die zijn karretje handig voorrijdt en ons dropt bij ene internetcafe. Dan maar ff mailen om droog te blijven en de site te updaten. We zoeken ook voor de zekerheid maar even op of we niet per ongeluk in moessongebied terecht zijn gekomen. Gelukkig, Kerala is veilig maar we besluiten even uit de buurt van Tamil Nadu te blijven, de deelstaat ernaast, waar het moessonseizoen reeds begonnen lijkt te zijn. We gaan er maar van uit dat we nog meer van zulke buien mogen verwachten, in de wetenschap dat het een uurtje later rustig weer tot zwetens toe heet kan zijn.
Omdat wij qua kledinglichtelijk uit de toon
vallen, en onze kleding niet altijd even goed opgewassen lijkt tegen de zon
in de tropen en belangrijker nog erg warm zitten, besluiten wij ons 'aan te
passen' aan het Indiase modebeeld. We ruilen onze t-shirts om voor hem twee
blousjes van linnen en voor haar twee shirtjes van dun katoen, Indiase stijl.
Hiervoor hebben we vele winkeltjes afgestruind maar de moeite loont, dit alles
kostte ons 11 euro.
Onze laatste dag in Trivandrum. Nog snel een pakketje versturen, spullen uitzoeken en tas pakken. Onze eetstek van de afgelopen dagen 'Arul Jyoti' had voor ons ook een leuke verassing in petto. Alhoewel we eigenlijkt twee rocket masala dosai hadden besteld (is altijd de vraag wat je krijgt, en hoeveel) kregen we er maar 1, maar wat voor 1. De dosai (Zuid Indiase pannekoek gemaakt van rijst- en linzenmeel, geserveerd met milde aardappel- en uivulling) had een lengte van 1.5 meter, en nam dan ook de gehele lengte van de tafel in beslag. Stel je eens voor 1.5 meter! Maar wel erg lekker!
Varkala, vrijdag 4 oktober t/m maandag 7 oktober
Een hippieresort! Of tenminste daar lijkt
het erg op, nee niet Goa maar Varkala. Bij aankomst zien we merkwaardige figuren
rondlopen, een jongen in een soort luier, tenminste zo staat het bij hem en
in zijn hand een bamboestok die dient als wandelstok, waardoor hij al snel
de bijnaam 'de stok' van ons krijgt. En dan 'shanti man', een kale jongen
met bril, rok en vage blouse en trommel (waar hij niet eens op kan spelen),
die vanaf onze stek gezien een soort hippiebijeenkomsten lijkt te organiseren
in zijn hut; tenminste zo lijkt het. Of andere mensen die zich alleen bewegen
in halve rokjes en een tas, alles natuurlijk op blote voeten. Wij vragen ons
af wat deze mensen hier doen, want in Varkala lijkt alles slecht om de commercie
te draaien. Alles draait hier om toeristen, er worden zelfs vergaderingen
gehouden om het nog beter op toeristen af te stemmen.
Goed, het uitzicht is werkelijk heel mooi,
het dorpje is gelegen op een rode klif en vanuit het bamboehutje wat wij tijdelijk
betrekken is het uitzicht op zee grandioos. De stilte die er heerst is onvoorstelbaar,
niets dan geluiden van de natuur, brullende zee, krijsende meeuwen en roof
- stoot! Toch pap? - vogels, mekkerende geiten en loeiende koeien. De enige
manier om je te verplaatsen is lopend over een paadje vlak langs de klif,
iets wat bij nacht gevaarlijke situaties oplevert, vooral als de electriciteit
voor een half uurtje door de overheid wordt afgesloten (tekort aan electriciteit
door aanhoudende droogte). Een zaklamp is hier dan ook een must, iets waar
wij al zoekend naar ons hutje de eerste nacht achterkomen. De mensen (ja zelfs
of vooral hippies) brengen hun tijd door met lezen. Er is dan ook een levende
handel in boeken. En omdat wij ons nog meer wilden onthaasten en we sinds
ons vertrek geen leesvoer meer hadden, huren ook wij een boek bij de plaatselijke
bieb, een plankje in een winkeltje. De rest van de tijd vullen we met uitgebreid
ontbijten, dineren, winkelen en dobbelen.
Hier hebben we ook onze eerste ervaring met
datgene waar India om bekend staat: de textielhandel! We laten ons een heus
pak, lees broek en blouse, aanmeten en mogen zelf de eisen aangeven: welk
model, kleur, stof enz. Alles wordt voor een zeer klein prijsje naar je wensen
gemaakt. Uiteindelijk verlaten we de 'tailorshop' met een bestelling voor
een kopie van Frank zijn favoriete trekkersbroek (in een iets opzichtere kleur
vanzelfsprekend, je ontkomt niet aan een 'verhippiesering'; rood dus), een
blouse in bijpassende stijl, en voor Mijke een o zo vrolijke oranje/rode flodderbroek.
