Bangalore, dinsdag 26 november en woensdag 27 november
Om 5.30 uur staan we 'totaal niet uitgerust'
naast ons bedje en om 6 uur staan we op de stoep van het hotel. Over slapende
mensen heenstappend banen we ons een weg richting een auto-rickshaw, daar
de fiets-rickshaws het voor ons hebben afgedaan in deze stad nadat Mijke gisteren
door zo'n idioot werd aangeraden. Gelukkig viel de schade mee, een flinke
blauwe plek. Maar voor roekeloos rijgedrag hebben we geen begrip en voor deze
onbenullige Indier nog minder. Nee, dan de auto-rickshaw
Omdat wordt
aangeraden op de meter te rijden vragen we dit vriendelijk aan de chauffeur,
maar na herhaaldelijk vragen is deze pas bereid dit te doen, en hiermee gepaard
het blokje om. Dom dom, we hadden hem gewaarschuwd, dit trukje werkt bij ons
niet. Zonder te betalen stappen we uit en begeven we ons te voet naar het
station, gelukkig niet meer dan vijftig meter weg. Toch leuk, zo'n gratis
ritje en een verbijsterende Indier achterlatend.
Van al je ervaringen leer je, en zo doen ook
wij. Na een paar keer problemen te hebben ondervonden met onze plaatsen in
de trein hebben we nu twee gereserveerde plaatsen. Toen we gisteren deze reservering
maakten, bij het speciale loket voor toeristen, werd ons verteld dat de tweede-klas-plaatsen
erg comfi waren. Ook hieruit blijkt dat Indiers andere opvattingen hebben,
want erg comfortabel is deze tweede klas voor zeven uur lang echt niet! De
treinreis is weer eens eindeloos maar gelukkig biedt de verandering in het
landschap wat verlichting. Van de plains van Tamil Nadu begeven we ons naar
de plateaus van Karnataka.
Uitgeput maar blij dat we er zijn stappen
we uit in Bangalore, de Silicon Valley van het oosten. Deze naam heeft de
stad te danken aan haar dynamische groei van computer- en high-tech-industrie.
Maar deze stad, de hoofdstad van de staat Karnataka en India's zesde grootste
stad, staat ook bekend als de 'garden city'. Bij aankomst valt meteen het
moderne karakter van deze stad op; een wijd opgezet stratenplan met loopbruggen
en tunnels, winkelcentra, cybercafe's en pubs geven het een veel opener karakter
dan andere Indiase steden.
Ondanks ons gebrek aan slaap van de afgelopen nacht besluiten we, nadat we onze bagage hebben gedropt in een hotel, op zoek te gaan naar het moderne gedeelte van de stad. Na een lange dwaling door de vele parken en lanen arriveren we uiteindelijk op MG Road. Wat is verdwalen toch gemakkelijk in Indiase steden. MG Road en de straten er omheen gelegen geven ons de indruk dat we ons in een westerse stad bevinden. Elke grote westerse winkelketen, fastfoodrestaurant of andere bekende multinational heeft er wel een of meerdere winkels, dit alles met veel reclame en harde muziek. De tegenstrijdigheid is groot in deze stad. Waar aan de ene kant mensen op straat letterlijk lijken dood te bloeden, vermaakt de jeugd zich aan de andere kant van de stad met mobieltjes, duur eten en alcohol.
Het is in onze ogen pijnlijk om te zien dat
de welvaart hier maar weggelegd is voor een selectief groepje, en dat er voor
de meerderheid van de mensen niets lijkt te veranderen. We verbazen ons nog
het meest over de extravagante rijkdom van sommige Indiers en hun leefgewoontes,
terwijl wij beginnen te wennen aan de armoede en het leed van India. Tragisch
maar waar! Ondanks het westers aandoende stadsdeel en haar moderniteit voelen
we ons er niet echt op ons gemak, mede door de aangeschoten en luidruchtige
jongeren, en we begeven ons daarom snel terug naar ons hotel. De directe ervaringen
van armoede versus rijkdom in een en dezelfde stad heeft bij ons diepe sporen
nagelaten.
