Ayutthaya

Ayutthaya, donderdag 8 mei & vrijdag 9 mei

Per sjieke AC-bus (de gemakken van gemoderniseerd Thailand) reizen we af naar het naarbij gelegen Ayutthaya, op zoek naar het stukje verleden dat vroegere Europeanen bij hun bezoek aan Thailand zo bewonderden. Gesticht in 1350 door een prins maakt Ayutthaya een stad met een lange geschiedenis. De naam van de stad is afgeleid van 'Ayodha', de heilige stad uit de Indiase Ramayana. De stad groeide uit tot een van de meest rijke koninkrijke van Zuid-Oost Azie, en haar ligging op een eiland waar drie rivieren samenkomen maakte de stad een goede handelsstad en gaf het een goede verdedigingspositie. Op het hoogtepunt schijnen er meer dan veertig verschillende nationaliteiten in en om de stad te hebben geleefd en in de zestiende eeuw was de populatie groter dan die van Londen in die tijd. De stad moet op en top vermaak zijn geweest met olifanten- en tijgergevechten, thais boksen en toneel en de keizer van Ayutthaya was stinkend rijk. Met haar grootte en grootsheid, haar vergulde met mozaiek ingelegde tempels en haar kanalen moet de stad een waar schouwspel zijn geweest, een orientaal Venetie, een metropool.

Maar de grootsheid van Ayutthaya had geen eeuwigdurend karakter; maarliefst vierentwintig keer werd de stad aangevallen door de Burmezen en zes van deze pogingen waren succesvol voor de keizer van Burma. De eerste - mislukte - poging was vanwege het feit dat de keizer van Ayutthaya weigerde te vechten met een van zijn vele witte olifanten, terwijl de keizer van Burma geen van deze belangrijke dieren in zijn bezit had, reden genoeg om de stad aan te vallen. Witte olifanten waren van zeer groot diplomatiek belang, deze meest heilige dieren (de Boeddha's laatste incarnatie was een olifant). Pas toen een van de vrouwen van de keizer van Ayutthaya haar witte olifant in de strijd gebruikte trok de Burmese keizer zich terug. Maar het mocht uiteindelijk allemaal niet baten, de vierentwintigste aanval van Burmese kant was effectief en in 1767 werd Ayutthaya ingenomen en in puin gelegd en de bevolking uitgemoord. Hoewel de stad vandaag de dag nog staat is duidelijk dat ze zich nooit heeft kunnen herstellen van de aan haar toegebrachte schade. De geweldige tempels van weleer zijn slechts ruines, weliswaar onderhouden in de laatste jaren, gesitueerd in een onvoorstelbaar modern - en lelijk - Ayutthaya. Hoe geweldig indrukwekkend we de ruines straks ook gaan vinden - dat weten we nu al - dit is niet het Thailand zoals we ons dat voor aankomst hadden voorgesteld!

Dat deze stad een van de populairste dagtochtjes is vanuit Bangkok is en het toerisme er hoogtij viert merken we direct bij aankomst. We worden van alle kanten belaagd door 'motorbike-taxi's', 'saamlors' (gemotoriseerde bakfiets met bankjes), 'songthaews' (pick-up trucks met bankjes - ook in bestelbus vorm, de lokale dorpsbusjes), en de bekende tuktuks. We pogen ze vriendelijk af te wimpelen en staan versteld van het feit dat dit zo braaf geaccepteerd wordt - het is hier duidelijk geen India. Per voet vervolgen we onze tocht, op naar het, zo blijkt, populaire PU Guesthouse. Bij aankomst wordt er meteen geprobeerd een avondlijk boottochtje aan ons te 'slijten' en hoewel we geneigd zijn nee te zeggen besluiten we toch maar mee te gaan. De kans bestaat dat we het tochtje ergens anders goedkoper vinden en dat de tijd om tussen de ruines en Wats die we onderweg aandoen rond te dwalen aan de krappe kant is, maar het is wel een geweldig romantische introductie op Ayutthaya - ondanks dat we de boot met nog zes anderen moeten delen.

