Anuradhapura

Anuradhapura, 9,10 en 11 september 2002

Hoewel het al weer een dag later is als we over de negende schrijven, omdat de dag zelf te vermoeiend was om er ook nog maar iets over te schrijven, willen we jullie de sappige verhalen niet onthouden. Wat de dag zo vermoeiend maakte was de haast 3.5 uur durende busrit van Polonnaruwa naar Anuradhapura, de laatste grote stad binnen de culturele driehoek van Sri Lanka. (op het moment dat wij dit schrijven loopt er heel brutaal een koe de tuin van het guesthouse in om eens wat bladeren van de bomen te snoepen - nu zijn het er al drie, hoort dit?) Het is moeilijk voor te stellen dat de bus in die tijd slechts zo'n 75 km overbrugt, maar als je de wegen en de bussen voor je ziet wordt het al een stuk makkelijker om in te beelden. De wegen zijn vaak smal en slecht geasfalteerd, het verkeer een zooitje ongeregeld, en de bussen - tja - die zouden bij ons vast en zeker afgekeurd worden. Daarbij komt ook nog dat ze prop en propvol gepakt zitten. Na de uren die we al gemaakt hebben met het openbare bussysteem mag je best weten dat we hier niet echt meer uitkijken naar lange afstanden per bus. Je krijgt er een flinke houten kont van, aan alle kanten wordt er aan je geduwd en getrokken, en het gaat allemaal irritant langzaam. Bovendien staat de radio met srilankaanse muziek snoeihard. Als de bevolking hier nog niet slechthorend is dan worden ze het hierdoor wel. Daar waar de srilankanen de gehele rit gelaten over zich heen laten komen en rustig 3.5 uur staan, vergt het veel van ons westerlingen, hoe hard we ook proberen ons in te stellen op het zeer onthaaste Aziatische leefritme.

Toch zie je per bus wel het meeste van Sri Lanka, en leer je het leven van de srilankanen het beste kennen op deze wijze - tenminste zo lijkt het. Dingen die je in de grotere steden niet of nauwelijks ziet, zijn in de kleine dorpjes langs de wegen waarover de bussen rijden, goed zichtbaar. De huizen variëren van krotjes tot luxe aangesmeerde bouwwerken, van golfplaten daken tot dakpannen of soms alleen wat palmbladeren. Het aantal gebouwen dat niet af is (en zo te zien ook niet meer afgebouwd zou worden) is ongelofelijk groot, waarschijnlijk veroorzaakt door de burgeroorlog die er in het land woedt (maar nu gelukkig al een aantal maanden tot rust is gekomen). Overal langs de wegen staan krakkemikkige huisjes met de meest exotische soorten eten en vreemde spulletjes te koop. De wegen zijn versierd met gekleurde vlaggetjes en kleine heiligdommen waar mensen bloemen offeren of olie en wierrook branden voor de Boeddha of Hindoegoden, in deze streek voornamelijk Ganesha. Ook zijn er kleine christelijke kerken en islamitische moskeeën, maar het aantal boeddhistische kloosters en heiligdommen overtreft al het andere. Het boeddhisme was in Sri Lanka niet alleen staatsgodsdienst maar we zijn ook nog eens op weg naar de oorsprong van het boeddhisme in Sri Lanka.

Maar bovenal schittert in de dorpjes de natuur die zo mooi is: overal bomen in alle kleuren groen, beekjes en meren en uitgestrekte velden. Juist de kleinschaligheid van alles maakt dat de natuur nog alle ruimte krijgt in dit wonderschone landschap met zijn vele bergen en dalen. Toch zijn we blij als we, via een flinke omweg, als we op de landkaart kijken, ons einddoel bereiken, met name omdat de bus werkelijk overal stopt om mensen in of uit te laten stappen wat het sluiten van de busdeuren een overbodigheid maakt. Ook deze stad lijkt weer te bestaan uit 1 belangrijke geasfalteerde weg met links en rechts zand en vuil erlangs. Aan de randen staan allemaal winkeltjes die van alles en nog wat verkopen maar bijna nooit iets wat wij zoeken.