We wagen ons voor het eerst in tijden weer eens aan een authentiek Indiaas maaltje: een heerlijke thali, die hier in Karnataka de hele dag geserveerd lijkt te worden (in Kerala en Tamil Nadu wisten we nooit zeker of het nu een ontbijt, lunch of avondmaaltijd was). De late ontbijtmaaltijd valt zowaar goed en vooral Mijke geniet! De dag begint met een aantal dagelijkse beslommeringen: we maken een treinreservering voor onze volgende reis naar Mysore en bekijken onze post. Ja ja, het is niet te geloven, maar er ligt zowaar een pakketje voor ons op de GPO te Bangalore.
Hier hebben we ons al een tijdje op verheugd,
verse yatzee-blokjes uit Nederland, aangezien de onze al een tijdje op was
en ze hier in India niet te verkrijgen zijn. En mam, ze zijn de negen euro
verzendkosten ruim waard, we beleven er heel veel plezier aan. We kunnen ons
geluk niet op en spelen op de trappen van het postkantoor meteen een potje,
onder ruime belangstelling van de voorbijkomende Indiers. De rest van de dag
brengen we door in het grote en mooie stadspark, lekker met onze kopjes in
de zon en genietend van de oase van rust die dit deel van de miljoenenstad
Bangalore ons biedt. 'En passe' bezoeken we ook nog het overheidsmuseum, maar
we zijn meer onder de indruk van de rat die tegen Mijke oploopt dan van de
museumcollectie, hoewel het tripje de moeite waard is.
Bij gebrek aan beter, dat wil zeggen meer
continentaal gericht voedsel (hier blijken we het beter op te doen) begeven
we ons 's avonds ook richting een Indiase eetgelegendheid. We proberen opnieuw
een ander gerecht maar het is altijd weer een verassing wat we voorgeschoteld
krijgen daar we na twee maanden India nog steeds niet wijs worden uit de grote
hoeveelheid Indiase gerechten. Lekker is het eten, dat wel, maar opnieuw is
de smaak in basis hetzelfde als de meeste andere gerechten. Misschien dat
een nieuwe deelstaat met haar eigen eetgewoontes en gerechten hier verandering
in gaat brengen.
Mysore, donderdag 28 november t/m zondag 1 december
Na een aantal dagen de drukte van de 'grote'
stad zijn we nu toe aan het rustige Mysore. Wanneer we onze reisgids mogen
geloven biedt deze stad van koninklijke paleizen, sandalwood en wierrook een
rustig alternatief voor het dynamische Bangalore. Mysore is de voormalige
hoofdstad van de prinselijke staat Karnataka en de op een na grootste stad
van de staat. De reis van Bangalore naar Mysore per trein neemt twee uur tijd
in beslag. Hoewel de middagtrein geenszins druk is zijn we blij dat we een
plaatsje gereserveerd hebben, zodat we tenminste zeker weten dat we op de
goede soort plaatsen zitten. Jammer alleen dat de gevraagde raamplaatsen gangpadplaatsen
zijn geworden en dan ook nog ieder aan de andere kant van het gangpad. Resultaat
is dat Frank 'opgescheept' zit met vijf kwekkende Indiase dames en Mijke met
vijf zeer luidruchtige Indiase pubertjes. We zijn beide blij in Mysore te
arriveren, hoewel de reis ons alles meevalt!
Het hotel dat we in gedachte hadden, Kalpana
Lodge, voldoet prima aan de weinige eisen die we na drie maanden reizen nog
hebben. De eerste indruk die we van de stad hebben is positief: een levendige,
kleurige en gedecoreerde stad met veel verleden, die reizigers als ons veel
te bieden heeft. Nadat we al enkele keren langs de muren van 'Amber Vilas'
zijn opgelopen kunnen we er niet meer omheen en besluiten we het stadspaleis
ook van binnen te gaan bekijken. Dit paleis, een van de grootste in het land,
is ontworpen door Henry Irwin en gebouwd in 1897 nadat een grote brand het
oude houten paleis in as had gelegd. Het paleis, gebouwd in de Indo-Saraceense
stijl, is van grote proporties met haar bolkoepels, bogen, zuilen, bewerkte
pilaren en glimmende marmeren vloeren. Het paleis verkeert in een bijzonder
goede staat en we staan versteld van de kitcherigheid van de vertrekken, de
ivoor ingelegde deuren en de extravagantie van het geheel.
