Kandy, maandag 2 september t/m donderdag 5 september
Kandy blijkt werkelijk een juweeltje te zijn met zijn ligging in het groene hart van Sri Lanka, hoewel het stadsleven ook hier gepaard gaat met chaos, rotzooi en uitlaatgassen. Het hart van Kandy bestaat uit een heilig meer, omgeven door 1 van de belangrijkste tempels van het eiland en een aantal kloosters. De stad is zowel 1 van de belangrijkste authentieke en hedendaagse boeddhistische steden, als een symbool van de Singalese nationaliteit door de onafhankelijkheid van de stad door de geschiedenis heen. De eerste indruk die we van de stad hebben is, zoals heel Sri Lanka tot nu toe prachtig is, adembenemend. Een beter einde van de dag kunnen we ons niet wensen: na een wandeling rond het meer met een kopje thee voor ons familie-guesthouse met slechts drie mooie kamers (Freedom lodge), gesitueerd op een heuveltje vol groen!
Ons plan om de eerste dagen op Sri Lanka rustig
door te brengen, zonder meteen iets te moeten ondernemen, mislukt grandioos.
De nieuwsgierigheid naar de schoonheid van Kandy, zeker na de saaiheid van
Negombo, overwint de vermoeidheid die ons tijdens de eerste dagen vergezelde.
Enerzijds willen we heel graag en veel slapen, als we goed naar ons lichaam
luisteren, maar tegelijkertijd vinden we ook dat we moeten wennen aan het
aziatische ritme. Aangezien de hitte juist in de middaguren het grootste is
willen we niet precies dan iets ondernemen. Tot nu tot was dat nu juist wat
we deden: op het heetst van de dag gigantisch actief zijn. We proberen voor
vandaag een middenweg te vinden, ontbijt wordt geserveerd om tien uur. Het
verse fruit, mango, ananas en banaan, die zowat om de hoek van het huis waar
we te gast zijn lijken te groeien, doet ons goed.
Als we het huis uitstappen zien we pas hoe
groen de natuur kan zijn: overal waar je kijkt is bos, goed zichtbaar door
het heuvellandschap, dat kenmerkend is voor Kandy. We ontdekken ook steeds
meer dieren: naast de vele 'onaaibare' katten en honden die het land rijk
is, zien we nu ook apen en eekhoorntjes die handig in de bomen en op de elektriciteitsbedrading
balanceren. In het water en op de oevers rusten salamanders en varanen (mini-krokodillen).
En naast de muggen en de kleine spinnetjes hebben we nu ook een reuzespin
onze kamer moeten uitjagen, geen pretje! Maar vooral de kakkerlakken die in
en om het straatvuil zwerven zijn vies. Het enige aaibare dier is Rex de hond
des huizes.
Bij aankomst in Kandy valt meteen de metershoge
Boeddha op die heel allenig het topje van 1 van de heuvels van Kandy bewoont.
De klim naar de top per voet komt als een geroepen alternatief voor de vele
tuk-tuk ritjes. Natuurlijk is het een flinke klim, natuurlijk net op het heetst
van de dag, natuurlijk raken we bijna verdwaald en lopen we gigantisch om,
maar dat maakt de pret er niet minder om. De bevolking van Kandy lijkt blij
ons te zien en wijst ons de goede weg, vriendelijk en behulpzaam als altijd.
De klim blijkt zeer de moeite waard te zijn: de werkelijk reusachtige witte
Boeddha kijkt gemoedelijk over de stad, het uitzicht is geweldig. De haast
verplichte donatie aan het klooster ernaast en de toegangsprijs nemen we er
graag bij, mede omdat een heel jong monnikje ons een armbandje omknoopt met
een zegening, 'for good luck'. Erg aandoenlijk, de monniken kunnen het geld
ongetwijfeld goed gebruiken voor de bouw van een tempelcomplex tegen de achterkant
van het Boeddhabeeld aan, en misschien brengt het ook nog geluk ook.
Aan dat laatst twijfelen we een beetje als
later op de avond in zowat de gehele stad de elektriciteit uitvalt. Waar we
al het gemis aan water ervaren hebben, merken we nu ook wat het is om te leven
in het donker, iets waar de srilankanen zo te zien aan gewend zijn. Het is
heel raar om een stad bijna geheel in het donker gehuld te zien. De enige
verlichting is, opmerkelijk genoeg, de neonverlichting op de winkeltjes en
de verlichting van de belangrijkste boeddhistische tempel van de stad. Wat
deze tempel, de tempel van de tand, zo belangrijk maakt is de tand van de
Boeddha die er te vinden is. Hoewel deze tand slechts door zeer belangrijke
mensen gezien is (wij waren duidelijk niet belangrijk genoeg, geen tand te
zien), komen vele boeddhisten op pelgrimage naar deze stad, waar ze de buitenste
zilveren schaal om de tand mogen aanschouwen. Tussen deze schaal en de tand
bevinden zich nog zeven schalen, die slechts geopend kunnen worden als alle
vier de personen die de verschillende sleutels bezitten aanwezig zijn. Omdat
we in de buurt van de tempel zijn en een grote mensenmassa richting de tempel
zien schuifelen laten we ons uit nieuwsgierigheid overhalen de mensenmassa
te volgen. Het grappige is dat we in eerste instantie helemaal niet weten
waar we naartoe gaan en we ons slechts verwonderen over de vele mensen, zowel
srilankanen als toeristen. De schaal met de tand mogen we slechts enkele seconden
aanschouwen, dan moeten we doorlopen of opnieuw in de rij gaan staan. Hoewel
de tand voor ons geen enkele waarde heeft (zoals de baardhaar van Mohammed
dat een jaar geleden in Istanbul ook niet had), is het wel een feest de gelovigen
met hun offers voorbij te zien komen. Door de vele toeristen, inclusief onszelf,
dreigt een dergelijke uitdrukking van geloof te zeer een poppenkastvertoning
te worden, wat ongetwijfeld eerder verstorend is dan dat het iets toevoegt
aan het heiligdom.
Na de tempel en het terugvinden van onze schoenen besluiten we alvast een
voorproefje te nemen op het reizen door India: we sluiten de dag af met een
zeer smakelijke maaltijd in Ram's Restaurant.
De dag erop brengen we door met zoeken naar het Udawattekele Sanctuary, het 'forbidden forest of the kings of Kandy'. Na vele uren lopen belanden we, verhit en vermoeid, bij de ingang. Daar zitten vele aapjes al op ons te wachten, lief! We besluiten dit tropische oerwoud van binnen te bekijken, hoewel het al laat is en we maar anderhalf uur hebben voordat het donker wordt. Natuurlijk verdwalen we weer eens, maar dat is ook niet raar in het bos zonder bordjes, en de vele onbegaanbare paden. Gelukkig vindt een monnik ons en wijst ons de weg naar de uitgang. Het was een mooie ervaring, we hebben vele dieren en planten gezien en rare geluiden gehoord, maar we waren blij net voor het donker het bos uit te zijn. Donker is hier namelijk heel erg donker.
De volgende dag beginnen we aan onze reis
verder de binnenlanden in, op zoek naar de culturele schoonheden van Sri Lanka.