Champassak, vrijdag 13 juni t/m zondag 15 juni
Vrijdag de dertiende, zoals te verwachten
heeft de dag een moeilijke start. Plan is redelijk vroeg in de morgen af te
reizen naar het iene-miene-dorpje Champassak om vanuit daar de fantastische
archeologische bezienswaardigheid Wat Phou aan te doen. Prima plan, en natuurlijk
met het meest relaxte vervoermiddel in Laos, de boot - de Mekong is en blijft
onverslaanbaar prachtig. Dus rond tienen staan we bepakt en al, na een lekker
Frans ontbijtje - stokbrood met smeerkaas - en een bezoekje aan de plaatselijke
bank, met een volle buik en flinke stapels verse Kip bij de bootlanding. Voor
ons doen nog redelijk vroeg maar voor de boot, zo horen we, veel te laat,
hadden we toch twee uurtjes eerder klaar moeten staan. Natuurlijk compleet
onze eigen schuld, we worden iets te laidback hier in Laos en vertrouwen opeens
blindelings op een, onbetrouwbaar zo blijkt dus, handgeschreven papiertje
met boottijden.
Maar we zijn niet zomaar uit het veld te slaan
en na wat gekibbel en stoomafblazen van beide kanten hebben we plan B in elkaar
gedraaid: is er geen boot die ons naar Champassak brengt dan charteren we
toch ergens een bus - of iets in die trant blijkt weer een paar lastige uren
verder. Het blijft een vervelende vrijdag de dertiende. Nadat we eindelijk,
via een grote omweg en na een paar keer verkeerd te zijn afgezet, het busstation
hebben weten te bereiken komen we er achter dat er geen bussen naar Champassak
gaan, althans niet hier en nu. Het alternatief: een omgebouwde pick-up truck
volgestouwd met groente, fruit en vlees van de ochtendmarkt en tientallen
etende (zoals altijd) Lao. Prima hoor, een beetje duwen en proppen en wij
kunnen er ook nog wel bij. Het is erg krap, zeker voor zielig Frankje, maar
veertig kilometer op deze manier moet te overbruggen zijn, toch?
Nog redelijk goed gehumeurd beginnen we aan
het ritje, we zijn weer onderweg. Het wagentje blijkt een beetje opstartproblemen
te hebben want we stoppen om de meter en als we eindelijk goed op weg zijn
worden we zelfs ingehaald door fietsers. Het is moeilijk in te denken hoe
een gemotoriseerd voertuig drie lange uren kan doen over de minieme afstand
van veertig kilometer maar in Laos krijgen ze het met gemak voor elkaar. Deze
keer zijn we nog blijer als we eindbestemming Champassak bereiken, wat een
geweldig gevoel om voet aan wal te zetten in dit dorpje aan de andere zijde
van de Mekong.
En wat een leuk eenstratig dorpje is Champassak,
een dubbele opluchting na de iets wat tegenvallende steden hiervoor. Gesitueerd
langs de machtige Mekong, met prachtige open rijstvelden, tegen een achtergrond
van beboste bergen. Het is er heerlijk rustig en we zijn bijzonder tevreden
met het bamboehutje dat we tijdelijk mogen bewonen. Vanaf het verandaatje
ervoor hebben we een leuk uitzicht op de enige straat van het dorpje en het
is uiterst vermakelijk om de buurtkindertjes te zien voetballen voor ons hutje.
De rest van de dag doen we ook niets anders dan het dorpje verkennen en rondstruinen
in de velden, tot dat de avondregen ons overvalt en we in een gezellig restaurantje
ons toevlucht moeten zoeken. Een vrijdag de dertiende met een vreselijk irritant
begin maar met een prachtig einde!
Omdat het Wat Phou is waarvoor we naar Champassak
zijn afgereisd stappen we de volgende dag op de fiets. Het is een flink stuk
trappen maar dat geeft niet want de omgeving is mooi en vooral groen, met
zijn rijstvelden en heuvels. Wanneer we aan het einde van de redelijk begaanbare
doorgaande weg naar Wat Phou een snelweg-achtig stuk asfalt opfietsen raken
we een beetje verward. Lag Wat Phou niet in een geweldig natuurlijk omgeving?
Als we ieder het onbegrijpbaar hoge bedrag van 30.000 Kip hebben neergeteld
beginnen we te begrijpen hoe deze asfaltweg er is gekomen en hetzelfde geldt
voor het architectonisch uit de toon vallende museumpje. Maar gelukkig blijkt
de twaalfde eeuwse Wat Phou zelf in een tikkeltje 'ouderwetse' stijl gelaten,
oftewel is er goed te zien dat men ooit gepoogd heeft het eeuwenoude tempelcomplex
te restaureren maar dat het al lang geleden is dat men werkelijk nog wat ondernomen
heeft. Het groen groeit hoog op tussen de onderdelen van het tempelcomplex
maar dat geeft de Wat een geweldige sfeer. Alsof tijd hier heeft stilgestaan
en Wat Phou opgaat in de prachtige stilte van de natuur.
De geschiedenis van de Wat is voor het grootste
deel een mysterie al denkt men zeker te weten dat de meeste gebouwen van Wat
Phou het werk zijn van de Khmer koning Surjavarman II (1131-1150) die verantwoordelijk
was voor het beginwerk aan de o zo bekende Cambodjaanse Ankor Wat. En een
prachtigere lokatie voor Wat Phou kon hij niet hebben uitgekozen. Hoewel de
toegangsweg en de eerste gebouwen op de vlakte liggen bevinden de belangrijkste
gebouwen zich op een berghelling omgeven door bos, met op het hoogste punt
een geweldig uitzicht op de omgeving. Een deel van de gebouwen is nog ouder,
en is onderdeel van een hindoetempel die pas later een boeddhistische tempel
werd, met de berg waartegen de Wat gesitueerd is als fallussymbool voor de
hindoegod Siva.We bekijken de relatief goed geconserveerde ruines van deze
'World Heritage Site' met veel bewondering en voelen ons enkele uren verdwaald
in een andere tijd en op een andere plaats. Dat haast levensloze resten van
meesterwerken uit een ver verleden zo'n invloed op je kunnen hebben!
Als we per fiets het monument verlaten besluiten we de volgende dag nog lekker de tijd te nemen het rustieke dorpje Champassak en haar omgeving door te struinen maar we zijn maar net op tijd terug voordat de moessonregen van zich laat horen. En omdat de buien de gehele volgende dag aanhouden moeten we onze wandelplannen staken en brengen we de dag door op het verandaatje van ons tijdelijk hutje. En dat is geen slechte manier om de dag door te brengen.