Dat zal de integratie in dit land vergemakkelijken, hoewel de Indiers er echt
zelf niet in lopen. En het is een stuk lichter (kunnen we weer wat spulletje
ditchen, zijn de minderbedeelden hier ook weer blij!). We krijgen het ook
voor elkaar Mijke's geldbuideltje bij dezelfde kleermaker om te ruilen voor
een minder ingewikkelde katoenen geldbuideltje, daar de huidige Mijke niet
zo lekker zit. We hebben nog nooit een man zo gelukkig gezien, met zijn nieuwe
geldbuideltje om z'n middel.
Ondanks dat ons boek anders vermeldt zitten
we toch echt in de moessontijd. Elke dag begint het in de middag te regenen
en te onweren. Vooral aan zee is het mooi om te zien hoe de bliksem zich aftekent
tegen de horizon. Helaas brengt dit ook vervelende dingen met zich mee, zoals
muggen, vliegende mieren, veel blubber en vochtige spulletjes. Maar ach, na
regen volgt hier al snel en altijd weer zonneschijn.
Ondanks het vermaak dat Varkala brengt besluiten we na een korte rustpauze het plaatsje weer snel te verlaten, mede omdat de eigenaar van de bamboehutjes waarin we verblijven (door ons steevast 'bamboeman' genoemd) paranoide trekken begint te vertonen. Waar we de eerste dag nog een beetje op onze hoede waren met het buiten laten hangen van de was terwijl we afwezig zijn, blijkt al snel dat bamboeman de boel nauwlettend in de gaten houdt. Hij lijkt toch niet veel beters te doen te hebben, terwijl hij volgens ons beter zijn afgebrande vierde hutje weer op kan bouwen. Misschien dat hij daardoor zo paranoide is geworden, maar het is toch lichtelijk bevreemdend dat hij midden in de nacht met een zaklamp tussen de verhuurde hutjes door sluipt.
Kollam/Quilon, dinsdag 8 oktober
Met de trein reizen we verder naar Kollam/Quilon.
Omdat de trein vertrekt om 11.40 en we om 9.30 ons hutje moeten verlaten nemen
we de tijd bij het ontbijt, om niet te vroeg op het station te arriveren.
De treinen in India zijn een stuk luxer en comfortabeler dan in Sri Lanka,
echter is het er minder duidelijk hoe het systeem werkt met de verschillende
klassen. De eerste keer dat we in India met de trein reisden hadden we een
kaartje gekocht voor de 'sleeperclass' maar mede omdat het syteem ons (nog!)
niet geheel duidelijk was, en door de lange treinen en de TT (conducteur)
zitten we op de verkeerde plek (de duurste klasse, zeer luxe!). Prompt stond
er een (andere!) conducteur voor onze neus die ons flink wilde laten bijbetalen.
Gelukkig mochten we uiteindelijk ook bij de volgende stop naar de juiste wagon
lopen. We hopen deze keer dan ook dat alles wat beter verloopt en kiezen voor
de 'secondclass'.
Helaas helaas, we lijken weer verkeerd te
zitten. De tweede klas bevindt zich helemaal voor en achter in de trein volgens
andere reizigers. Vreemd, want toch staan we weer verkeerd. Deze keer staan
we in de 'General Compartment', whatever it may be! Gelukkig moeten we bij
de volgende stop de trein verlaten. We besluiten volgende keer voor het gemak
maar 'sleepertickets' te kopen aangezien er van deze klasse minstens 12 wagons
in een trein zijn.
En dan zijn we in Kollam, een plaats waar
werkelijk niets te doen is, en die bovenal sterk vervuild lijkt. Indiers hebben
er toch al een handje van om alles maar overal te laten vallen. Niet dat je
het de mensen erg kwalijk kan nemen, aangezien er ook nergens op straat prullebakken
te vinden zijn, maar toch is het moeilijk te begrijpen dat mensen hun leefomgeving
zo kunnen vervuilen. Wij realiseren ons terdege dat ook wij aardig meehelpen
aan de afvalberg van India, alleen als je de hoeveelheid plastic flessen nagaat
die wij overal (wel netjes in de prullebak) achterlaten. In Kollam is de hoofdstraat
echt zwaar vervuild, waar we in andere steden nog zagen dat de troep 's avonds
werd opgeruimd, lijkt het afval zich in deze stad zich alleen maar op te stapelen
in de straten en steegjes en in het aangrenzende meer.
Gelukkig vinden we een hotel waar het wel schoon is en waar we de nacht doorbrengen om de dag erna een tochtje over de 'backwaters' van Kerala te maken.
Allepey, woendag 9 oktober
Zowel onze reisgids als de mensen die we onderweg
tegengekomen zijn, raadden ons van harte een tochtje over de 'backwaters'
van Kerala aan. Volgens het boek loopt dit netwerk van rivieren, stroompjes,
meren en kanalen langs de kust van de Indische oceaan en biedt het een haast
unieke rustige kijk op het dorpsleven van Kerala, onmogelijk om eenvoudigweg
vanaf de weg te bekijken. De mogelijkheden lopen uiteen: van 10-/20-/50-persoonsboten
(van het Amsterdamse grachtensoort) tot luxe op toeristen aangepaste woonboten
in de originele stijl van Kerala (een soort van houten boten overdekt met
verschillende rieten dakjes, waardoor het net een insect lijkt) van twee tot
acht uur of zelfs een etmaal. We kiezen voor de aanzienlijk goedkopere 'kanaalboot'
(die in Indiase termen nog prijzig is) en besluiten een toch van acht uur
te maken, van Kollam naar Allepey, zo'n tachtig kilometer verderop.