In dit paleis hield de Marahadja van Mysore
residentie tot halverwege de 20e eeuw. Zowel het paleis als de stad ademen
nog de sfeer uit van de Islamitische invloeden op dit deel van India. Wij
brengen de meeste tijd door in de tuinen, bewonderen de architectuur en genieten
van de lekkere zon. Ook brengen we nog een bezoekje aan de voormalige woonvertrekken
van de Maharadja, waar nu een museum gevestigd is. De collectie bestaat uit
oude costuums, speelgoed, wapens en meer persoonlijke spullen. Leuk aan dit
museum is om te zien dat de voormalige woning van de Maharadja niet extravagant
was of buitenproportioneel, iets wat het paleis wel is.
's Avonds dwalen we nog wat rond door de donkere
straten van Mysore. Ondanks de 'powercut' zien we toch een zee van licht aan
de rand van de stad, en nieuwsgierig als we zijn lopen we in de richting van
deze gloed. Aan de horizon doemt een verlichte poort in de bouwstijl van het
paleis op. Bij deze poort aangekomen is ons nog niet duidelijk wat hier nu
precies gaande is. Overal staan teksten op de muur maar helaas niet in het
Engels. De mevrouw bij het loket mompelt iets over vermaak en nu we er toch
zijn betalen we 10 rupees entree en begeven ons naar binnen. Dit is echt een
vreemde gewaarwording, stalletjes die knic-knacs verkopen, informatiecentra
over uiteenlopende onderwerpen, kermisattracties en heel veel lichtjes. Dit
is voor de Indiers duidelijk topvermaak! Hele gezinnen stropen de stalletjes
af op zoek naar de mooiste plastic armbanden, gekleurde handdoekjes, bindies
of een kopje thee. En voor de kinderen is er dan het reuzenrad, de botsautootjes,
de draaimolen en meer attracties die het een echte kermis maken.
Verbaasd lopen we hier rond en nog meer verbaasd zijn de Indiers die hier geen toeristen verwachten. Wij vinden alles buitengewoon vermakelijk, maken links en rechts wat praatjes en vinden dit alles typisch Indiaas, al straalt de tegenstrijdigheid er vanaf. Het lijkt alsof de mensen graag toegang betalen voor een 'winkelstad' zonder de dagelijkse ellende die je op elke hoek van de straat tegen komt. Wat zit de wereld toch raar in elkaar.
Hassan, Belur & Halebid, maandag 2 december & dinsdag 3 december
Onze volgende stop in de staat Karnataka
is Hassan, een plaatsje dat werkelijk niets te bieden heeft, is het niet dat
het een goede uitvalbasis is om Halebid en Belur te bezoeken. In Hassan worden
we voor het eerst geconfronteerd met een 'haast soort van' massale onvriendelijkheid
van Indiers ten opzichte van buitenlanders. In ons hotel 'Vaishnavi Lodge'
zijn we welkom en we zijn blij met onze goedkope maar zeer goede kamer. Als
we ons later op straat begeven en op zoek gaan naar iets te eten lijkt het
alsof het dorpje niets anders serveert dan dosai's en thali's, waar wij nu
even geen zin in hebben. Ook zijn de mensen in vele eetgelegenheden geenszins
bereid ons te helpen of te woord te staan, en als ze dit al willen is het
meestal niet in het Engels. Je kunt natuurlijk begrijpen, dat hongerig als
we zijn, ons humeur er zo niet beter op wordt. Gelukkig vinden we uiteindelijk
een tentje dat wel iets voor ons in elkaar wil flansen. Het wordt een brood-omelet-flensachtig
iets, maar wel lekker! Jammer alleen dat we een beetje een raar smaakje in
onze mond krijgen als we de rekening gepresenteerd krijgen.
Nu de magen gevuld zijn begeven we ons naar
het busstation om informatie in te winnen over de bustijden. Ook hier is de
hulpvaardigheid groot, NOT! De mensen van de inlichtingendienst zijn opeens
heel druk, lopen weg of verstaan geen Engels. Als we uiteindelijk toch te
woord worden gestaan, bemoeien meteen tien andere Indiers zich ermee waardoor
de info er niet duidelijker op wordt. Maar gelukkig heeft ook de staat Karnataka
een service speciaal voor toeristen het leven ingeblazen om zo het toerisme
te bevorderen en reizigers te helpen en te voorzien van de nodige informatie.