Het blijkt een goede beslissing en juist de korte tijd om de Wats te bezichtigen behoedt ons ervoor niet hopeloos op te gaan in de bouwwerken en ruines. Meestal vergeten we tijd en het heden helemaal en dwalen we uren rond. Vandaag haalt de bootman ons gelukkig weer naar het heden zodat we per boot een kijkje kunnen nemen in het leven van de Thai. En dat is vanaf het water goed te zien en te voelen en overal worden we van harte welkom 'gezwaaid'. Het leven lijkt hier vooral heel laidback en relaxed, zo in en om de prachtige kanalen van Ayutthaya. Het is een vredig gezicht, al die vrij grote houten woningen en de Thai die in en om het water verkoeling en plezier zoeken. Dat we op geen enkele manier inbreuk op hun leven maken en juist welkom zijn is goed te voelen. Zelfs in de Wats zijn we duidelijk welkom als we, over de luidsprekers, de oren van het lijf worden gevraagd terwijl de man in kwestie eigenlijk bezig is de gebeurtenissen in de tempelruimte - namelijk het ontkleden en vervolgens weer bekleden van de centrale boeddha-afbeelding met verse oranje doeken - van begeleidende woorden te voorzien. Hieruit blijkt wel hoe praktisch en toegankelijk het boeddhisme in Thailand is. De avondmarkt die we tot slot bezoeken bruist van activiteit: overal wordt rondgesnuffeld en er wordt vooral veel gegeten, gedronken en gesocialized. We laten de gezelligheid van de markt voor wat het is en haasten ons terug naar het guesthouse voordat het onweer dat in de lucht hangt helemaal losbarst. Daar aangekomen zoeken we, voordat we het bedje opzoeken, nog even op wat de naam is van de meterslange en zeer dikke waterslang die ons bootje poogde te belegeren. Zonder succes maar we zijn desalniettemin onder de indruk van de afmetingen van het schepsel. Nou maar hopen dat we er geen nachtmerries van krijgen!

Op onze tweede dag Ayutthaya bezoeken we de ruines van de stad die Ayutthaya in het verleden was. Ondanks dat de fiets van Frank een beetje aan de kleine kant is en de fietsen hier niet de luxe kennen van onze stalen rossen thuis zijn we blij eens op de pedalen te staan. Wie had toch ooit gedacht dat we de dagelijkse bezigheid die fietsen in Nederland is zouden gaan missen! Maar een dingen kunnen we stellig zeggen, je verleert het nooit! Toch is het fietsen in Ayutthaya minder plezierig (of hebben we nu een te idealistisch beeld van Nederland?) door al het razendsnel passerende verkeer en natuurlijk het links rijden. Maar we zijn op weg, de zon broeit en de cultuurgeschiedenis roept, we zijn in ons element. De resten van Ayutthaya liggen her en der verspreid door de stad, en alvorens we de eerste belangrijke site hebben gevonden zijn we al verdwaald, dat belooft nog wat aangezien we er een stuk of tien willen aandoen vandaag. Maar dit ongemak van verdwalen heeft zo ook zijn voordelen vinden wij, we komen bij oude stukjes stad uit die we gratis kunnen bezichtigen en krijgen zo een goede kijk op het dagelijkse leven van de Thai. De eerste grote sites die we aandoen zijn een ware oase van rust maar bij de derde is het mis. Een te grote en te luxe toeringbus draait de parkeerplaats op, weg rust. Een grote groep bezwete en met camera's behangen belachelijk in korte broekjes en hemden uitgedoste mensen bestormen de site. Wij ergeren ons hier lichtelijk aan, niet in de laatste plaats omdat dit gepaard gaat met veel lawaai maar vooral omdat kleding die de schouders en benen niet bedekt uit den boze is in religieuze plekken. Gelukkig hebben groepen als deze maar kort de tijd op elke site en een fijne bijkomstigheid voor ons is ook dat de helft in de verkoelde AC-bus blijft zitten omdat men duidelijk koelte verkiest boven cultuur, ieder zo zijn smaak. Gelukkig zijn de andere sites minder bezocht en dus rustig. We genieten en bekijken alles aandachtig, en verbazen ons erover dat alle resten van Ayutthaya eigenlijk alleen religieuze of koninklijke complexen zijn. Na een dag flink te hebben gefietst, gezweet en genoten zoeken ook wij wat verkoeling in de plaatselijke AC-supermarkt en kopen een lekker ijsje alvorens we terugkeren naar ons tijdelijke stekje. Het was een mooie dag!