Ook het zoeken naar een guesthous is een hele klus, daarom zijn we toch altijd weer blij dat 'Bajaj' de tuk-tuk heeft uitgevonden. Een paar roepies lichter staan we op de plaats van bestemming. Als de betekenis van bestemming is 'de plaats waar je graag wilt zijn' dan zitten we hier erg verkeerd. Tenminste, daar kwamen we naar een paar uur achter. Achteraf hadden we het per aankomst al een beetje kunnen weten, want als we allebei zo'n gevoel hebben van hier willen we maar 1 nacht blijven kan je er beter geen nacht blijven. Het eerste probleem waar we tegenaan liepen in guesthouse Milano Tourist Rest was dat niemand van het personeel fatsoenlijk engels sprak of verstond. Maar ach, na wat moeite hadden we toch mooi een driepersoonskamer en op de prijs afgedongen. Dus alles geregeld, niet dus. De wc blijkt niet te werken. Na een hoop handen en voetenwerk snappen de bediendes het en krijgen we een andere kamer, die we niet willen omdat deze te duur is. Uiteindelijk krijgen we een goedkopere kamer. Het vreemde is dat onze reisgids deze plek vermeld als 'popular with backpakkers' en 'recommended'. De enige backpakker die wij hier zagen was op tv in een programma van Lonely Planet, en 'recommended' is het zeker niet, want op het moment dat wij willen gaan slapen racen de kakkerlakken van enkele cm groot over de vloer. Dit betekent maar 1 ding, wegwezen hier.

Boos lopen we naar de balie waar we ons vertrek aankondigen, maar dat gaat niet echt gemakkelijk als niemand je verstaat. Al snel staan zo'n vijftien a twintig man om ons heen, en na een hoop geklaag van onze kant en domme blikken van de andere kant besluiten we na een flinke woordenwisseling toch maar de helft van de kamer te betalen, ook al willen de mensen van het guesthouse het volle pond ontvangen. We gooien het geld over de balie en vetrekken, 20 man in verwarring achterlatend. Het is duidelijk 'not recommended' hoewel de Footprint anders zegt, maar we zullen ze een update sturen! Voor weer wat roepies staan we nu voor een family-guesthouse met schone kamers en warm water. Deze plek, Lake View, is echt aan te raden, 'recommended' dus.

Daar we na de ophef van gisteravond wel wat rust verdiend hebben besluiten we de dag buiten het drukke Anuradhapura door te brengen. We zijn het echter nog niet helemaal over eens op welke manier we de 11 km naar het dorpjes van bestemming moeten overbruggen: nemen we de bus, die er minstens een half uur over doet, als we al kunnen ontdekken waar de bussen vetrekken en welke bus de juiste is; of nemen we lekker luxe en comfi de tuk-tuk, die echter veel duurder is? Wat past in ons budget? De laatste optie eigenlijk niet maar we zagen we zo op tegen de busreis dat we toch voor de tuk-tuk kozen. Wel weten we af te dingen op de prijs en voor een mooie 460 roepies (i.p.v 600) weten we heen te gaan naar Mihintale en terug te komen naar ons guesthouse. Hoewel we ons budget overstijgen, mede door de was die toch maar eens goed moet worden gedaan (wat ze voor ons doen in ons guesthouse - Ruth's zeepje heeft het niet overleefd helaas dus geen met de hand wassen), genieten we van de luxe die we ons vandaag veroorloven.

Bij aankomst in Mihintale liggen de 1.840 granieten treden al op ons te wachten. Mihintale, vernoemd naar Mahinda's Berg, verwijst naar de plek waar Mahinda koning Devanampiya Tissa bekeerde tot het boeddhisme in 243 v.chr. en daarbij of daardoor het boeddhisme verspreidde door het gehele land. Al van verre is de witte stupa op de top van de berg gelegen te zien. Volgens de legende is deze gebouwd in opdracht van koning Tissa om een haarlok van Boeddha te bewaren of een relikwie van Mahinda. Op en rond deze berg zijn nog verschillende ruïnes te vinden van andere stupa's, baden en andere gebouwen. Deze omgeving is een welkome afwisseling op de drukke stad. De klim naar boven valt mee, vooral omdat er op verschillende hoogtes terrassen zijn met verschillende ruines of bouwsels. Maar uiteindelijk brengt de trap ons toch boven, van waaruit we een mooi panoramabeeld hebben van de omgeving. Een grote teleurstelling was wel de hoge toegangsprijs die we moesten betalen om op het laatste stukje berg te mogen, waar ook de belangrijke stupa ligt. Omdat wij de klim al mooi genoeg vonden besloten we onze roepies nog wat langer in onze zak te houden en liepen tussen de met lampions en vlaggetjes versierde bomen terug naar beneden.