Hier treffen we een uiterst behulpzame man die ons de nodige info over de
bussen geeft en ons ook nog een goed restaurant aanraadt. Deze proberen we
later op de avond en is het vermelden meer dan waard. Restaurant 'Dolphin'
serveert ons een maaltijd die een streling voor de tong is, en we genieten
weer volop van de Indiase keuken, Noord-Indiaas, erg lekker.
De volgende dag reizen we per bus naar Belur en Halebid om de nodige cultuur op te snuiven. Deze steden waren de twee strategische hoofdsteden van de Hoysalas. De Hoysalas regeerden een groot koninkrijk tussen de rivieren Krishna en Kaveri. Maar ze stonden vooral bekend als machtige strijders en creerden geschiedenis van de 11e tot de 14e eeuw. Vandaag de dag staan ze vooral bekend om hun unieke tempelarchitectuur. De tempels, gebouwd als gebed voor de overwinning op het slagveld, zijn klein maar buitengewoon fraai gedecoreerd en zeer gedetailleerd. In Belur ligt de Chennakesavatempel die wij als eerste bezoeken.
Deze tempel gewijd aan Krishna staat in een
hof dat dooor muren omsloten is en is gebouwd op een stervormig platform.
Men is in 1116 begonnen met de bouw ervan en het duurde uiteindelijk een eeuw
om 'em af te bouwen. Hoewel de tempel opmerkelijk kleiner is dan de tempels
die we de afgelopen maanden hebben mogen bewonderen, is deze niet minder indrukwekkend.
Hoewel mogelijk enigszins overdreven daar de decoratie een soort van competitie
onder de tempelkunstenaars met zich meebracht, is zowel de buitenkant als
de binnenkant wonderbaarlijk mooi versierd met afbeeldingen. Eindeloze rijen
rondom de tempel heen met honderden olifanten, menselijke figuren en goden.
Geen beschrijving rechtvaardigt de schoonheid en gedetailleerdheid van ieder
van deze talloze steensculpturen en friezen. Overal waar we kijken ontdekken
we opnieuw de mooiste afbeeldingen die onwaarschijnlijk gedetailleerdheid
zijn. We kijken werkelijk de ogen uit. Zowel de authentiek Indiase mythen
uit de Mahabaratha als de Ramayana worden rijkelijk afgebeeld op en in het
tempelcomplex.
De grootste van de Hoysalatempels is te vinden in Halebid, 12 kilometer verderop. De structuur van de Hoysalesvaratempel, gebouwd vanaf 1121, is dezelfde als die van de Chennakesavatempel in Belur alleen is deze tempel nooit volledig afgebouwd. Het is ons echter niet helemaal duidelijk waar men niet verder gekomen is met bouwen en waar orginele tempelafbeeldingen ontbreken door diefstal, en waar ze vervangen zijn door kale stukken steen. Zoveel afbeeldingen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest en de plekken waar 'tempeldieven' de afbeeldingen hebben gestolen zijn goed zichtbaar. Misschien dat ze dit in Belur hebben weten te voorkomen door de muur om de tempel heen, want de tempel in Halebid ligt open en bloot in een park, toegankelijk voor iedereen. Van de grond af aan zijn achtereenvolgens een band met olifanten, met leeuwen, met ruiters te paard, met bloemen en op ooghoogte met de verhalen uit de Ramayana en de Mahabaratha zichtbaar.
Van de oorspronkelijke vierentachtig vrouwelijke figuren aan de bovenkant van de tempel zoals ook de tempel van Belur deze heeft, zijn er nog slechts veertien over; door de jaren heen zijn er zeventig gestolen de gaten geven de treurige leegte die deze tempelontheiligers hebben veroorzaakt op tragische wijze weer. Waar de tempel in Belur gewijd is aan Krishna is deze tempel gewijd aan Siva, iets wat duidelijk blijkt uit de twee megagrote Nandi's die de tempel 'bewaken'. Nandi rules, vinden wij, en we zijn diep onder de indruk van beide tempelcomplexen.
Op zulke momenten zijn we zo blij met onze
voor deze reis aangeschafte spiegelreflexcamera. We bekijken in Halebid ook
nog een verderop gelegen hindoetempel in de zelfde stijl maar een stuk simpeler,
en een jaintempel, al helemaal prachtig simpel. Daar genieten we vooral van
het gebrek aan mensenmassa's en er is dan ook geen kip te vinden (behalve
dan een verdwaalde tempelgids die ons geen dienst kan bewijzen), hoewel het
wel weer een grappige ervaring was dat in de tempel van Belur een hele schoolklas
perse met ons op de foto wilde. Straks eindigen we nog een lijstje op een
Indiase school!