<>Dat zulke dingen niet altijd even gemakkelijk
geregeld zijn blijkt weer eens. Ons hotel wil om tien uur 's avonds nog best
twee plekjes reserveren voor op de boot (die door dezelfde firma als het hotel
gerund wordt, zo lijkt) maar dan moeten we bij het hotel betalen terwijl de
tickets bij de boot moeten worden opgehaald. En vanzelf sprekend moeten we
anderhalf uur van tevoren aanwezig zijn! Hoezo vanzelfsprekend! Als we bij
de boot aankomen duurt het zeker nog een uur voordat de andere passagiers
arriveren. En ook over de tickets ontstaat onenigheid: hebben we nu wel of
niet al betaald, en waarom moeten we per persoon twee ticket kopen? We hebben
het gevoel dat we een beetje worden afgezet, maar er is niks aan te doen.
We checken even bij andere reizigers en veronderstellen dat het altijd zo
gaat bij 'toeristen'. Uiteindelijk zitten we op de boot, vooraan omdat we
zo absurd vroeg waren, en zijn we klaar om weg te gaan uit het vieze Kollam.
De boottocht is werkelijk erg indrukwekkend.
De boot brengt ons langs vele dorpjes, rijstvelden, moerassen, kerkjes, veel
groen en een enkele lotusplantage. Op het water komen we vele soorten bootjes
tegen die zowel voor het vissen worden gebruikt als dat ze vrachtjes vervoeren
en zelfs mensen. Vanalles wordt naar de andere kant van het water vervoerd:
fietsen, brommers, en soms een geit of een paar kippen. Als we langs dorpjes
varen lopen de scholen leeg en staan alle kinderen langs het water te zwaaien.
Onderweg stoppen we tweemaal, eenmaal voor de lunch (thali, rijst met verschillende
sausjes geserveerd op een bananenblad) en eenmaal voor thee. In de praktijk
komt het neer op snel eten en drinken want helaas stoppen we niet lang. Ondanks
de indrukwekkende tocht wordt het ook een beetje saai en 'samey'. Alles lijkt
op elkaar en acht uur op het water is toch wat lang. Wij rusten in ons lot
met de gedachte dat we toch mooi onderweg zijn naar een volgende plaats, nieuwe
ervaringen en ontdekkingen.
Later op de dag zetten we voet aan wal in Allepey en worden we verwelkomd met een flinke plensbui kaliber moesson. Allepey bestaat uit een groot netwerk van kanalen en is een belangrijk centrum voor 'backwatercruises'. Voor de rest is er niets te doen en dat merken we. Door de regen gaan we op zoek naar een eetgelegenheid want ook onze magen moeten worden gevuld. Dit valt niet mee en als de muggen dan ook nog om ons heen zwermen hebben we het even gehad. We nemen de eerste de beste rickshaw en laten ons laten ons lekker sjiek brengen.
Ernakulam-Kochi, donderdag 10 oktober t/m woensdag 16 oktober
Omdat we al een aantal dagen achtereen vroeg
opgestaan zijn, hopen we vandaag eens goed uit te kunnen slapen. Daar waar
we in Sri Lanka verwacht werden redelijk vroeg op de dag bij de hotels uit
te checken, werken ze hier in India bijna allemaal met een 24 uurssysteem,
zodat je kan uitslapen als je laat incheckt. Het uitslapen wordt alleen gruwelijk
verstoord door de viezigheden van de Indiers: overal waar je komt valt het
meteen op, Indiers delen met plezier hun gedragingen met de hele wereld. Rochelen,
slijm ophalen, spugen, snotteren, het maakt niet uit; je kunt het zo gek nog
niet bedenken of het wordt in het openbaar gedaan, zonder enige gene. Zo wordt
er ook lekker gerocheld in ons hotel, en samen met het luide gekakel van mannelijke
Indiers onder elkaar (net een stel giechelende meiden) brengt het een hoop
lawaai met zich mee; luid genoeg om ons uit de slaap te houden.
Omdat we toch wakker zijn besluiten we onze
rugzakken vast in te pakken om de middag vervolgens rustig in Allepey door
te brengen en aan het einde van de middag verder te reizen. Onbepakt gaan
we op stap en nu zul je net zien dat we toch een fototoestel hadden moeten
meenemen. Ja hoor, daar door de straten van Allepey, tussen auto's, rickshaws,
fietsers en motoren in, lopen de eerste twee Indiase olifanten die we tegenkomen.
Jammer, echt een plaatje om te zien! Voor de rest biedt Allepey ons niets
anders dan een goede thali-maaltijd, en we zijn blij als we op het treinstation
aankomen om verder te reizen. Jammer dat de geplande trein net op donderdag
niet rijdt (terwijl er 'daily' in het spoorboekje staat; alles kan en mag
blijkbaar in India, ook treinen schrappen). Zo'n 2.5 uur later rijdt er een
volgende trein en zijn we op weg naar Ernakulam-Kochi. Dat we bijna 2 uur
lang 3e klas op een houten bankje moeten zitten maakt ons al lang niets meer
uit.