Anuradhapura en Mihintale zijn Sri Lanka's heiligste boeddhistische plekken, Mihintale zoals al eerder vermeld omdat koning Tissa daar bekeerd werd tot het boeddhisme en Anuradhapura omdat daar de Sri Maha Bodhi Tree staat. Deze boom is geplant ergens rond 236 v.chr. als deel van de originele bodhi tree waaronder Boeddha zijn verlichting bereikte. Doordat deze boom zo belangrijk is trekken jaarlijks duizenden pelgrims over de gehele wereld naar Anuradhapura. De boom is sinds dat hij geplant is door de keizer's dochter nooit meer door bewakers uit het oog verloren. Omdat wij ook deze legendarische boom willen zien samen met nog enkele tempels en stupa's besluiten we twee fietsen te lenen van het guesthouse om zo sneller en gemakkelijker de afstanden te kunnen overbruggen. Snel gaat het inderdaad wel, maar het is toch anders dan in Nederland. Vooral het links rijden lijkt voor Mijke toch wat moeilijk, het ontwijken van koeien, fietsers, honden en ander gespuis gaat ons gelukkig wel goed af. De weg naar de oude stad is afwisselend, van de drukte van de stad fietsen we al snel langs groene velden en blauwe meertjes. Iedereen die we langs de weg tegenkomen en in het bijzonder scholieren (in uniform) zwaaien of zeggen gedag als wij voorbij rijden. De oude stad is het deel van Anuradhapura dat vroeger Sri Lanka's heiligste stad was. In 377 n.chr. maakte koning Pandukhabhaya het hoofdstad en startte met een grootschalig irrigatieproject. Ondanks dat de stad nog steeds symbool is van Singaleze macht en van boeddhistische orthodoxie eindigde de echte politieke macht in de12e eeuw. Rond de 19e eeuw was de stad totaal verlaten, later werd deze weer ontdekt. Opgravingen en restauraties zijn sindsdien aan de orde van de dag.

Rond het middag uur staan wij voor de grootste stupa die de wereld rijk is, tenminste volgens de Srilankanen. Omdat dit nog steeds een heiligdom is moeten de schoenen uit, wat voor ons nogal wat problemen oplevert. Het pad richting de stupa ligt te dampen in de zon, en is zo heet dat wij halverwege opgeven met pijnlijke voeten. Wij staken onze poging om dichter bij de stupa te komen en lopen terug naar onze slippers, tot onze verbazing lijkt de lokale bevolking niks te voelen van deze hitte. We vervolgen onze fietstocht door de verder niet zo bijzondere oude stad (van de vroegere pracht en praal is niet veel meer over - de stad in zijn geheel lijkt weinig meer dan een uit de voegen gebarsten dorpje langs de grote weg). We verwonderen ons vooral over de relatief grote hoeveelheden westerse toeristen die haast uit het niets lijken te komen. Waar we op onze reis nauwelijks andere toeristen tegenkomen, stromen ze bij de 'verplichte' bezienswaardigheden uit de vele busjes om kort een kijkje te nemen en vervolgens snel weer de bus in te rennen. Het lijkt alsof ze heel mensenschuw zijn. We snappen niet wat mensen bezielt om op zo'n onpersoonlijke manier een intrigerend en vooral open en vriendelijk land als Sri Lanka te bekijken.

Na zo'n beetje alles in de oude stad te hebben gezien wacht ons nog 1 bezienswaardigheid, de belangrijkste en indrukwekkendste… de bodhi tree. Om deze legendarische boom is een bouwwerk gemaakt waardoor je niet te dicht bij deze boom in de buurt kan komen, wel zijn er verschillende delen waardoor je kan kijken. Op deze plekken zijn veel afbeeldingen en beelden van de Boeddha te vinden. Gelukkig is het bouwsel om de boom niet hoog (of leijk, wit geplijsterde muur) zodat je de boom van een afstand goed kan bezichtigen. De gehele boom en de muren er omheen zijn behangen en versierd met gekleurde vlaggetjes, van kleine zonder tekst tot grote geborduurde werken met lappen tekst. Dit zorgt ervoor dat het geheel erg vrolijk en gekleurd, maar vooral indrukwekkend aan doet.