Aan het einde van de dag brengt een bus ons weer terug naar het fijne Hassan, maar nu we zulke prachtige tempelarchitectuur hebben gezien mogen we niet meer klagen over Hassan. Deze dag maakt alle ongemak in Hassan weer goed, hoewel het ongemak er niet minder op wordt de daaropvolgende uren. We doen namelijk een poging uit te vinden hoe we weg kunnen komen uit Hassan. Mangalore, onze volgende bestemming, ligt op een treinroute maar de trein vanuit Hassan is tijdelijk opgeschort. Bussen doen er uren over, behalve de 'Ultra Deluxe Bus', maar niemand in welke functie dan ook kan ons vertellen wanneer deze o zo aantrekkelijk klinkende bus precies rijdt. We wagen de gok, gaan lekker slapen en pakken morgen ons boeltje maar weer op in de hoop op het goede tijdstip op het busstation te staan, wat dat tijdstip ook moge zijn.
Mangalore, woensdag 4 & donderdag 5 december
Als we in de middag in Mangalore aankomen
hebben we het eindelijk ontdekt; na drie maanden reizen in staatsbussen, zittend
op krakkemikkige bankjes en flink opgepropt, hoe gezellig het soms ook mag
zijn, hebben we in Hassan de 'Ultra Deluxe Bus' naar Mangalore gevonden. We
vonden het nooit zo nodig 'beter' te reizen dan de doorsnee Indier, maar voor
slechts enkele roepies meer heeft de staat Karnataka een echte tourbus ingezet,
kaliber westers met heerlijke stoelen en ook nog een stuk sneller ook. We
vinden het een beetje vreemd, we moeten er duidelijk nog aan wennen dat we
ons 'verhogen', maar we gaan echt wel vaker kijken of er zulke sjieke bussen
rijden.
Mangalore heeft ons verder weinig te bieden
maar dat wisten we al. De stad dient eigenlijk ook alleen als doorreisplaats
naar Goa, een afstand die we te groot vinden om in een dag af te leggen. Omdat
we een goedkoop hotel vinden en een zeer goede 'vreetschuur' (Taj Mahal) besluiten
we een dagje extra in Mangalore te blijven, zodat we op ons gemak de treinreis
voor de volgende reisdag kunnen regelen: naar Madgaon, Goa!
We zijn ook weer helemaal 'into' het Indiase eten; nu hebben we het echt ontdekt,
wat is Noord-Indiaas eten lekker zeg. Jammer dat we er nu pas achter komen,
maar beter laat dan nooit. We kijken elke keer weer uit naar de volgende maaltijd,
met het bijkomende voordeel dat Noord-Indiaas eten overal te krijgen is. We
eten onze buikjes letterlijk vol.
Het is wel raar om te zien dat de prijzen
voor eten en slapen zo kunnen verschillen en zo uit verhouding kunnen zijn.
Voor twintig roepie (1 gulden) krijg je een hele thali-maaltijd voorgeschoteld
(een flinke lunch), terwijl een bakje rijst met een sausje minstens het dubbele,
vaak het driedubbele kost. Vier kopjes chai kosten ook twintig roepie, net
als twee liter verpakt mineraalwater of anderhalve liter cola. Voor dezelfde
twintig roepie kun je ook een maand lang beedies roken, opgerolde tabaksblaadje
met tabak, de 'armensigaret'. Je kunt je er ook een heel stuk voor laten rond
rijden in een rickshaw of de autobiografie van Ghandi aanschaffen. Meer dan
een halve rol wc-papier krijg je er niet voor, maar twee blokken zeep en een
tube tandpasta lukt wel. Je kunt er vier dagen lang de krant voor lezen of
een uurtje op het internet ronddwalen.