Als we aankomen is het al donker en dat vergemakkelijkt
het zoeken naar een degelijk maar toch goedkoop hotel niet. We besluiten uit
gemak een keer een duurdere kamer te nemen en vanuit daar gaan we op zoek
naar een eettent die nog open is. Moeilijk omdat alles in dit deel van de
stad, Fort Kochi, zeer vroeg op de avond sluit. We vinden een eetgelegenheid
die zeer aangeraden wordt door de Lonely Planet, zo staat er op de deur te
lezen. Het blijkt uiteindelijk niets te zijn en met volle buik maar lichtelijk
ontevreden zetten we koers richting bed. Weten we nu ook weer dat de Lonely
Planet niet altijd goede informatie geeft, wat ons extra tevreden doet zijn
met onze Footprint!!
We brengen de dag door met het ronddwalen
door Kochi, de stad die ons meteen al aanstaat. Kochi, een stad rijk aan historie
(zowel de Portugezen, Nederlanders als de Britten hebben het in bezit gehad),
is rustig en sfeervol, in vergelijking met haar drukke en lawaaierige zusterstad
Ernakulam. Voor ons gevoel is Fort Kochi vergelijkbaar met het Srilankaanse
stadje Galle, en van Galle hebben we echt genoten. In Kochi blijkt dat ook
wel goed te zitten; we genieten van de kleine smalle straatjes en steegjes,
de winkeltjes en stalletjes van de joodse bazaar, de pakhuizen en de vriendelijkheid
van de mensen. De huisjes langs de straatjes zijn prachtig, vele nog in koloniale
stijl en de kleuren en vrolijkheid zijn overweldigend. We zijn inmiddels ook
van guesthouse gewisseld en verblijven nu in het goedkope maar aangename Brisbane
Lodge (met balkon met uitzicht op een gezellig straatje). We hebben ook een
betere eetstek gevonden en genieten van de heerlijke dosai's en thali's.
Al met al een zeer geslaagde dag, die eindigt met een aangename zit op ons
balkonnetje samen met onze zweedse buurtjes. Pas laat zet de dagelijkse regenbui
in (die we hartelijk verwelkomen omdat er zo weinig water gevallen is dat
de stuwmeren zowat leeg zijn en opzettelijke powercuts aan de orde van de
dag zijn).
Maar dat het de volgende morgen nog niet gestopt
is met regenen wordt ons toch iets te gortig! Een beetje regen zo af en toe,
een flinke plensbui, oke; maar de hele dag door regen is wel heel dramatisch.
En dat hadden we dus vandaag, terwijl we net een poging deden de schone was
droog te krijgen. En wat doe je op zo'n dag? Niets, helemaal niets. Gelukkig
hebben we een balkonnetje en hebben we daar vanuit een prima - droog - uitzicht
op de straten, die binnen no time blank staan. En op de Indiers die zich door
het water ploeteren. Naar buiten gaan is er niet bij vandaag, alleen voor
de heel noodzakelijke dingen zoals eten, wc-papier kopen en, omdat we ons
beginnen te vervelen, internetten. Zo brengen we de dag - zeer onthaast, zoals
het in India hoort - door, voornamelijk proberende niet binnen enkele seconden
zeiknat te worden.
Maar na regen komt altijd weer zonneschijn!
Alsof speciaal voor Mijke's verjaardag de wereld weer een stukje opvrolijkt.
Een beter begin van deze feestelijke dag kunnen we ons niet wensen! Na een
uitgebreid ontbijt, natuurlijk met 'apple-tarte', begeven we ons richting
'boat jetty' om een kijkje te nemen in de grote stad, Ernakulam. De hitte
slaat meteen toe en we verwelkomen de frisse wind die op het water waait,
terwijl we ons in een gammele boot richting de drukke stad bevinden. In Ernakulam
aangekomen laten we ons eerst uitgebreid informeren over de haalbaarheid van
onze plannen voor de komende tijd. We willen voorkomen dat we urenlang in
de niet zo comfortabele bus zitten om vervolgens in de binnenlanden van Kerala
overspoeld te worden door nog meer regen en voor een gesloten nationaal park
te staan (eindbestemming).
Na de nodige informatie te hebben ingewonnen
(we weten nog steeds niet wat we moeten doen want de Indiers lijken het oneens
te zijn betreffende de moesson - is die nu wel gaande in deze en naburige
provincies?) lopen we richting de kledingbazaar die helaas gesloten is (zondag).
Ernakulam heeft voor de rest weinig te bieden behalve een leuke hindoetempel
en we besluiten dan ook de boot terug te nemen naar Fort Kochi. Ons balkonnetje
waar je altijd droog zit leent zich uitstekend om de avond op door te brengen.
Speciaal voor Mijke's verjaardag gaan we op zoek naar bier. Helaas heeft de
deelstaat Kerala het gebruik en de verkoop van alcohol sterk aan banden gelegd
met als gevolg het niet verkrijgbaar zijn van bier, zeker niet na tien uur.
Gelukkig weet Frank uiteindelijk vier biertjes op te duikelen en zitten we
's avonds aan onze eerste Indiase biertjes (Kingfisher), proostend op Mijke's
verjaardag en onze reis.
De volgende dagen: gelezen, gelezen, gelezen; regen, regen, regen; helaas, helaas, helaas.
Kumily, donderdag 17 oktober t/m zaterdag 19 oktober
Als 'echte' reizigers kunnen we natuurlijk
niet te lang op 1 plek blijven, en omdat de nieuwsgierigheid weer roept vertrekken
we vandaag naar Kumily. Drie kilometer van Kumily vandaan ligt een meer genaamd
Lake Periyar. In 1895 werd dit meer gecreerd door het bouwen van een stuwdam.
Om dit meer ligt het Periyar National Park. Dit park, gelegen tegen de grens
met Tamil Nadu, heeft een verscheidenheid aan wildleven en moet erg mooi zijn,
reden genoeg om af te reizen naar Kumily.
Zoals het treinsysteem erg verwarrend kan zijn is ook het bussysteem verwarrend.
Na wat gevraag zitten we eindelijk in de juiste bus en kan de zeven uur durende
rit beginnen. Afstanden zeggen niet veel in India en deze busreis is daar
een goed voorbeeld van: Kumily ligt zo'n 190 km van Kochi vandaan, een afstand
die we in Nederland toch wel in zo'n twee uur kunnen overbruggen. Hier wordt
er zeven uur over gedaan. De bussen in India zijn overigens een verhaal appart:
de bussen hebben geen glas in de vensters zodat je altijd kan genieten van
een frisse koele wind (tenminste, als je niet in de stad zit). Mocht het onverhoopt
gaan regenen dan biedt een soort rolluik dat naar beneden kan worden gehaald
bescherming. Medereizigers hebben ons verteld dat de beste plek in de bus
geheel voorin of geheel achterin is, omdat hier de beenruimte groot is (vooral
plezierig voor Frank). Wij kiezen voor de plek voorin en hebben zo ook nog
een mooi uitzicht.
Het eerste stuk van de busreis voert ons weg
uit de drukke en door uitlaatgassen benauwde stad die Ernakulam is. Buiten
de stad blijft het druk op de weg en de bus sleept zich voort met zo'n 40
km per uur, richting de voet van het gebergte van Kerala. De bus verlaat de
grote weg en baant zich een weg over slingerde wegen over bergen en door dalen,
langs kleine dorpjes, vele watervallen en stuwmeren. De omgeving is echt prachtig!
De buschauffeur jaagt de bus zelfverzekerd over de slingerende wegen vol met
haarspeldbochten en gevaarlijke afgronden. Het kan niet anders dan dat deze
jonge Indier veel ervaring op dit gebied heeft. Mis! Na een gesprekje te hebben
aangeknoopt met de beste man blijkt dit zijn eerste ritje te zijn.
Hoger en hoger klimt de bus door het schemerige
avondlicht en de eerste wolken komen in zicht. Al snel verdwijnen we volledig
in de wolken en is het zicht minder dan een paar meter geworden. Gelukkig
komen we veilig op de plaats van bestemming aan en kijken we terug op een
geheel nieuwe manier van reizen. Jammer alleen van die houten kont.
We worden vandaag wakker rond tien uur en
terwijl we de slaap uit onze ogen wrijven verwonderen we ons over het mooie
uitzicht op het National Park. We verblijven in een bamboehutje wat hoog boven
de grond staat en ons vanuit daar een mooi 'view' biedt op het park zelf.
Het duurt ook niet lang voordat de eerste hertjes en tropische vogels ons
komen verwelkomen in ons nieuwe onderkomen ('White House').
De eerste dag in Kumily gebruiken we vooral
voor het nodige speurwerk naar eetgelegenheden, het verkennen van het dorpje
en de omgeving om vervolgens een plan te kunnen maken voor de volgende dagen.
Vervolgens ploffen we weer op ons balkonnetje neer en genieten van de dieren
om ons heen. We spotten nog meer hertjes, eekhoorns, kabous (runderen), vele
tropische vogels, en 'nadat Mijke even onder het hutje staat om een foto te
maken' zelfs een wild zwijn wat luid knort waardoor Mijke heel snel wegrent,
met de schrik er flink in. Knor knor!
Eindelijk zullen we gaan zien waarvoor we gekomen zijn, waar we de hele afstand voor overbrugd hebben: Periyar National Park. Het park beslaat in totaal zo'n 777 vierkante kilometer. Centraal in het park ligt een kunstmatig meer van 25 kilometer. Voordat we per boot de varieteit aan wilde dieren rond het meer bekijken, besluiten we eerst op onszelf een wandeling door het park te maken. We pakken ons goed in (anti-teek maatregelen) en kiezen voor een klein weggetje langs het water, ver van de doorgaande weg vandaan (ook een National Park kent asfalt, helaas!).
We genieten van het onvoorstelbare uitzicht
en de grote verscheidenheid aan natuur. We wisten niet dat natuur zo mooi
kon zijn. Terwijl we lopen zien we mannen en vrouwen de was doen, zien we
vissers en hun zelfgemaakte vuurtjes en worden ons 'exclusieve' tripjes door
locals aangeboden: of we niet trek hebben in een reisje naar een afgelegen
dorpje waar een verscheidenheid aan softdrugs 'groeit' (lees wiet en alcohol)
en waar we ongegeneerd (en hartstikke illegaal) kunnen meedoen met de locals.