Voor hotelkamers zijn de prijzen al net zo uit verhouding: soms slapen we voor 150 roepie en vinden we grote luxe (lakens, handdoeken, stukje zeep, warm water, tv) terwijl een kamer voor 300 roepie soms amper in de behoeften voorziet. De ene kamer kan net zo duur of goedkoop zijn als de andere maar de voorzieningen kunnen enorm verschillen. Hoewel we tot nu toe altijd nog hebben staan kijken van de luxe die je krijgt voor zo weinig geld, is het wel opmerkelijk dat hetgeen je ervoor krijgt zo uiteenlopend kan zijn! Het blijft werkelijk een opmerkelijk land, het mooie maar vaak zo vreemde India waarin we ons met veel plezier bevinden; onze ervaringen hier zijn zo leerzaam!
Hampi, zaterdag 14 december t/m maandag 16 december
Vroeg in de ochtend arriveren we in het wonderbaarlijke
Hampi, koud en verkleumd omdat we niet wisten dat sleeperbussen 's nachts
zo koud konden zijn. Nou maar hopen dat het stadje de meer dan twaalf uur
afzien om er te komen waard is, al nemen we de komende tijd niet nog zo'n
'luxe' bus. Uit ervaring kunnen we nu vertellen dat 'Shanti Guesthouse' af
te raden is - naar onze mening teveel kortzichtige, voornamelijk Lonely Planet
reizigers - terwijl het spotgoedkope 'Herrmann's Guesthouse' echt een juweeltje
is!! Een beetje reclame voor de beste man mogen we best maken.
Het stadje Hampi is miniklein en ligt letterlijk
ingesloten tussen de tempels en tempelruines; mensen hebben zelfs de tempelruines
betrokken om er in te leven, daar er zoveel van zijn dat het ook geen 'zonde'
is deze te gebruiken. Dat veel toeristen het stadje op hun tocht door India
aandoen is goed te merken, hoewel er ook veel mensen lijken te zijn die een
aantal dagen uit Goa weggaan om toch wat cultuur te hebben opgesnoven in Hampi
om vervolgens weer snel naar Goa terug te keren. Als we het stadje zelf verlaten
om de omliggende tempelsruines te bezoeken zijn de hordes toeristen gelukkig
niet langer aanwezig en kunnen we volop genieten van de wonderbaarlijk vreemde
omgeving. Alleen nog Indiase kindjes die de grootste lol hebben als je hun
handje vasthoudt of als ze voor je mogen dansen, vergezellen ons op de weg
naar datgeen waar Hampi om bekend staat!
De grote hoeveelheid tempels en paleizen,
gebouwd door de 14e eeuwse Vijayanagar heersers, nu grotendeels ruines, zijn
gesitueerd tussen duizenden rotsblokken die zo onwaarschijnlijk op en tegen
elkaar liggen dat het lijkt alsof ze zo uit de lucht zijn komen vallen. Overal
waar je kijkt alleen maar rare rotsblokformaties met allemaal vaak erg simpele,
maar soms ook uitzonderlijk gedetailleerde, vervallen tempels en paleizen.
Men heeft er vaak ook de raarste lokaties voor uitgekozen, zoals blijkt uit
de tempels die hoog op smalle bergen staan. Voor ons is het een plezierige
tijd hier en we brengen de dagen al dwalend tussen en op de rotsblokbergen
door. Steeds weer ontdekken we nieuwe bijzondere tempeltjes op onze wandelingen
door het enerzijds kale berglandschap en de anderzijds groene delta van de
Turgabhadra rivier. We wanen ons soms haast op de maan, zo vreemd is het landschap
waarin we terecht zijn gekomen.
De lange reis en het vele afzien om deze uithoek te bereiken is echt de moeite waard geweest, wat zijn we blij dat we Hampi op onze reis hebben aangedaan; wat zijn we onder de indruk van het landschap met haar eigenschappen en bijzondere architectuur dat we hier gevonden hebben. En dan te bedenken dat we Hampi eigenlijk hadden willen overslaan! Een echte aanrader, deze indrukwekkende stad. En Maite, nu begrijpen we waarom je soms jaloers op ons bent.
Bijapur, dinsdag 17 december t/m donderdag 19 december
We passen het plan een beetje aan en besluiten
naar Bijapur af te reizen. Het is spijtig dat we hiermee Badami, Aihole en
Pattadakal overslaan maar de belachelijk hoge entreeprijzen voor de tempelcomplexen
daar laten ons geen andere keuze. Per bus bereiken we, zo'n 6 uur later dan
de vertrektijd, de (voormalige) islamitische stad. Het is na de vele uren
op een weinig comfortabel busbankje altijd fijn te arriveren op de plaats
van bestemming, maar de aankomst in Bijapur is des te fijner door de overweldigende
en onverwachte vriendelijkheid van de mensen hier. Niets van opdringerigheid
en geen 'ignore-mode' bij de plaatselijke bevolking maar een gezonde dosis
nieuwsgierigheid en hulpvaardigheid. Vele handjes schudden en tig keer onze
naam en land van herkomst noemen is het gevolg, met veel plezier overigens.