Nadat we netjes doch resoluut deze aanbiedingen afgewezen hebben vervolgen
we onze weg naar het meer. Gelukkig weten we het meer te vinden vanaf de kleine
paadjes die we bewandeld hebben (en met ons de vele aapjes) en zitten we een
half uurtje later op een bootje dat ons over het meer zal varen.
We verwonderen ons over het feit dat hetgeen
wat voor bootje doorgaat nog drijft, maar we hoeven ons duidelijk geen zorgen
te maken; dit bootje zal ons veilig het meer overkrijgen. Opmerkelijk aan
het meer is dat het eerder een onderwater gelopen strook land is die zich
over een groot aantal kilometers uitstrekt. We zien herten, reeen, bizons,
vele soorten vogels, wilde zwijnen, wilde honden, otters en eekhoorns. Helaas
geen fantefanten maar die hadden we gelukkig op de weg naar Kumily toe al
uitgebreid kunnen bezichtigen!
Hoewel we het als een positief iets ervaren
dat dier en mens beide hun eigen plaatsje hebben in het park, namelijk mens
op het water (in een bootje) en dier op het land, is zo'n National Park ook
een raar fenomeen. Alleen daar waar de mens niet komen kan is nog plaats voor
dier. Zo getuige de tijgerpopulatie van Periyar: hoewel het park deel uitmaakt
van een tijgerbeschermingsplan, zijn deze dieren haast onvindbaar. Volgens
de informatieborden is er twee maanden geleden voor het laatst een tijger
gespot, maar er lopen er dan ook nog maar zo'n veertig van in het park rond.
Op de terugweg naar ons hutje komen we ook
nog oog in oog te staan met een 'wild' dier: een flink zwijn heeft net het
weggetje gekozen dat wij willen bewandelen. Als we dit moment op plaat willen
vastleggen protesteert knorretje duidelijk, kan zo'n beest even knorren! Gelukkig
keert de rust weder als we onze aandacht richten op een hertje dat voor onze
neus verschenen is en kan knor weer lekker grazen (dat doen wilde zwijnen
blijkbaar).
Hoewel de schoonheid van Kumily ons versteld doet staan, schamen we ons toch alweer voor het gros westerse toeristen dat doen lijken alsof iedere westerling naar India komt voor de blow en de zuip.
Munnar, zondag 20 oktober t/m dinsdag 22 oktober
Vroeg verlaten we Kumily om voor het vallen
van de avond onze volgende bestemming te bereiken, Munnar. Het stadje is een
van de belangrijkste centra van de thee-industrie van Kerala. Omdat we nog
steeds geen theeplantages gezien hebben terwijl we toch al bijna twee maanden
onderweg zijn, maar ook omdat Munnar gelegen is tegen de hoogste berg van
Zuid India, zetten we vandaag koers richting het ruim 1600 meter hoog gelegen
stadje. Een bus, zo afgetrappeld dat we er van opkijken dat het nog rijdt,
zal ons er in zo'n vier a vijf uur naartoe brengen, de honderd kilometer door
bergen en dalen overbruggend.
Hoewel het begin van de rit nogal saai en
eentonig is, zijn we maar wat blij dat we gekozen hebben naar Munnar af te
reizen. Het boslandschap begint langzamerhand te veranderen in berglandschap
en we komen ogen te kort. Overal waar je kijkt zijn theeplantages die zowel
berg als dal bedekken. Het landschap is net een grote groene lappendeken van
theevelden. Omdat we zo hoog in de bergen zitten waaien overal flarden wolken
tussen het groene gebergte rond en lijkt het werkelijk alsof we in de hemel
zitten, met die wolkenmassa onder ons. Dit uitzicht van de dan weer stijgende,
dan weer dalende bus over kleine steile bergweggetjes doet ons vergeten dat
we zo'n lange tijd moeten reizen. Het maakt ons zelfs ongevoelig voor de houten
kont die van de dunne smalle busbankjes krijgen, voor de propvolle bus en
de overkill aan bagage voor onze neus (twee andere backpackers hebben echt
onvoorstelbaar veel in hun grote, zware en logge rugzakken gestopt en deze
voor onze neus gedropt), en voor de kindertjes die uit plaatsgebrek op Mijke's
schoot geparkeerd worden (met toestemming, dat wel; kan die kleintjes toch
niet de hele weg laten staan!).
De reis door dit paradijsje eindigt helaas
een beetje abrupt wanneer we eindelijk Munnar zelf inrijden. Van de schoonheid
van de omgeving van Munnar rijden we het vieze, lelijke stadje zelf in. Wat
een tegenstrijdigheden: van de rust naar de chaos, van de schoonheid naar
de viezigheid en lelijkheid, het valt ons werkelijk vies tegen in dit Munnar
te arriveren. Maar we laten ons niet meteen uit het veld slaan, we besluiten
gewoon een hotel weg van het stadscentrum te nemen en vooral de omgeving in
plaats van het stadje zelf te bezoeken. Het vinden van een slaapplek valt
ook hier niet mee. De stad stikt werkelijk van de hotels maar ze zijn allemaal
even krakkemikkig (en dat is het probleem nog niet) en belachelijk duur (boven
ons budget!). We willen best een keer diep in de buidel tasten maar dan willen
we wel waar voor ons geld (toch minstens een douche, ook al is het water in
India altijd en eeuwig koud!). We treffen een schikking: ok, dan maar 1 nachtje
duur (meer dan drie keer zoveel als we 'normaal' betalen) maar dan wel mooi,
namelijk tussen de theevelden! Morgen zullen we verhuizen naar goedkopere
bedden, als we die kunnen vinden.
Gelukkig krijgen we van de eigenaar van Zeena
Cottages wel thee (hebben ze toch genoeg van zou je denken) en waardevolle
informatie over de omgeving van Munnar, daar hij werkzaam is op de Tourist
Information. We laten de beste man in de waan dat we langer blijven dan de
ene nacht die we van plan zijn, maar de kamerprijs is dan ook belachelijk
hoog. We betalen echt geen 25 gulden voor een middelmatige kamer zonder douche
en zonder water in de nacht. Maar we zijn wel moe en beter lijkt het niet
te kunnen. Als we later op de avond in een zijstraatje een leuke familie treffen
die kamers verhuurt, is de keus snel gemaakt. Morgen verruilen we het geweldige
uitzicht vanuit de theevelden op een mogelijk nog beter uitzicht op de theevelden,
daar de nieuwe kamer (JJ Cottage) goedkoper is en schoon, met douche. En voor
een keertje leuk, een televisie met engelstalige zenders.
(Full Moon Poya) Nadat we vanmorgen van slaapstek
gewisseld zijn (het vrouwtje van Zeena Cottages enigszins verbaasd achterlatend),
besluiten we een van de aangeraden wandelingen te maken. We zijn blij te ontdekken
dat de schoonheid van het landschap terugkeert wanneer we de huisjes van Munnar
achter ons laten. We lopen door de theevelden heen, onze bolletjes letterlijk
in de wolken, en hebben een geweldig uitzicht op de uitgestrekte theeplantages
die zo ver reiken als we kunnen zien. Helaas is het erg bewolkt vandaag waardoor
het uitzicht enigszins beperkt is, maar het zien van al die flarden wolken
tussen de bergen en dalen met het groen van de theebladeren is adembenemend.
We hebben beide nog nooit zoiets moois gezien en de foto's vliegen erdoor.
Het is geweldig om op de paadjes die tussen de velden doorslingeren te lopen,
hoewel het constante stijgen en dalen zeer vermoeiend voor de benen is. En
dat terwijl we de afgelopen twee maanden zoveel gelopen hebben!
Het is even zoeken maar uiteindelijk vinden
we de theeplukkertjes die niet mochten ontbreken in het plaatje. Het werk
wordt meteen onderbroken en we staan in het midden van de belangstelling,
zo blij als de mensen lijken te zijn met de interesse die we tonen. Of we
maar foto's willen nemen, klaar als ze staan om al hun spulletjes te laten
vallen en te poseren voor de foto. We maken de foto's met plezier en moeten
iedereen gedag zeggen, zo lief als de mensen in deze theedorpjes zijn. Het
lijkt haast alsof de huisjes deel uitmaken van het contract van de theeplukkers,
daar ze haast identiek zijn en de huisjes in de plantages gesitueerd zijn.
Omdat deze plantages (zowat?) de hoogste van de wereld zijn is het misschien
ook niet raar dat de werkers op de plantages zelf wonen, zo het lange reizen
van en naar de velden vermijdend. De informatie die we over de thee-industrie
krijgen is interessant, daar we eigenlijk nooit zo hadden nagedacht over een
'gewoon' product als thee.
Het hele plaatje is pas volmaakt als we door
een chauffeur van een trekker vol thee gevraagd worden op de wagen mee te
reizen. Al staande achterop de wagen worden we helemaal naar boven gebracht.
Het moet een prachtig gezicht zijn geweest, twee westerlingen op een wagen
vol thee, iedereen die we tegen komen lacht ons vriendelijk toe. Het is een
superervaring voor ons, en het scheelt een hoop gewandel, moe als we al zijn.
Als we afstappen kijkt de chauf helemaal gelukkig en hij bedankt ons keer
op keer (voor de interesse die we hebben getoond?).
Omdat de avond inzet haasten we ons terug
naar Munnar, maar we lopen per ongeluk de verkeerde kant op. Als we de goede
kant oplopen en we de zeven kilometer die we nog moeten overbruggen per bus
willen afleggen, stopt een jeepje die ons wel wil meenemen. Het duurt even
voordat we erachter komen dat ook de jeeps als een soort van taxi's fungeren,
maar het maakt het ritje er niet minder leuk op. We betalen de chauffeur het
kleine bedrag dat hij vraagt en zijn hem dankbaar dat hij ons een hoop moeite
heeft bespaard door ons mee te nemen. We zijn uitgeput van de vele uren wandelen
en de indrukwekkende omgeving, maar onder het eten kijken we terug op een
zeer geslaagde dag!