Het eerst wat ons eigenlijk opvalt aan Bijapur
is niet dat het een islamitisch stadje is, nee het lijkt eerder de stad van
de zwijnen! Letterlijk genomen dan; waar andere steden bevolkt worden door
de welbekende heilige viervoeters lopen in deze stad ook overal zwarte varkentjes
rond. Overal lopen ze als hondjes over de straat, snuffelend tussen het vuil
samen met de andere dieren. Toch ondanks de associatie die 'wij westerlingen'
hebben met al deze viervoeters in een stad hebben ze een duidelijke functie
en kunnen ze in India niet gemist worden. Omdat men in India geen soort van
vuilophaaldienst lijkt te kennen komen deze dieren handig van pas. Alle restjes
van dagelijks marktjes, zwerfvuil, papier en etensresten staan deze dieren
dagelijks op te peuzelen en te herkauwen. De geiten zijn hierin het meest
bedreven, zelfs aanplakbiljetten op muren zijn niet veilig voor deze dieren
en worden met geweld van de muur getrokken! Helaas huisvest deze stad ook
nog die vervelende prikkebeesten die we duidelijk niet gemist hebben.
Maar het zijn niet de dieren waarvoor we naar
Bijapur zijn gekomen, we waren benieuwd naar de islamitische architectuur
in India na alle hindoeistische kunst. De Chalukyon heersers legden de basis
voor Bijapur, toen nog Vijayapura geheten, ofwel de 'stad van de overwinning'.
Bijapur kwam onder islamitische heerschappij in 1347 en verklaarde zich onafhankelijk
in 1489, hiermee de Adil Shabi dynastie creerend. De aantrekkelijke gebouwen
van Bijapur, mausolea, moskeen, paleizen en forten zijn bijna allen gebouwd
door de heersers van de Adil Shabi dynastie.
Dominerend aan de sky-line van Bijapur en
van verre te zien is de Gol Gumbaz. Dit mausoleum van de 7e heerser van de
Adil Shabi gebouwd tussen 1626 en 1656 wordt omschreven als de tweede grootste
koepel in de wereld, op de Sint Pieter in Rome na. Frank is het hier niet
mee eens en weerlegt deze 'feiten' door te graven in zijn geheugen en tot
de conclusie te moeten komen dat het de op twee na grootste is, omdat de koepel
van Aya Sofia te Istanbul precies de zelfde diameter heeft als de Sint Pieter.
Jammer voor de Indiers.
Zelf waren we het meest onder de indruk van
de Ibrahim Roza. Deze uitzonderlijke groep van gebouwen huisvest twee graftombes
en een moskee. Uit de architectonische patronen en decoraties blijkt de tolerantie
van de Adil Shabi dynastie naar andere religies toe. Maar de grootste verdienste
van deze gebouwen is misschien nog wel dat ze als voorbeeld hebben gediend
voor de Taj Mahal. Helaas schrikt de toegangsprijs ons weer af en vinden we
het onrechtvaardig dat wij zo'n twintig keer zoveel betalen als de Indiers.
Zelfs voor ons in vijf dollar veel!
Voor de rest bezoeken we nog enkele verdedigingswerken en besluiten later op de dag nog een bezoek te brengen aan de Jod Gumbaz. Deze tombes worden weinig door toeristen bezocht en is des te meer reden voor ons er een kijkje te nemen. En gekeken wordt er! Nadat wij de tuinen hebben betreden loopt een sliert van dertig kinderen met ons mee. Gezelliger wordt het nog als we gaan zitten op het gras maar het uitzicht op de tombes is weg! Overal om ons heen gaan kinderen zitten en willen ons aanraken of de hand schudden. Hier kan toch geen toegangsprijs tegenop! Dit getuigt opnieuw van de openheid en hartelijkheid van de (moslim)inwoners van Bijapur en hun warme welkom naar ons toe zal ons altijd bijblijven!