Vandaag worden we op de vroege morgen aangenaam
verrast door de eigenaresse van onze 'cottage' met twee warme kopjes thee.
Eigenlijk lag het in onze planning om eens lekker uit te slapen, maar nu we
toch wakker zijn kunnen we maar beter onze tijd nuttig besteden. Niet dat
we naar de maatstaven van de Indiers vroeg op zijn, nee alles lijkt hier echt
vroeg te beginnen. De bussen vertrekken belachelijk vroeg, mensen beginnen
vroeg met bouwen en knutselen aan hun huisje of maken gewoon vroeg op de morgen
veel lawaai. Maargoed, wij zijn 'vroeg' op en besluiten te kijken of we naar
Top Station kunnen gaan. Top Station ligt 33 kilometer van Munnar af en ligt
op de grens van Kerala met Tamil Nadu, op een hoogte van 2200 meter. Vanuit
deze plek moet je een geweldig 'view' hebben over de vlaktes van Tamil Nadu.
Maar helaas zullen wij niet kunnen genieten van dit geweldige uitzicht daar
de bus die ons zou 'moeten' brengen niet komt opdagen. Maar niet getreurd,
er is altijd nog een plan B.
Want ook Munnar heeft een National Park dat
we graag willen bezoeken. We regelen een rickshaw die ons voor een klein bedragje
naar het 15 kilometer verderop gelegen park wil brengen, die daar vervolgens
op ons wacht terwijl wij wandelen, en die ons daarna weer terug naar Munnar
rijdt. Dat een zulk soort luxe toch allemaal mogelijk is! Op weg naar Eravikulam/Rajamalai
National Park merken we dat we zo hoog klimmen dat het uitzicht zo prachtig
is dat we ons geen mooier uitzicht kunnen voorstellen. Het park ligt hoog
tegen een bergtop aan met ook hier een gigantische hoeveelheid aan theevelden
er rondom heen.
Het park werd in 1978 opgericht om de met
uitsterven bedreigde Nilgiri Tahr (een bijzondere geitsoort) te behouden.
Het beschermingsprogramma heeft ertoe geleid dat er hier de grootste populatie
op de wereld van dit dier te vinden is, bijna 2000. De wilde geiten leven
in kuddes op de steile zwarte rotsen en, zo ontdekken we als we oog in oog
met ze staan, zijn bruin met korte horens en de mannetjes hebben lange manen.
Om heel precies te zijn lijkt het een beetje een kruising tussen hert en geit,
daar we in eerste instantie dachten herten voor ons te hebben staan. De reden
dat deze geiten er hebben weten te overleven is dat het park slechts beperkt
toegankelijk is voor mensen. Omdat de paden in het rots/boslandschap zo steil
zijn is het uitzicht geweldig en kun je heel ver kijken vanaf de hoogte waarop
we ons bevinden. Dat maakt het ruimschoots goed dat we Top Station niet kunnen
bezoeken.
Later op deze dag laten we ons nog eenmaal in de watten leggen door te gaan dineren in hotel Hill View waar we bediend worden door vijf obers. Het enige wat ons dan nog rest is onze tassen pakken en afscheid nemen van het o zo mooie, maar voor budgetreizigers zoals wij wel erg prijzige Munnar, want morgen om 11:30 vertrekt onze bus naar Kochi.
Kochi, woensdag 23 oktober t/m vrijdag 25 oktober
Relatief vroeg (voor ons doen) stappen we
in de staatsbus terug naar Kochi, vroeg genoeg om daar voor het donker te
arriveren. Hoewel de busrit korter is dan de reeds gemaakte ritten, zijn we
het reizen per bus een beetje zat, waardoor de rit haast eindeloos lijkt te
duren. Omdat we flink snel dalen, en het mooie berglandschap al snel niet
meer te zien is, is de rit zeer 'samey', mede omdat we dezelfde weg als op
de heenweg rijden. Als we ruim vier uur later eindelijk in Ernakulam aankomen
nemen we snel de ferry naar Kochi, in de hoop dat ons oude slaapstekje niet
aan een ander vergeven is. We hebben geluk en kunnen zo onze oude goedkope
kamer in 'Brisbane Lodge' betrekken, met balkonnetje! Soms is het best even
gemakkelijk ergens te komen waar we al geweest en gewend zijn. We hoeven er
niet veel behalve eten, slapen en wassen, en dat is dan ook wat we de rest
van de dag doen.
Daar we Kochi al op ons duimpje kennen en
we wel weer aan een beetje rust toe zijn, doen we weinig anders dan kaarten
(daar het yatzeeblokje op is! Hint!!!), wassen en een beetje rondlopen. We
werken onze site bij en hebben contact met het thuisfornt. Verder maken we
plannen voor de komende maand nu we Kerala wel gezien hebben. Dat blijkt allemaal
nog niet zo gemakkelijk te zijn, maar met de hulp van de 'Tourist Information'
van Kochi komen we er uiteindelijk prima uit. Nu hoeven we alleen nog maar
onze rugtassen in te pakken en ons voor te bereiden op het reizen naar de
volgende staat van India, Tamil Nadu.